Volkskarakter NL

Het Nederlandsche volkskarakter 

 

De neerlandicus Herman Pleij geniet een beschermde status, weet ik sinds 1979. In dat jaar verscheen zijn proefschrift Het gilde van de blauwe schuit, over de viering van  carnaval aan het eind van de Middeleeuwen. Een intelligent boek, zonder meer. Pleij's stelling luidt dat het feest in die donkere epoche heeft gediend om de opkomende burgers in de steden een nieuwe moraal bij te brengen, en toen dit gelukt was kon het stante pede verdwijnen. Ik vond dat een prikkelende, hoewel zwaar overtrokken zienswijze, want carnaval verdween helemaal niet: nog drie eeuwen later vierde men het alom in Nederland op straat!

 

HP

Mediëvist in de jaren zeventig, algemeen cultuurhistoricus sinds '00. http://www.fanpixnet.com

 

Mijn kritiek was nog een futiliteit in vergelijking met wat de volkskundige Han Voskuil aan te merken had. Voskuil bewaakte zijn vakgebied als een herdershond en stormde op iedere indringer af die naar de voorchristelijke tijd, waarover geen geschreven bronnen voorhanden zijn, verwees. En Pleij deed dat zonder enige schroom; hij voerde zelfs de Germanen op, wat na de oorlog in Germany al taboe was. Ik dacht: nu zul je het beleven. Tot mijn verbazing bleef Voskuil echter in zijn hok, hij loerde kennelijk op kleinere prooien.

 

De 200 van Matthijs

 

Sindsdien steeg Pleij tot steeds grotere hoogten. Vooral via de Vara en zijn oud-student Matthijs van Nieuwkerk maakte hij furore. Hij had geen gewiekstere partners kunnen uitkiezen. Immers, nergens in het land hoor je de rode haan nog kraaien, behalve in het mediapark te Hilversum. Fascinerend!

Met De wereld draait door mag Matthijs van Nieuwkerk iedere doordeweekse avond als nationale huiskamer fungeren. Gelet op het ledental van de Vara is dat nogal brutaal, maar Matthijs beschikt over een strijdbaar netwerk van vriendjes, een eigen 200 van Mertens, zogezegd. Omwille van de kijkcijfers heeft hij wel de oude sociaal-democratische ernst ingeruild voor oude liefdes van wijlen Willem Duys, zijn voorbeeld. Hij kwebbelt even graag over de verloving van een Engelse prins, en wat betreft presenteerbare indiscretie en immoraliteit hanteert hij beduidend lagere normen dan Duys. Qua sensatiezucht en effectbejag laat hij zelfs De Telegraaf achter zich. Zonder pretenties blijft hij niet, want dankzij hem zijn sportlui, cabaretiers en hiphoppers de ware filosofen des vaderlands geworden. Bovendien voert hij dagelijks een multicultureel sprookje op, met ontevreden allochtonen in de rol van onmisbare steunpilaren van onze maatschapppij. Nederland: een land van allochtonen is de indruk die bij hem ontstaat. Toch weet hij in zijn programma de toon luchtig te houden, waaraan het salarisbeleid van de Vara niet vreemd zal zijn: het is voor niemand zo lucratief om de gelijkheid tussen mensen te bepleiten als voor Matthijs. Tegen deze exhibitionistische zelfverrijking, ooit een waarschuwend woord van Wim Kok, klinkt vanuit de vereniging geen enkel protest, begrijpelijk, want de leden ervan zijn niet langer arbeiders maar arbeiderskinderen, die zelf ook graag de zon in de zee zien schijnen als het om overheidsgeld gaat.

 

pleij

Met fladderende handjes bij Matthijs in De wereld draait door . www.uitzendinggemist.nl

 

Pleij, een echte held van deze tijd, vertolkt het levensgevoel van Matthijs en de Vara perfect. Het is alsof hij voortdurend laat weten: mijn ouders waren ongeletterde mensjes die nooit een cent subsidie ontvingen, maar ik, ik behoor tot de Elite van Nederland. Op die manier wekt hij sympathie én bevestiging ineen. Zijn spraak helpt daarbij, want hij praat even snel als een kolibrie met zijn vleugels trilt. Als om deze ornithologische verwijzing te rechtvaardigen laat Pleij tevens zijn handjes rond zijn hoofd fladderen. Ik vermoed dat hij deze perfomance op het schoolplein heeft ontwikkeld om de aandacht van zijn onwillige rechteroog af te leiden. Zijn protestantse achterban zal hiervoor niet onmiddellijk zijn gevallen, immers, zo opgewonden leerden ouderlingen niemand babbelen. Dat hij katholieken bekoort, begrijp ik eerder: qua verschijning lijkt hij het meest op een uitgetreden priester, inclusief de consequent smakeloze stropdas.

Toch speelt hij hoog spel want zijn eerste boodschap luidt: 'O, wat ben ik leuk.' Hij redt het door zijn tweede boodschap: 'O, wat zijn wij leuk.'

Hiermee is het raadsel Pleij nog niet opgelost, want hij is een mediëvist, terwijl het merendeel van onze steden niet eens een stratenpatroon uit de Middeleeuwen bezitten. Je hoeft slechts een dagje in Siena of San Gimignano rond te wandelen en je onderschrijft de stelling van de socioloog Johan Goudsblom dat Nederland modern is geboren. Dat Pleij desondanks populair kon worden is een gevolg van zijn eigen herdefinitie tot cultuurhistoricus, niet zozeer van de Middeleeuwen, want die interesseren televisiekijkers geen fluit, maar van alle zes eeuwen nadien en dan desgewenst uitgespitst per decennium. Opmerkelijk blijft zijn prominentie wel. Ik ken een betere mediëvist (Frits van Oostrom) en diverse betere cultuurhistorici (Ileen Montijn, Gerard Rooijakkers), maar anderzijds past geen van hen zo goed binnen de gezochte anti-chic van de Vara als hij.

 

Oranjeklant

 

In zijn nieuwe hoedanigheid heeft Pleij aardig wat boeken gepubliceerd. Mijn zegen krijgt hij. Je weet op dit vlak zelden wie het eerst met iets gekomen is, en het kan best zijn dat een van zijn studentes hem dit heeft ingefluisterd, maar verrassend vond ik zijn uitspraak dat de kwalificatie 'on-Nederlands' bij ons een aanbeveling inhoudt, terwijl het pendant daarvan in andere landen als een zware afkeuring telt. 

Voor Pleij kan het allemaal niet Nederlands genoeg zijn, hij legt zelfs een verschijnsel als de huidige Oranjegekte enthousiasmerend uit. Hij ziet daarin een vrucht van de ontzuiling: omdat Nederlanders niet langer tot aparte en hechte zuilen behoorden zochten ze een nieuw eenheidssymbool en dat werd het oude koningshuis. Ten bewijze daarvan verscheen hij eens in De wereld draait door met een Wilhelmina-bordje dat nog van zijn ouders was geweest plus allerlei andere Oranje-kitsch. Voor mij was dit een verbijsterend moment, zo'n moment waarop je in de woorden van Gerrit Komrij als een ballon loskomt van je stoel en stuurloos opstijgt naar het plafond. Ik wist namelijk niet beter dan dat de Vara een hekel had aan de monarchie maar later begreep ik de reden van die omslag: haar presentatoren krijgen inmiddels ook een vorstelijk salaris voor werk dat louter leuk is om te doen. Iets anders was dat ik in mijn omgeving werkelijk niemand ken die zulke prullaria bezit. Oranjefans zijn ongetwijfeld de oudste fans van Nederland en het is te begrijpen dat zij met de voortgaande democratisering salonfähiger zijn geworden, maar zij vertegenwoordigen het onderdanigste deel van het volk, waarmee ik, alhoewel een liefhebber van volkscultuur, nauwelijks verwantschap voel. 

 

mokken.jpg

 

Oranje-attribuut, een stijgende volkstraditie. www.holland4you-mokken.nl

 

In mijn optiek betekende de ontzuiling, die inmiddels al vijftig jaar geleden plaatsvond, voor de meeste mensen niet zozeer een verlies van onderlinge banden alswel een grote individuele bevrijding, zeker voor katholieken die van oudsher een lage eigendunk bezaten. Een tijdlang was vervolgens iedereen allereerst Nederlander, zonder dat dit nadruk vergde, want men was tevens Europeaan en wereldburger. 'Een tevreden natie', zo heette een bundel uit 1998 over het naoorlogse Nederland van de hand van die andere televisiehistoricus: Maarten van Rossem, die zichzelf overigens net zo'n ruime leeropdracht heeft toebedeeld als Pleij: oorspronkelijk Amerika-deskundige is hij nu deskundig in bijna alles. Twee jaar na het verschijnen van die bundel begon de revolte van Pim Fortuyn. Wat Van Rossem - en Pleij - niet doorhad waren twee unieke veranderingen in onze geschiedenis die veel burgers wel alarmeerden. Sluipenderwijs hadden bijna twee miljoen niet-westerse immigranten zich hier gevestigd en net zo sluipenderwijs dreigde Europa de zeggenschap over ons land in te palmen. Uit ongenoegen hierover vluchtten mensen al sinds de jaren tachtig terug in tradities en rituelen - wie opmerkzaam was, had toen de onvrede al kunnen opmerken. 

Met andere woorden, ik kan in al dat gefeest niets feestelijks zien. Dit staat los van de vraag hoe ernstig je het moet nemen. Omdat ik de fase van bête patriottisme nog heb meegemaakt werd ik zelf somber van het Oranjelegioen dat telkens bij internationale sportwedstrijden ter bedevaart trekt. Op z'n best zag ik er the lonely crowd van David Riesman in, eveneens weinig opbeurend. Pleij is echter lakoniek. Hij betoogt dat het eigenlijk om een parodie op pariottisme gaat, die louter gelegenheid biedt om weer eens uit de ban te springen, want de opblaasbare klompen en de indianentooien verdwijnen na afloop braaf in het tuinhok. Al blijf ik het een treurig gezicht vinden: vooruit.

 

uitblinkers

Op de jaarlijkse Uitblinkersdag ontvangen koningin Maximà en koning Willem-Alexander gasten uit De wereld draait door. www.koninklijkhuis.nl `

 

Eén ding moet ik Pleij nageven: tijdens de laatste troonswisseling pleitte hij voor een ceremonieel koningschap, wat je van echte monarchisten nimmer zult vernemen. Volgens mij is die kant van het koningschap ook de enig verdedigbare; de rest levert louter ballast op. Zelf dacht ik daarbij aan het toeristisch voordeel ervan tegenover het buitenland, Pleij aan de troost en binding die Oranje de natie kon bieden. Uitgerekend op dat vlak wist ik niet of onze twee nieuwe koningen zouden slagen.

Maximà, hoe gewiekst ook, achtte ik de zwakste stee. Haar man ontwapent doordat ook hij lijkt te beseffen dat hij als koning niet de beste propositie aller tijden is; zo niet zij. In afwachting van de intronisatie liet ze zich lelijk in de kaart kijken door te verklaren dat het een eer was om Beatrix op te volgen, - alsof zij haar schoonmoeder opvolgde en 'eer' überhaupt in dit verband een toepasselijk begrip is. Ik heb althans nooit iemand horen zeggen dat het een eer was om de Staatsloterij te winnen. Alle media stonden direct klaar om haar woorden als een verspreking te bagatelliseren, hoewel mijn eigen moeder precies begreep wat ze zei. 

Inmiddels blijkt dat Pleij ten dele gelijk heeft gehad. Willem Alexander en Maximá functioneren uitstekend, zij het dat zij au fond hetzelfde publiek bedienen als de Vara. Dat is het publiek dat nog veel te verwachten heeft van Nederland. Ik wil zeker niet beweren dat wij deplorable, forgotten people hebben van het slag dat in Amerika Trump aan de macht heeft gebracht; wij bezitten geen Rust Belt. Evenmin stuit ik overal op boze witte mannen, een misselijke vondst van Links om zulke mannen bij voorbaat de mond te snoeren. Wel ken ik veel witte Nederlanders die een hekel hebben aan de multiculturele propaganda in de media, die er al in zit dat allochtonen onevenredig vaak aan het woord komen. De media negeren daarbij de vraag: hoe boeiend is een boeiende allochtoon? Het antwoord moet luiden: niet boeiender dan een boeiende Urkenaar of Helmonder? Gelukkig zijn er allochtonen die boven hun herkomst weten uit te groeien, maar de meesten hebben geen andere boodschap dan dat witte Nederlanders racisten zijn en zijzelf onderdrukte engelen.

 

distressedjeans

Post-proletarische decadentie: distressed, destroyed of ripped jeans worden tegenwoordig door alle mondiale merken aangeboden, maar Nederland is het jeansland bij uitstek, aldus het Centraal Museum in Utrecht. (instagram)

 

Tegelijk ziet menige landgenoot zijn kansen slinken in plaats van toenemen. Hier een categorie waarover je nimmer iets hoort: tegenover elk individu dat subsidie ontvangt staan er tientallen die dat niet ontvangen en dan als extra malus met oneerlijke concurrentie te kampen krijgen. Hoeveel mensen dit lot treft weet ik niet, maar het moeten er ontzaglijk veel zijn, want ik heb gedurende mijn werkzame leven niet anders gekend dan dat ik het tegen gesubsidieerde lui moest opnemen die altijd deden alsof ik niet bestond en elkaar druk de bal toespeelden.

Oneerlijke concurrentie is trouwens in de hele arbeidsmarkt gebruikelijk geworden. Denk aan positieve discriminatie. Als een vrouw ergens beter in is dan mannen, zal niemand dat willen betwisten, maar de vrouwen die ik hoogleraar heb zien worden waren dat niet. Omdat zij hun vak althans serieus beoefenen verwijt ik hen niks, maar er zijn zat sectoren met dametjes aan de top die alleen een cursus flirten lijken te hebben gevolgd. Of een cursus mannelijk kijken. Net als hun grote voorbeeld Maximà leven zulke dametjes in een gekregen wereld, een wereld die er niet dankzij hen is gekomen, wat hun positie blijvend onnatuurlijk maakt. Voor nieuwe Nederlanders geldt dit evengoed, al kan er bij hen nog bijkomen dat zij evidente tekortkomingen bezitten waarop andere kandidaten nog vóór een sollicitatiegesprek afvallen.   

Positieve discriminatie, vooralsnog geen openlijk beleid maar een brandend verlangen, is voor degenen die er de dupe van zijn niet alleen onrechtvaardig, ook vernederend. Bij een normale carrière hoort dat je slijmt met de baas - bijna iedereen die iets in het leven bereikt, van Herman Pleij tot Paul de Leeuw, is begonnen als slijmbal. Op die manier breek je door het glazen plafond heen waarover feministes altijd klagen maar dat voor mannen net zo goed bestaat. Tegenwoordig zijn het alleen (witte) mannen die zich tot zulk gedrag moeten verlagen, terwijl vrouwen en nieuwe Nederlanders de een na de ander boven hen uit worden getild; pijnlijk, dubbel pijnlijk. 

Binnen het huidige geestelijke klimaat, mogen we dus concluderen, is de heldenstatus heus niet meer voor iedereen weggelegd. Een cabaretier als Youp van 't Hek had dat al vroeg in de gaten. Hij zwoer zijn verleden als kakker af en ging in een Vara-outfit Vara-meningen verkopen. De aanpak van Willem Alexander en Maximá verschilt hier alleen in schijn van. Zij kiezen hun publiek even deemoedig en gewetensvol uit. Zij zullen zich nooit inlaten met al degenen die geen privileges van de overheid genieten. En al degenen die niets zien in de smeltkroes die Nederland zou moeten worden maar niet wordt, om over PVV-aanhangers helemaal te zwijgen.       

 

Lof der gewoonheid 

 

 

In Moet kunnen (2010) waagt Pleij zich aan een mentaliteitsgeschiedenis van 'de' Nederlander. Voskuil zou deze exercitie ronduit verfoeid hebben, maar Pleij bevindt zich in degelijk gezelschap. Welke schrijver heeft zich niet over de Nederlander uitgelaten? Dat dit personage alleen als abstractie bestaat en door de globalisering én de toestroom van niet-westerlingen naar ons land steeds minder dominant wordt, behoeft zelfs geen betoog. Pleij schrijft Nederlanders bovendien geen statisch volkskarakter toe, zoals Voskuil's voorganger P.J. Meertens nog deed. Wel bezitten zij collectieve herinneringen en ervaringen, waarop zij hun eigen levensstijl en aspiraties afstemmen. 

Zelf ben ik van oordeel dat Nederlanders tot vandaag qua uiterlijk herkenbaar zijn. Dat geldt niet voor de vrouwen, die er internationaal uitzien, tot in de kleinste dorpen toe. De mannen daarentegen wijs ik in het buitenland moeiteloos aan: een uitvergroot, vlezig kleuterhoofd à la Duitsers en Vlamingen, maar dan met priemende oogjes. Zodra zij op aardigheid stuiten, worden ze meteen sentimenteel, maar zolang dat niet gebeurt lijken zij mimisch in de leer te zijn bij Youp van 't Hek, die inmiddels een betere bouwvakker neerzet dan de gemiddelde bouwvakker. Al houdt Youp zijn mond, je hóórt hem met een dikke tong zeggen: 'Rot toch op, man, godverdomme'. En dat is precies het gezicht dat je aanstaart bij de exemplarische Nederlander.  

 

youp

'Rot toch op man, godverdomme'. Cabaretier Youp van 't Hek geeft een middelvinger. Up yours is sinds begin jaren tachtig in Nederland gangbaar geworden. www.cabaret-filmpjes.nl

 

Maar we hadden het over mentaliteit. Veel van wat Pleij dienaangaande te melden heeft, klinkt uiteraard bekend, en valt ook in mijn Handboek voor de Nederlander te lezen. Toch laat hij een vertrouwd inzicht achterwege. Huizinga benadrukte vooral het burgelijke facet in de Nederlandse samenleving, die wezenlijk 'satisfait' was. Bij Pleij trekt op iedere pagina van zijn boek een stoet onverzadigbare feestgangers voorbij. In het publieke domein dat hij beschrijft roeren niet langer ernstige lieden de trom doch schmierende BN'ers. Ik realiseerde me dankzij hem hoe snel dit veranderd is. Ieder van ons heeft naast een droom ook een nachtmerrie van Nederland. Twintig, dertig jaar geleden was míjn nachtmerrie: opgesloten zitten met de ouders van Jan Siebelink of Maarten 't Hart, lui die in de dubbele predestinatie geloofden. Nu is dat: ik zit thuis rustig de krant te lezen en ineens springt 'Nederlands grootste televisietalent' Paul de Leeuw te voorschijn om met zijn dikke lijf aan een wellustige striptease te beginnen. Camera´s erbij en o wee als ik niet gierend lach.  

 

treitervlogger

De gebroeders Treitervlogger alias Knuffeltuig te gast in De Wereld draait doorwww.mediacourant.nl

 

Dit leidt tot Pleij's stelling dat Nederlanders van gewoon doen houden. Hoewel de strapatzen van onze Paul anders doen vermoeden is dat zeker een trek in onze geschiedenis geweest. Deels was dit uit nood, want de adel ontbrak om iets anders te wensen. Maar ook binnen de standenmaatschappij die we tot voor kort hadden, golden eenvoud en soberheid als een groot goed, een vrucht van het calvinisme waarschijnlijk. 

Het gewoonheidsideaal heeft Nederland ook veel opgeleverd. Om te beginnen psychologisch. De dichter Leo Vroman heeft gezegd dat als je iets wilt bereiken, je jezelf altijd moet overschatten. Akkoord, maar eerst moet je beseffen dat je nog niet goed bent, en dat krijg je in Nederland ruimschoots ingepeperd. Van misschien nog wel groter belang is dat bij ons talenten van bescheiden komaf inderdaad konden doorbreken. Welbeschouwd is de hele Nederlandse geschiedenis een geschiedenis van nieuwelingen geweest. Cornelis Verolme, om maar iemand te noemen, had slechts de lagere school en bouwde een scheepsbouwimperium. Van Gogh was als schilder een dilettant, maar volgens Picasso was hij in de negentiende eeuw de enige die wist welke richting de schilderkunst uit moest.

 

timmerfrans

Euro-commissaris Frans Timmermans, voor het gemak omgedoopt tot 'Timmerfrans' op Geen Stijl. www.politico.eu

 

Natuurlijk, gewoondoenerij biedt niet louter zegeningen. Als je niet oppast verzeil je levenslang in een roman als Het bureau (iemand wees ook eens op het praatzieke wereldje van Jip & Janneke...). Het grote bezwaar van gewone mensen is dat zij zichzelf als maat der dingen nemen; vandaar dat bij ons een intens banale ouderenpartij als 50Plus in het parlement zitting heeft; overal elders niet eens als idee opgekomen. Evenmin kennen zij een natuurlijke rem op hun carrièredrang. Eurocommissaris Frans Timmermans en dj Giel Beelen vielen vroeger tussen hun klasgenoten nauwelijks op, durf ik gerust te stellen, en waarom moeten zij dat nu eigenlijk wel doen? 

Dat onze uitgedragen gewoonheid elders weinig liefde voor ons doet opwellen is zonneklaar. In de jaren zestig en zeventig waren er buitenlanders die onze vrije opvattingen huldigden, maar qua populariteit leggen wij het af tegen de meest bekrompen Amerikanen en Fransen. In Suriname, Zuid-Afrika en Indonesië wordt nog steeds geklaagd dat uitgerekend wij het zijn geweest die het land in handen kregen; alleen in Brazilië niet, wat doet vermoeden dat de Portugezen nog erger waren. J.L. Heldring citeert in Andermans veren een Australische diplomaat over het ongelukkige koloniale optreden van Jan de Hollander:

'Zelfs wanneer de Nederlanders goed waren (zoals velen hunner waren) misten ze panache. Ze brachten geen sport of parades of humor of excentrieke aristocraten mee, zoals de Britten dat naar hun koloniën deden. Ze brachten te veel boekhouders mee. Ze waren te efficiënt. Hun deugd werd een ondeugd.'

 

paul1

'Geen idee wat vulgariteit is'. Holland's Glorie in beeld bij de zuiderburen. www.clint.be    

 

En dan te bedenken dat buitenlanders zelden tot de diepste krochten van het Nederlanderschap doordringen. Misschien valt hen nog wel op dat Nederland weinig massa, weinig volume heeft. Geen heuvels, geen gigantische paleizen, geen wolkenkrabbers; in plaats daarvan: tientallen kleine steden en honderden grote dorpen, met daartussen vrijwel lege weilanden en akkers. Een typische gewaarwording: je rijdt niet dóór ons land, je rijdt eróp. Interlokaal staan de wegen inderdaad vol files, maar soms bekruipt je de vraag waar die auto's eigenlijk naartoe gaan.

Tegelijkertijd geldt Nederland als een van de dichtstbevolkte landen ter wereld; nogal een paradox. Waar vertoeven al die mensen? Zelfs de voetbalstadions zijn bij ons kleiner dan elders. Je ervaart alleen iets van omvang als je je begeeft in een van de talloze kringetjes die het land telt, voor elke denkbare menselijke activiteit - van harpspelen tot kantklossen, van chipsindustrie tot kankeronderzoek. Een mensenleven is niet genoeg om alle kringetjes in Nederland te leren kennen. Maar het zijn inderdaad wel kringetjes, waarin het ons-kent-ons gehalte hoog is en the more, the merrier beslist niet geldt.  

Een klein land heeft een aparte psychologie. W.F. Hermans merkte op dat bij ons altijd naäpers van buitenlandse iconen zijn die 'het hoogst staan aangeschreven'. Van mijn kant kan ik me niet voorstellen dat een Franse of Engelse fractievoorzitter van de grootste politieke partij de behoefte voelt zich groter voor te doen dan hij is door te verzinnen dat hij aanwezig was bij een onthullend gesprek met president Poetin, wat hem later, als minister van Buitenlandse Zaken, de kop kostte. Dit was géén incident, want de man in kwestie voegde zich bij een fiks rijtje Haagse politici met een minderwaardigheidscomplex dat door holle pretenties ten val kwam. 

We zijn ook nog steeds een volk van nieuwkomers. In de actualiteit doen zelden klinkende namen van twee, drie generaties geleden de ronde. Sowieso kleeft ons weinig geschiedenis aan. Ik heb altijd genoten van Gerrit Komrij, die, geen kleine schrijver, vanuit zijn vrijwillige ballingschap in Portugal op onze zelfgenoegzaamheid foeterde. Als een van de weinigen hekelde hij de talloze zogenaamd kritische cabaretiers, die het publiek een spiegel voorhouden niet om zichzelf te bekijken maar om zichzelf te zien glimmen. Zelf vond ik cabaret al een miserabele kunstvorm, want waarom zou je in godsnaam naar voorgebakken grappen luisteren die je net zo goed zelf kunt verzinnen? Dankzij Komrij begreep ik mijn weerzin beter.

In zijn bundel Demonen legde hij een bekentenis af: zodra hij aan zijn landgenoten dacht begon zijn lichaam te schokken van afkeer. Niettemin werd hij in zijn vaderland omard; ik vermoed omdat hij net zo'n vileine romanticus was als Oscar Wilde. Nu was Oscar Wilde de zoon van een beroemd chirurg en Komrij van, ja, wat?, hij heeft er nooit over gerept. Op een foto in wikipedia poseert hij met de juiste dosis verveling ('ennui') voor zijn imposante Portugese villa, maar hetzelfde wikipedia onthult waar hij in zijn jeugd woonde: een laag arbeidershuisje te Winterswijk, de Achterhoek. Ach, gossie. Dit was geen Verwoest arcadië maar een onvoltooid Werkman's Paradijs. Het siert Komrij dat hij niet zoals veel babyboomers plaatsvervangend boos op de elite is geworden vanwege de nederige positie van zijn ouders, maar ik begreep ineens waarom hij ons de rug heeft toegekeerd toen hij succes kreeg. Zijn afkomst bood een te weke ondergrond om trots te ontlenen aan het feit dat hij zich eraan ontworsteld had. Ik denk weleens dat onze vroegere elites arbeiders niet dieper heeft kunnen beledigen dan door hen geen paupers te laten blijven.

 

komrij

Gerrit Komrij uit Winterswijk voor zijn villa in Portugal. wikipedia.

 

Om onze a-historische kleinheid eens met eigen ogen te aanschouwen, nodigde ik een collega uit Oxford uit voor een tv-avondje bij mij thuis. Ter verontschuldiging vooraf verklaarde ik dat er bij ons, in tegenstelling tot Engeland, geen hechte band bestaat tussen de universiteiten en de omroep, waardoor je als kijker weinig Bildung krijgt voorgeschoteld. Gordon vond ik zelf te gênant om te tonen, idem dito Boer zoekt vrouw en wat dies meer zij. Ik beperkte me tot Paul de Leeuw. Als door een adder gebeten schoof mijn collega naar het puntje van zijn stoel. Kennelijk, zo merkte hij op, was bij ons de nivellering dermate doorgevoerd dat lelijkheid al een aanbeveling kon zijn. In Engeland kwamen regelmatig gekke koppen in beeld, gewone lelijke koppen daarentegen nooit. Over Paul's opgewonden drukte en permanente pogingen om te shockeren, zei hij dat hij daarin de onzekerheid van de kleinburger proefde, die zich meer op zijn gemak zou voelen als hij in een bedrijfscantine optrad. En nadat hij de presentator kirrend als een varken in zijn blote niks had aanschouwd luidde zijn meewarige conclusie: 'Jullie zijn het enige volk ter wereld dat niet meer weet wat vulgariteit is.'           

 

Anti-burgerlijk

 

Inderdaad, in onze huidige massacultuur overheerst niet het verlangen naar gewoonheid, maar de angst ervoor. Je kunt dat afleiden uit de originaliteitsdwang van Paul de Leeuw, maar bijvoorbeeld ook uit de staande ovaties die in Nederlandse theaters avond aan avond weerklinken; elders een zeldzaamheid. Het is alsof de toeschouwers ernaar snakken dat er althans iemand boven hen uitstijgt. Tegelijk is burgerlijkheid de gedeelde vijand - het tegendeel van wat Huizinga opmerkte. Sinds Vestdijk lees je nooit meer een Nederlandse roman over een arts, laat staan een tandarts; het gaat steeds over steuntrekkers, junks, kunstenaars en immigranten. De stem van de straat klinkt iedere avond tot vervelens toe op tv en legt het alleen af tegen de stem van BN'ers. Daarentegen verneem je zelden een voorzichtige, genuanceerde mening van een ontwikkeld individu: te saai, niet goed voor de kijkcijfers.

Ook eenvoud en soberheid als nationale waarden zijn verdwenen. Koningin Juliana droeg die waarden nog uit, getuige haar gezellige bloemetjesjurken. Koningin Maximá daarentegen bezit maar liefst 850 peperdure outfits, waarvan honderd avondjurken, meldde Josien Droogendijk, die een site (www.modekoninginmaxima.nl) bijhoudt. Haar aantal hoeden bedraagt 225. Om haar garderobe samen te stellen moet zij een paar jaar van haar leven voor een passpiegel hebben gestaan, met die verliefde blik die ze normaal gesproken voor ons onderdanen reserveert. Toch heeft haar exorbitante kleedgedrag nooit enige kritiek ontlokt; integendeel, ze wordt geprezen om haar goede smaak ('on-Nederlands'). Het programma Blauw Bloed, van de EO nota bene, houdt jaarlijks een verkiezing van Maximà's mooiste ensemble en de genoemde site van Josien Droogendijk ontvangt 20.000 bezoekers per dag.  

Eigenlijk is de hele gezeten burgerij bij ons uit beeld geraakt. Er bestaat zelfs geen goed woord meer voor. In mijn jonge jaren sprak men van notabelen, maar die zijn qua samenstelling gedemocratiseerd en daardoor als categorie opgelost. Het morele gezag dat er bij hoorde is toegeëigend door de linksige opiniemakers die bij ons altijd de boventoon vormen. Het doet tegenwoordig al raar aan als je met resten van de gezeten burgerij geconfronteerd wordt. In het uitgaansleven van de meeste wereldsteden kun je heren in keurig pak tegenkomen, in het Amsterdamse uitgaansleven zal je dat zelden gebeuren en zo wel dan is het een aanstellerige dichter. Serviceclubs als de Rotary en de Lions bezaten tot voor kort standing, nu zijn ze bovenal square. Corpsleden deden buitenstaanders ooit smalend af als knorren (Kent niet onze regels), nu heten zij zelf corpspikken. Zelfs foto's van hun feesten maken een on-Nederlandse indruk; je moet je in gedachten naar Engeland verplaatsen wil je nog het normale ervan inzien.

Hockeyers zijn evenzeer getroffen door deze veranderende perceptie; spijtig, wat mij betreft. Ik weet dat hockey onder intellectuelen nooit veel animo heeft gewekt, hoewel wij eigenlijk het enige echte hockeyland ter wereld zijn. Wijlen Martin van Amerongen meldde zelfs dat hij er om 'sociologische redenen' een pesthekel aan had, hoewel hijzelf naar eigen zeggen 250 keer de Matthäus Passion heeft bijgewoond. Nee, poenerig operapubliek is te pruimen! Bij hockey speelt geld juist geen rol: wie mee wil doen, doet mee. De aanblik van een hockeyveld brengt bij altijd mij associaties met het Engelse landleven naar boven, al zullen Engelsen het met het oog op de spelers eerder een kleinburgerlijke bedoening noemen. Maar in mijn beleving zijn hockeyers de plezierigste mensen van Nederland, en hockeysters zelfs de plezierigste (en de mooiste) mensen ter wereld. Waarom? Omdat ze overduidelijk uit een land met enige geschiedenis komen, zich niet als knuppels en knechten gedragen en een wonderlijke combinatie van levenslust, toewijding en bescheidenheid uitstralen. Youpie van 't Hek houdt daarentegen tot vandaag vol dat het allemaal brallers, kakkers en moederskindjes zijn. Wel, persoonlijk geef ik voor hockeyers de hele Vara cadeau, met Youpie erbij.

 

varsity

Een soort Engeland: brassen (in spijkerbroek) tijdens de Varsity 2010, foto Jan Maarten Hupkes https://issuu.com/foliacivitatis/docs/folia28_63    

 

Goed, niet burgerlijk dus; in plaats daarvan: post-proletarische decadentie. Vijftig jaar geleden verbaasde Nederland de wereld met de functionele, minimalistische lijnen van Wim Crouwel en Dick Bruna, die klasseloos waren maar stijlvol bleven. De beroemdste meubelontwerper van dit moment, Piet Hein Eek, gebruikt louter sloophout, nog steeds minimalistisch maar dan inclusief verval, dus wezenlijk decadent. Op straat kijken ook rappers en hiphoppers, gisteren nog 'the sorry lot', autoritair en uitdagend om zich heen. En dan al die tattoos en piercings! Jan de Hollander op de piratentoer. Het zal toch ooit de bedoeling zijn geweest om met zulke versieringen op te vallen, maar nu zijn zo wijdverbreid dat je er niet eens naar kijkt. De spijkerboek mag wel de nationale totem heten. Ooit bestempelde zo'n broek de drager als progressief, inmiddels lijkt een Nederlandse massa in een winkelstraat op een monster met honderden blauwe poten.    

Onze rijken, mits uiteraard onburgerlijk, hebben het eveneens makkelijker dan vroeger. Weliswaar persen zij zich eveneens bij voorkeur in jeans, zelfs in ripped jeans, maar opzichtige consumptie is niet langer taboe, het minst bij degenen die van huis uit weinig smaak hebben. Als je vandaag door de P.C. Hooft loopt lijkt het alsof de penoze er aan het shoppen is. Vara-voorman Marcel van Dam - ik had het over de lucrativiteit van het gelijkheidsdenken - biedt een illustratie van dezelfde teneur. Als zoon van een politieagent werd hij lid van Nieuw Links, dat bezit bij vererving voor 99 % wilde wegbelasten; inmiddels bewoont hij een landgoed dat ooit de familie Van Oldenbarnevelt heeft toebehoord.

 

Jante

De Wet van Jante, zoals geformuleerd door de Deense schrijver Aksel Sandemose. Als het om Nederlanders gaat dient men in elke regel het woordje 'niet' te schrappen. www.wikipedia.nl

 

Post-proletarische decadentie lokt niet voor niets, want tegelijkertijd eisen doorsnee-Nederlanders veel aandacht op. Ik heb in ander verband al eens gewezen op het verschijnsel dat bij ons een omgekeerde Wet van Jante lijkt te gelden. Die wet, typisch geacht voor Scandinavië, houdt in dat iedereen zich bescheiden moet gedragen. Nederlanders vinden juist dat anderen zich bescheiden moeten gedragen! Niet zelden pakt dat komisch uit. Bij straatinterviews trekken veel landgenoten een gezicht alsof hun mening überhaupt telt en het finale oordeel aan hen is ('Nee, die Rutte is niet te vertrouwen'). Maar het kan je ook overkomen dat jouw hele reisgezelschap in Calabrië wordt opgehouden door een snaterend vrouwtje uit Heerhugowaard dat voortdurend vragen aan de gids stelt alsof zij een privé-rondleiding krijgt. Of dat de Utrechtse zanger Henk Westbroek in Pauw voor het front van de natie zijn visie op Zwarte Piet uit de doeken doet. Ach, leefde dr. Clavan nog maar, denk ik iedere keer als een BN'er zijn licht op wereldproblemen meent te moeten werpen. 

 

 

Tegendraadse tegencultuur

 

De omgekeerde Wet van Jante maakt de Nederlandse actualiteit tot een fikse kwelling. Mijn lichaam begint zeker niet te schokken van afkeer bij Nederlanders, zoals Komrij dat had, maar ik krijg wel dikwijls het gevoel dat ik hoognodig met vakantie moet. 'Innere Emigration' kan ook helpen, een bezoeker in eigen land worden. Daarvoor geldt de volgende richtsnoer: hoe lastig het ook is, mijd geleuter van en over BN'ers. Neem een abonnement op Netflix, kijk naar de BBC of naar de Vlaamse televisie, die geen praatprogramma's met publiek en een opdringerige host uitzenden. Negeer kunstvormen als cabaret, toneel en film die het van de smaak van het grote publiek moeten hebben. Je kunt daarentegen nog uitstekend terecht bij de Nederlandse architectuur, de schilderkunst en de literatuur - de na-oorlogse essayisten voorop.

Als je doet alsof je in Frankrijk bent, heb ik gemerkt, dan is het leven hier zelfs aangenamer dan daar. Op stille verfijning, zoals hindoestaanse en Indische mensen dat hebben, hoef je niet te rekenen, maar als door een wonder is hockey onze tweede teamsport gebleven, wat betekent dat het antiburgerlijke gewoonheidsideaal nog niet overal ingang heeft gevonden. Er wonen ook nog genoeg beschaafde mensen. Namens de Vara zal Youp van 't Hek nu wel gaan brullen van de lach, maar hoho, je hebt zelfs beschaafde honden en beschaafde paarden. En waarom zou ik het Singer Museum niet hoger mogen aanslaan dan het Zwarte Cross-festival? Met andere ribbroeken, zo is het  inderdaad wel, slenter ik innig teveden langs de muren met klassiek modernen. Het idee dat ik in ripped jeans en duizendkoppig sta te headbangen voor een podium in de buitenlucht....   

Even belangrijk: de kwaliteit van onze wetenschappers en professionals is hoog gebleven, tot mijn verbazing, zeg ik erbij. Veel landgenoten excelleren zelfs ergens in. Als je ons land op dit punt vergelijkt met - uiteraard: vergelijkbare - streken elders dan doen wij het aanmerkelijk beter. Qua talent kunnen wij ons meten met wereldsteden als New York, Londen, Parijs en Tokio. Hoe kan dat? Genetica zal hierin geen rol spelen, ons onderwijssysteem evenmin, want dat staat bepaald niet als competitief te boek. Ik denk dat de omgekeerde Wet van Jante zich hier weer laat gelden. Gelijkheid in combinatie met onderscheidingsdrang leidt bij de massa tot gemakzucht en aanstelligerigheid, maar zet begaafde individuen tot ambitie aan. 

De resultaten zijn ernaar. Nederland was vijftig jaar geleden op culinair gebied een woestenij, en ziedaar, momenteel hebben we evenveel sterrenrestaurants als België, het mekka voor fijnproevers. In sport zijn de prestaties nog opzienbarender, zelfs in takken waarin weinig traditie bestaat, wat extra lastig is. Ik noem uit recente jaren: turnen, zeilen, zwemmen, hardlopen, darten, kickboksen, dammen, autoracen, paardrijden, gamen, scrabbelen en zo voorts. 

Ook in voetbal draaien we uitstekend mee en leven we eigenlijk boven onze stand. Daarbij speelt wel iets wat met de psychologie van gewone mensen te maken moet hebben: de enorme teleurstelling als de eindoverwinning niet wordt behaald, hoe irrieëel dat ook geweest zou zijn. Mijn idee: gewone mensen raken zo van slag door succes dat ze zichzelf makkelijk overschatten. In dezelfde trant valt uit te leggen dat wij, uitgezonderd in een singuliere sport als het langebaanschaatsen, nooit universele kampioenen hebben voortgebracht, zoals een Mohammed Ali, Lucian Bolt of Pele, wat statistisch gesproken evenmin klopt. Zelfs kampioenen op karakter à la Beckenbauer en Bobby Charlton zijn zeldzaam - Gullit is de enige die in me opkomt. Kennelijk is voor ons een paar keer schitteren genoeg. 

 

gerwen

Dartkampioen Michael van Gerwen. Gewoonheid en onderscheidingsdrang. www.dartsblog.nl

 

De grootste sportman uit onze geschiedenis en wat mij betreft de beste voetballer aller tijden schoot eveneens tekort. Johan Cruijff wist als eerste intelligentie aan het voetbal toe te voegen, een ongelofelijke prestatie, want dat was (en is nog steeds) een tergend probleem in die sport. Wat je vroeger vaak zag: een speler rende met de bal aan zijn voet in zijn eentje op de goal af en schoot een halve meter voor de keeper tegen de keeper op. Zulke taferelen werden gewoon op de televisie uitgezonden! Cruyff schitterde niet als pingelaar, schutter en teamspeler, maar hij ontdekte de ruimtelijkheid van het veld en dat iedere tegenstander een aparte taktiek vergt. Desondanks groeide hij zelf niet eens uit tot een kampioen op karakter, zoals blijkt uit zijn gemankeerde palmares met Oranje. Zijn makke: hij verzandde steeds in ruzies met mindere goden, alsof hij zijn herkomst als eenvoudige jongen uit Betondorp niet wilde verloochenen. Veruit de beste keeper van dat moment, Jan van Beveren, mocht van hem niet mee naar het WK in 1974, de allergrootste fout uit zijn carrière, en in de rust van de finale tegen Duitsland foeterde hij dusdanig tegen de scheidsrechter dat hij een gele kaart kreeg. Ik wist toen al dat we zouden verliezen. Hij had revanche kunnen nemen tijdens het het volgende WK, een kans die een echte kampioen nooit had laten liggen, maar dat deed hij wel.  

 

Gouden handjes


In het licht van het bovenstaande mag het geen verrassing heten dat Pleij Nederland nergens een onbeduidend landje noemt, zoals velen doen. Ik ben het met hem eens, ervan uitgaande dat hij zich niet vereenzelvigt met linkse zielen die op het Malieveld protesteren tegen internationale misstanden en dus in de mening verkeren dat wij een wereldmacht zijn. Die onbeduidendheid brengen politici en zakenlui vooral te berde als zij internationaal hogerop willen of snel een slag kunnen slaan. Nederland is uiteraard niet groter dan het is, maar niet zo lang geleden was het groter. En vandaag moet je minimaal met ondernemer Herman Wijers erkennen dat het nog altijd een 'onderscheidend' land vormt, wat je van België niet meer kunt zeggen (België is het enige echte Europa, samen met Luxemburg). 

Minder stem ik in met Pleij's allesbehalve unieke suggestie dat Nederland welvarend is geworden dankzij kooplieden. In het verleden vergaarden kooplieden ontegenzeglijk rijkdom, zoals de Amsterdamse grachten laten zien. Andere beroepsgroepen trokken hiervan profijt: scheepsbouwers, molenaars en voedselfabrikanten, waardoor aan de Zaan zelfs het eerste industriegebied ter wereld ontstond. Kooplieden zorgden dus zeker voor wat Duitsers Wohlstand noemen, niet voor welvaart. De koloniën hebben dit evenmin gedaan, ondanks alle moorden en roofpraktijken die er plaatsvonden (Ik zeg: 'Weg met J.P. Coen!'). De Amerikaanse econome Deirdre McCloskey schat de koloniale bijdrage aan het nationaal inkomen op hooguit vijf procent, terwijl dat inkomen de afgelopen twee eeuwen met drieduizend procent is gestegen!

Het zal menig Vara-lid teleurstellen, maar het zijn moderne industriëlen geweest die deze stijging hebben bewerkstelligd. Zij bezorgden honderdduizenden landgenoten de ongekende luxe van een weekloon, en voltrokken vervolgens het mirakel dat bijvoorbeeld een pot pindakaas nu de helft kost van een zak met evenveel verse pinda's erin. Dit mirakel duurt nog steeds voort, want tegenwoordig betaal je voor een elektrische zaag in een casette met toebehoren bijna hetzelfde als voor een simpele handzaag.  

 

gielbeelen

Gewoon onburgerlijk of onburgerlijk gewoon, Vara-dj Giel Beelen is de bestbetaalde medewerker van de Publieke Omroep. Een kwestie van prioriteiten: voor zijn salaris heb je vier premiers, acht dokters of twaalf leraren. www.tpo.nl

 

Het is wel zo dat handel nergens zo hoog stond aangeschreven als in Nederland. Een van de families die daarmee in goeden doen geraakte heette Bal. Dat vonden de leden niet chic genoeg klinken en daarom stapten zij over op de achternaam van hun moeder: Huydecoper. Wie weleens in de buurt van een leerlooierij is geweest, kent de ongenadige stank van rottende huiden, maar dat men hiervan koper was verschafte kennelijk de gewenste finesse. En dan te bedenken dat Franse en Duitse edelen toentertijd hun titel verloren zodra zij zich met welke commercie ook inlieten.

Tot in de achttiende eeuw onderscheidde Nederland zich met deze handelsgeest. Pleij haalt Diderot aan in diens klacht over Hollanders die graan uit Frankrijk importeerden om dat vervolgens met winst weer aan Frankrijk terug te verkopen. Diderot vond dat immoreel, en dat is het natuurlijk ook. Een goede handelaar, ik citeer uit een helaas onbekend maar uniek boek, verdient drie keer extra: hij betaalt zijn leveranciers te weinig, hij vraagt zijn afnemers te veel en als het even kan tilt hij ook nog de belastingen. In plaats van welvaart te scheppen, pikt hij eerder welvaart in.

 

vandam

Landgoed Morren te Oosterwolde, residentie van oud-Nieuw Linkser Marcel van Dam die van mening is dat eigenbelang in de politiek nooit mag prevaleren. Quod licet bovi non licet Jovi. www.wikipedia.nl

 

Niettemin bestaat er tot vandaag een heimelijke bewondering voor handelaren, zelfs al betrof hun negotie slaven en wapens, terwijl oerdegelijke fabrikanten onder Nederlandse intellectuelen als gewetenloze profiteurs en onderdrukkers te boek staan. Ik kan het niet hard maken maar volgens mij hebben handelaren, gesterkt door de historische lof die zij ontvingen, ook de overhand in onze industrie gekregen en allerlei bedrijven die met liefde waren opgezet gretig aan buitenlanders verkwanseld: Nutricia, Douwe Egberts, Daf, Nuon - de lijst is eindeloos en deprimerend. De financiële sector hebben ze met hun mentaliteit zelfs grondig weten te verzieken. Mijn overleden vader was een bankier en wel van het oude stempel: een door en door nette man, al zeg ik het zelf, die het algemeen belang diende en zich nooit aan zelfverrijking heeft schuldig gemaakt. Sinds de kredietcrisis mogen we concluderen dat de prudente en trotse bankiers van weleer slinkse handelaren zijn geworden die zelfs niet aarzelden bij de overheid te gaan schooien nadat ze hun klanten dusdanig veel schade hadden berokkend dat er geen winst meer uit te halen viel.

 

Tolerantie en nuchterheid

 

Pleij komt ook met de onvermijdelijke tolerantie op de proppen, die een vrucht zou zijn van 'onze' handelsgeest. Oké, maar die tolerantie was betrekkelijk. De vrijheid van godsdienst gold eigenlijk alleen protestanten uit de Reformatie. Eenmaal aan de macht verboden zij joden en katholieken toegang tot overheidsfuncties. Joden mochten nog herkenbare godshuizen neerzetten, katholieken niet. Feitelijk zijn katholieken zelfs onderdrukt tot 1853, toen er voor het eerst weer een bisschop op vaderlandse bodem werd toegelaten. Hun social neglect heeft veel langer geduurd, misschien wel tot nu. Hoe kan het anders dat we in Nederland wel beroemde protestantse, joodse, islamitische en zwarte auteurs hebben, maar geen katholieke? 

Wel, laat er geen goede katholieke auteur zijn, - iets wat Rudy Kousbroek zal onderschrijven, want volgens hem hebben katholieken een 'hoorbaar inferieur taalgebruik': 'non-U, armoedig en zoetelijk'. Daarentegen werd van de enige Nederlandse komiek die zich moeiteloos kan meten met Charley Chaplin en John Cleese zelden gezegd dat hij zeer Rooms was, terwijl uitgerekend dat aspect ervoor zorgde dat ik hem af en toe minder waardeerde. Pleij geeft mogelijk onbedoeld een treffend staaltje van de veronachtzaming die hieraan ten grondslag ligt. Als hij het heeft over de eisen die wij aan nieuwkomers mogen stellen, roept hij op tot geduld, want ook katholieken hebben in Nederland een eeuw nodig gehad 'om zich te emanciperen'. Ik dacht dat Erasmus, Vondel en Jan Steen al geëmancipeerd waren. 

Van tolerantie gaat het naar flegmatisme en nuchterheid. Nieuw is die observatie allerminst, want in de negentiende eeuw sprak Stendhal al van het 'flegmatische of Hollandse karakter' (zoals het sanguinische karakter Frans was, het cholerische Spaans en het melancholische Duits). Maar tcch! Het blijft ontzettend jammer dat Nederlands tijdens de Reformatie in meerderheid voor Calvijn in plaats van Luther koos. Met Luther hadden we geen Beeldenstorm gehad. Ik heb nooit begrepen dat een horde woestelingen schattige beeldjes te lijf kon gaan zonder dat dit tot massaal protest voerde, wat enkele jaren geleden wel gebeurde toen de Taliban uitgehouwen Boeddha's de lucht inblies.

Hoe lang geleden ook, de Beeldenstorm blijft voor mij tot vandaag actueel, want in Nederlandse films en tv-series meen ik nog de gevolgen ervan te signaleren. Het lijkt wel alsof onze acteurs, een enkeling uitgezonderd, nooit goed naar sculpturen hebben gekeken en geen weet hebben van driedimensionaliteit. Ze vallen zelden samen met hun rol. Of ze willen indruk op hun moeder maken of ze worden mompelende schimmen; dit laatste nog het meest. Het is heel gek, maar als kijker heb je vaak geen idee wie de hoofdrol vervult. Ja, ze gaan zover in underacting dat je je afvraagt: wat doen die mensen eigenlijk in beeld?

 

anna

Ontsnapt aan de Beeldenstorm, St. Anna-te-drieën, ca 1500, 80 cm hoog. Abdijkerk Thorn. www.kerkgebouwen-in-limburg.nl

 

De veelgeroemde Hollandse nuchterheid ken ik uiteraard wel, maar ervaar ik alleen bij individuele landgenoten, niet wanneer zij zich groepsgewijs manifesteren, en dat is algauw het geval, getuige de oude Franse zegswijze dat twee Nederlanders een kerk opleveren en drie Nederlanders een schisma.

Naar mijn smaak is de Hollandse nuchterheid, als zij al bestond, tijdens mijn leven ook verminderd. In mijn jeugd hadden christenen en liberalen moreel de overhand. Beiden hoef je geen sprookjes te vertellen over de menselijke inborst, al bleek achteraf dat zelfs zij bij lange na niet cynisch genoeg waren, getuige alle recente onthullingen over seksueel misbruik door nota bene geestelijken en hulpverleners. Socialisten, die vanaf de jaren zeventig de opinievorming domineerden, ontberen elk cynisme: zij geloven dat iedereen goed is, behalve uiteraard werkgevers, die geen van allen deugen.

In diezelfde periode begon het misbruik van de sociale voorzieningen op gang te komen, en niet zo'n beetje ook. Nog steeds ken ik niemand met een uitkering die de Belastingdienst eerlijk opbiecht wat hij bijverdient. Regelrechte fraude komt ook voor: ik weet zo tien personen te noemen die een individuele AOW ontvangen terwijl zij samenwonen, wat hun duizenden euro's per jaar scheelt. Persoonlijk kan ik mij hier niet druk om maken, al heb ik wel ooit het contact verbroken met een links echtpaar dat steeds op kapitalistische uitbuiters afgaf terwijl het een zuiverder voorbeeld van de omkering ervan bood, namelijk: proletarische uitbuiters. Mijn punt is echter dat leidende kringen in Nederland er wel een kwart eeuw over hebben gedaan om te erkennen dat het niet altijd jofel zat met die uitkeringen en dat controle erop wenselijk was.       

Een dramatischer voorbeeld!

Eind jaren zeventig sijpelden de eerste berichten door dat de inburgering van moslims beroerd verliep. Verwonderlijk was dit geenszins, want het ging om keuterboertjes uit Anatolië en analfabete herders uit het Rifgebergte, die van de ene dag op de andere in een hoogontwikkelde samenleving waren beland. En dan was er ook nog het wereldwijde islamitisch reveil dat gaande was en binnen de eigen gelederen verwarring stichtte. Hoewel een gematigd iemand als Renate Rubinstein al in 1983 waarschuwende woorden sprak, schortte er volgens de meeste opiniemakers echter niets aan die inburgering en zo wel dan lag het aan de intolerantie van gewone Nederlanders; - opmerkelijk, want zij bleken zelfs bereid hiervoor het gekoesterde zelfbeeld op te offeren.

thorn1

 

Ontsnapt aan de Beeldenstorm, vlnr: St. Barbara, St. Isidoor, St. Hubertus, 35 cm hoog, ca 1500. Abdijkerk Thorn.  

 

Alsof een geestelijke Beeldenstorm woedde, werd decennialang iedereen die zijn zorgen uitte over de gebrekkige integratie van moslims van fascisme beticht. Intussen werd de hypotheek op deze ontkenning steeds hoger. Eén Nederlander, Volkert van der Graaf, meende een nationale held te worden door de politicus Pim Fortuyn als was hij een regelrechte nazi te executeren. Fortuyn had er nooit voor gepleit moslims het land uit te zetten; alleen dat zij zich ook ten eigen bate beter aanpasten. Vervolgens meende Mohammed Bouyeri een held van alle moslims te worden door kunstenaar Theo van Gogh midden in Amsterdam ritueel af te slachten. Van Gogh's misdaad: hij had het gewaagd met de islam te spotten. In de hele westerse wereld was tot dan toe geen enkele politicus en geen enkele kunstenaar om deze reden omgebracht, behalve in het nuchtere Nederland. 

Niemand in Den Haag had een adequate reactie op deze gebeurtenissen. Onze nationale politiek heeft veel weg van een Avondje Vara: het begint nog wel met 'wat?' maar het eindigt steevast met 'wie?'. Geert Wilders, die nota bene vanwege de islam een eigen partij begon, kraamt zoveel lulkoek uit dat het soms lijkt alsof hij door moslims is ingehuurd om de aandacht van hen af te leiden. Toch heb ik het idee dat het grote publiek dankzij Wilders het gezond verstand terugkreeg - indirect en in etappes. Als Indische jongen met geperoxydeerd haar ziet hij er uit als een sadhoe, een witgepoederde Indiase bedelaar, naar wie omstanders slechts hoeven te kijken om de zegen te ontvangen. Deze heiligman schenkt echter geen zegen, hij stookt juist vuurtjes op. Ik vermoed dat veel Nederlanders hierdoor begrepen dat hun eigen lijn met de werkelijkheid te lang en te kronkelig was geworden en dat zij die enigszins moesten aantrekken. Het krankzinnige is geweest dat er in de tussentijd Nederlandse moslims waren die wel zakelijk vaststelden dat hun geloofsgenoten... Enfin.

 

Tweettweet


Nu ik erover nadenk: nuchterheid is sowieso geen vruchtbare eigenschap voor onze tijd. De digitale wereld vergt ieders permanente opwinding. Vooral Twitter blijkt een accelerator van jewelste te zijn. Een voordeel van dit medium is dat we alle landgenoten die naar roem snakken overzichtelijk bij elkaar hebben; een nadeel dat we hun gekakel via andere kanalen alsnog vernemen. Het zou mij niet verbazen als dit laatste in Nederland vaker gebeurt. Ik weet niet hoe het in Frankrijk of Engeland zit, maar ik kan me niet voorstellen dat men daar een misdaadverslaggever als Peter R. de Vries voor een praatshow uitnodigt wegens tweets zijnerzijds over onderwerpen die niets met zijn vakgebied van doen hebben (waarbij hij dan ook nog een gezicht trekt als een deskundige bij uitstek). 

Nuchterheid is ook ver te zoeken in het Nederlandse shownieuws, dat dikwijls op een eredienst voor sterretjes lijkt, een hoogmis voor platvloerse goden. Oprecht verbaasd heb ik hier eens met buitenlandse vrienden over gepraat, en na enige uitleg over de betrokken personen konden zij zich inderdaad niet voorstellen dat bij hen een berichtje als het volgende zou rondzingen: 

 

www.nu.nl/achterklap/4064494/jan-smit-hoopt-dochter-zus.html

 

Om tot slot terug te keren naar Pleij: uiteraard presenteert hij Nederland als een aanschakeling van polders te midden van water, veel water. Vlak - of: plat, zoals Gerrit Krol ooit corrigeerde - is ons land inderdaad. Het lijkt wel een zeebodem. Voorbij Duinkerken ga je met de auto een heuvel op en dan is het net alsof je een kust bestijgt en voor het eerst in een driedimensionaal landschap arriveert. Omgekeerd, na een vakantie in Frankrijk, kreeg ik de associatie dat ooit een goochelaar al onze weidevelden had opgetild en daaronder elke oneffenheid had gladgesteken teneinde strakke gazons te verkrijgen. Hartverscheurend wordt dan de aanblik van gebieden die aan inklinking lijden. Het zaakje drijft en zal straks zinken...    

Tegenwoordig ben ik vertrouwd met polders, maar lang was dat voor mij onland: een dikke horizon met erboven een hemel als een glazen gevangenis, een plek om je van te verwijderen. Het heldhaftige Luctor et emergo van de zeeprovincies is mij vreemd, ik zie louter hun kwestbaarheid. Ik verlang ook niet naar de eeuwige zee, of naar gezellige strandvakanties en spannende zeiltochten. Schaatskoorts? Mijn neiging bij een ijsvlakte is niet erop maar eraf!

Godzijdank bestaat Nederland uit meer dan waterrijke polders. Ik kom uit Brabant en daar moest een water gegraven worden, de oersaaie Zuidwillemsvaart. Je had er knusse weitjes en akkertjes, waarvoor de term coulissenlandschap nog te royaal klinkt, het waren groene kamertjes, met erboven de hemel bij wijze van plafond. En daaromheen stonden rokende en stinkende fabrieken die welvaart brachten...

Laatst hoorde ik Pleij op de televisie zeggen: 'Wij Nederlanders...'

Nee, sterker, hij zei: 'Wij Nederlanders, wij...' Een soort overtreffende trap van 'ons'.

Ik, Jef de Jager, ik zou zo'n stijlbloempje nooit hanteren.

 

 

Lonely Minds Club, Oudemanhuispoort februari 2013 e.p., www.lonelyminds.nl/ds.nl

 


* Oktober 2014. Bij DWDD zag ik dat Pleij tegenwoordig gekreukelde jasjes zonder stropdas draagt, comme-il-faut. Ineens merkte ik dat ik genoeg van hem begin te krijgen. Dankzij Paul de Leeuw wisten we al dat voor ijdelheid iemands uiterlijk geen rol speelt, dankzij Pleij weten we nu dat leeftijd er evenmin een dempende werking op heeft. Ofschoon bejaard lijkt hij nog iedere ochtend wakker te worden met de gedachte: Ha, weer een dag dat iedereen van mij kan genieten! 

Psychologie is een raar iets. Massa's mensen zien er redelijk tot goed uit maar onthouden zich van elke pedanterie, omdat ze nooit aan hun eigen kop in de spiegel hebben kunnen wennen. En daar tegenover al die verwaande kwallen met rare tronies...   

Voor alle duidelijkheid, ik heb niets tegen eminence grises maar zij moeten wel eminent zijn. En een Pleij die, ik noem maar wat, over Rembrandt babbelt is even deskundig als een docent op de basisschool. Zo zoetjes aan behoort hij tot een gideonsbende van AOW-ers die niet van de buis is te branden. Als argument voor die voortdurende aanwezigheid hanteert hun aanvoerder, Mart Smeets, zijn eigen conditie: ik kan nog heel goed mee. Maar het enige argument dat telt is: niemand zou mij kunnen vervangen. Met Smeets zijn we dan ogenblikkelijk uitgepraat, evenals met een trits andere journalisten, zoals Hanneke Groenteman, Philip Freriks en Sonja Barend. Over zijn oorspronkelijk vakgebied heeft Pleij wel iets te melden, maar desondanks roept hij bij mij ook de bede op: mag ik nog een tijdje in het ondermaanse verkeren zonder hem? Televisie-bekendheid zou wat mij betreft sowieso niet langer dan tien jaar mogen duren. Het is nu met BN'ers als met monarchen: je ervaart ze als figuranten in je leven, maar in wezen ben jij hun figurant.

 

svenkramer

Humoristisch klinkt het niet, maar humor is echt een trek van Nederlanders. Te koop: Sven Kramer-muts met bovenop een haardos, het betere alternatief voor een toupet. www.jumbo.nl

 

* januari 2017. Bij nader inzien is de aanduiding de '200 van Matthijs' toch niet gelukkig. In plaats van een overzichtelijk netwerk gaat het om een ideologisch-publicitair complex dat ook de VPRO, de NPO, NRC-Handelsblad en de Volkskrant omspant. Ik realiseerde mij dit toen ik dezer dagen las dat Buitenhof-presentratrice Marcia Luyten een biografie over koningin Maximà gaat schrijven. Whoehaha: Marcia Luyten, de quasi-bitse tante die iedere populist en euroscepticus onder vuur neemt! In een persbericht noemde Luyten Maximà alvast 'geloofwaardig, krachtig, inspirerend en verbindend'! Het is toch werkelijk een godswonder hoe een door en door rechtse instelling als het koningshuis bij ons linkse mensen heeft ingepakt. Ik meen te weten wanneer dit begonnen is: met de ontvangsten in de jaren zeventig die kroonprinses Beatrix en prins Claus figuren uit de cultuursector op Drakestein bereidden. Wim T. Schippers en Rudy Fuchs waren diep onder de indruk van hun uitverkiezing en dat sijpelde in de grachtengordel door. Wil je vandaag een kritisch geluid horen over de Oranjes dan moet je bij rechts zijn, maar dat kijkt wel uit om daarmee te koop te lopen, vanwege quasi-bitse tantes als Marcia Luyten.      

* februari 2017. Voor wie in mij de prototypische VVD- er of zelfs PVV-er meent te ontwaren: de recente Stemwijzer wees als mijn eerste voorkeur de PvdA aan, en als tweede de SP. Ik heb wel een hekel aan de farizeeërs van de Vara, die drie eigenschappen vertonen: solidariteit met zwakkeren, de veronderstelling dat anderen die solidariteit ontberen, en dat ze daarom goed voor hun eigen positie moeten én mogen zorgen. Ik vermoed dat een dergelijke mentaliteit het resultaat is van een langdurig beloonde afhankelijkheid, want je treft haar ook aan op universiteiten en bij andere gesubsidieerde instellingen. Tijdens mijn levensjaren heeft gegolden: hoe linkser mensen waren, hoe beter ze terechtkwamen. Anders gezegd: hoe meer ze onze maatschappij verfoeiden, hoe verder ze het daarin schopten. Op het moment dat ik dit schrijf hebben we zelfs een minister die als kraker is begonnen, en geen hond die er iets over zegt.

 

tietenharry

De Alkmaarse garagist Harry Goudsblom - 'Tieten-Harry' - als fan van het vrouwenvoetbal in 2017. www.ad.nl

 

* februari 2018. Wat mij trouwens net zo stoort aan de Vara is de presentatie van de multiculturele samenleving als een nastrevenswaardig ideaal in plaats van een 'Wunschloses Unglück'. Dat ideaal had verbinding moeten brengen maar fungeert al decennia als splijtzwam.  Ontegenzeglijk hebben gewone allochtonen er materieel veel baat bij gehad, al zijn zij daarvoor allerminst erkentelijk en willen zij het liefst allochtonen blijven. Alleen middelmatige zwarte publicisten hebben hier hun walhalla gevonden: zij verwerven status en inkomen met barre verwijten richting Nederland. Als hun helper whiteys fungeren de arbeiderskinderen van de Vara, zelf van jongs af aan in de watten gelegd maar nog steeds boos dat hun ouders slechts arbeiders waren. Ooit zullen zij tot het teleurstellende inzicht komen dat zij voor hun solidariteit niets terugkrijgen, zoals de PvdA al aan den lijve heeft ervaren. Intussen is voor gewone autochtonen, dus het overgrote deel van de bevolking, de multiculturele samenleving hooguit oninteressant - ik zeg hooguit, want in de praktijk zullen zij er meer last dan plezier van ondervinden. Hoewel er tegenwoordig als reactie op de toenemende verdeeldheid een storm van chauvinisme door de media en de politiek waart, denk ik soms dat over enige decennia Nederland niemand meer iets kan schelen en wij hier allemaal bezoekers zullen zijn.

Maar misschien reageer ik te sterk op de wereldvreemde Vara-outlook en word ik daardoor te pessimistisch. Op straat zie ik nog overal levenslustige mensen, behept met de uitdagende maar gezellige humor die Nederlanders van oudsher kenmerkt. Daar zit ook mijn hoop voor de toekomst: dat die mensen hun oren sluiten voor het multiculti gelulti en hun eigen gang blijven gaan. 

 

 


terug naar boven