Volkskarakter NL

 

Het Nederlandse volkskarakter (en de Wet van Pleij)

 

De neerlandicus Herman Pleij geniet een beschermde status, weet ik sinds 1979. In dat jaar verscheen zijn proefschrift Het gilde van de blauwe schuit, over de viering van  carnaval aan het eind van de Middeleeuwen. Een intelligent boek, zonder meer. Pleij's stelling luidt dat het feest in die donkere epoche heeft gediend om de opkomende burgers in de steden een nieuwe moraal bij te brengen, en toen dit gelukt was kon het meteen verdwijnen. Ik vond dat een prikkelende, hoewel zwaar overdreven zienswijze, want carnaval verdween helemaal niet: nog drie eeuwen later vierde men het alom in Nederland op straat!

 

HP

Mediëvist in de jaren zeventig. Trendwatcher in afwachting. www.fanpix.famousfix.com

 

Mijn kritiek was nog een futiliteit in vergelijking met wat de volkskundige Han Voskuil aan te merken had. Voskuil bewaakte zijn vakgebied als een herdershond en stormde op iedere indringer af die naar de voorchristelijke tijd, waarover geen geschreven bronnen voorhanden zijn, verwees. En Pleij deed dat zonder enige schroom; hij voerde zelfs de Germanen op, iets wat na de oorlog in Germany al taboe was. Ik dacht: nu zul je het beleven. Tot mijn verbazing bleef Voskuil echter in zijn hok, hij loerde kennelijk op kleinere prooien.

 

De 200 van de Vara

 

Sindsdien steeg Pleij tot steeds grotere hoogten. Vooral via de Vara maakte hij furore. Hij had geen beter platform kunnen uitkiezen. De Rode Haan hoor je nergens in het land nog kraaien, behalve in de gesubsidieerde mediaren van Hilversum. Met programma's als De wereld draait door en Pauw fungeert de Vara zelfs iedere avond als nationale huiskamer. Ongetwijfeld is dat de resultante van hard netwerken,waartoe de vereniging inderdaad een eigentijdse en zeer strijdbare 200 van Mertens ter beschikking heeft. Maar omwille van de kijkcijfers heeft zij ook haar oude zurigheid afgelegd en vervangen door oude liefdes van de Tros, met oneindig veel aandacht voor allerlei soorten roem. Wat betreft presenteerbare indiscretie en immoraliteit hanteert zij inmiddels al lagere normen dan die omroep. Zonder pretenties geschiedt dit evenwel niet, want dankzij Matthijs en Jeroen zijn sportverslaggevers, cabaretiers en hiphoppers de ware filosofen des vaderlands geworden. Bovendien gelooft de omroep nog heilig in het multiculturele sprookje, waartoe wij dagelijks onevenredig veel allochtonen krijgen voorgeschoteld. Toch blijft bij deze promo de toon luchtig, waaraan het salarisbeleid van de omroep niet vreemd zal zijn. Immers, ook op dit punt heeft de Vara de Tros ingehaald: het is voor de huidige presentatoren buitengewoon lucratief om de gelijkheid tussen mensen te bepleiten. Tegen deze opzichtige decadentie klinkt vanuit de vereniging geen enkel protest, begrijpelijk, want de leden bestaan niet langer uit arbeiders maar uit arbeiderskinderen, die zelf ook graag de zon in de zee zien schijnen als het om overheidsgeld gaat.

 

pleij

Met fladderende handjes bij Matthijs in De wereld draait door . www.uitzendinggemist.nl

 

Pleij, een echte held van deze tijd, vertolkt het levensgevoel dat hierbij hoort perfect. Het is alsof hij voortdurend laat weten: mijn ouders waren ongeletterde mensjes die nooit een cent subsidie ontvingen, maar ik, ik behoor tot de Elite van Nederland. Op die manier wekt hij sympathie én bevestiging ineen. Zijn spraak helpt daarbij, want hij praat even snel als een kolibrie met zijn vleugels trilt. Pleij roept deze ornithologische vergelijking zelf op, want om de aandacht van de kijker vast te houden laat hij tevens zijn handen voorturend rond zijn hoofd fladderen. Ik vermoed dat hij deze perfomance op het schoolplein heeft ontwikkeld om de aandacht van zijn onwillige rechteroog af te leiden. Zijn protestantse achterban zal hiervoor niet onmiddellijk zijn gevallen, immers, zo opgewonden leerden ouderlingen niemand babbelen. Dat hij katholieken bekoort, begrijp ik eerder: qua verschijning lijkt hij het meest op een uitgetreden priester, inclusief de consequent smakeloze stropdas.

Toch speelt hij hoog spel want zijn eerste boodschap luidt: 'O, wat ben ik leuk.' Hij redt het door zijn tweede boodschap: 'O, wat zijn wij leuk.'

Hiermee is het raadsel Pleij nog niet opgelost, want hij is een mediëvist, terwijl de meeste Nederlandse steden niet eens een stratenpatroon uit de Middeleeuwen bezitten. Je hoeft slechts een dagje in Siena of San Gimignano rond te wandelen en je onderschrijft de stelling van de socioloog Johan Goudsblom dat Nederland modern is geboren. Dat Pleij desondanks populair kon worden is een gevolg van zijn eigen herdefinitie tot cultuurhistoricus, om niet te zeggen: trendwatcher.

 

Oranjeklant

 

In die hoedanigheid heeft hij al een flink aantal boeken gepubliceerd. Ook daarvoor heb ik waardering, alhoewel ik wezenlijk met hem van mening verschil. Pleij is dol op Nederland en legt zelfs een verschijnsel als de huidige Oranjegekte enthousiasmerend uit. Hij ziet daarin een vrucht van de ontzuiling: omdat Nederlanders niet langer tot aparte en zeer hechte zuilen behoorden zochten ze een nieuw eenheidssymbool en dat werd het oude koningshuis. Ten bewijze daarvan verscheen hij eens in De wereld draait door met Oranjekitsch en een Wilhelmina-bordje dat nog van zijn ouders was geweest. Voor mij was dit een verbijsterend ogenblik. Ik wist niet beter dan dat de Vara weinig op had met de monarchie maar begreep meteen de reden van die omslag: de omroep telt inmiddels ook flink wat miljonairs van staatswege. Iets anders was dat ik in mijn omgeving werkelijk niemand ken die zulke prullaria bezit. Oranjefans zijn ongetwijfeld de oudste fans van Nederland en het is te begrijpen dat zij met de voortgaande democratisering salonfähiger zijn geworden, maar zij vertegenwoordigen het onderdanigste deel van het volk, waarmee ik, alhoewel een liefhebber van volkscultuur, nauwelijks verwantschap voel. 

 

mokken.jpg

 

Oranje-attribuut, een stijgende volkstraditie. www.holland4you-mokken.nl

 

In mijn optiek betekende de ontzuiling, die inmiddels al vijftig jaar geleden plaatsvond, voor de meeste mensen niet zozeer een verlies van onderlinge banden alswel een grote individuele bevrijding, zeker voor katholieken die van oudsher een lage eigendunk bezaten. Een tijdlang was vervolgens iedereen allereerst Nederlander, zonder dat dit nadruk vergde, want men was tevens Europeaan en wereldburger. 'Een tevreden natie', zo heette een bundel uit 1998 over het naoorlogse Nederland van de hand van de veelgeprezen historicus Maarten van Rossem. Twee jaar later begon de revolte van Pim Fortuyn. Wat Van Rossem, en met hem de gevestigde politieke partijen, niet doorhad waren twee unieke veranderingen in onze nationale geschiedenis die veel burgers wel alarmeerden. Sluipenderwijs hadden bijna twee miljoen niet-westerse immigranten zich hier gevestigd en net zo sluipenderwijs dreigde Europa de zeggenschap over ons land in te palmen. Uit ongenoegen hierover vluchtten mensen al sinds de jaren zeventig in tradities en rituelen. 

Met andere woorden, ik kan in al dat gefeest niets feestelijks zien. Dit staat los van de vraag hoe ernstig je het moet nemen. Omdat ik de fase van bête patriottisme nog heb meegemaakt werd ik zelf somber van het Oranjelegioen dat telkens bij internationale sportwedstrijden ter bedevaart trekt. Op z'n best zag ik er the lonely crowd van David Riesman in, eveneens weinig opbeurend. Pleij is echter lakoniek. Hij betoogt dat het eigenlijk om een parodie op pariottisme gaat, die louter gelegenheid biedt om weer eens uit de ban te springen, want de opblaasbare klompen en de indianentooien verdwijnen na afloop braaf in het tuinhok. Al blijf ik het een treurig gezicht vinden: vooruit.

 

uitblinkers

Op de jaarlijkse Uitblinkersdag ontvangen koningin Maximà en koning Willem-Alexander gasten uit De wereld draait door. www.koninklijkhuis.nl `

 

Eén ding moet ik Pleij nageven: tijdens de laatste troonswisseling pleitte hij voor een ceremonieel koningschap, wat je van echte monarchisten nimmer zult vernemen. Volgens mij is die kant van het koningschap ook de enig verdedigbare; de rest levert louter ballast op. Zelf dacht ik daarbij aan het toeristisch voordeel ervan tegenover het buitenland, Pleij aan de troost en binding die Oranje de natie kon bieden. Uitgerekend op dat vlak wist ik niet of onze twee nieuwe koningen zouden slagen.

Maximà, hoe gewiekst ook, achtte ik de zwakste stee. Haar man ontwapent doordat ook hij lijkt te beseffen dat hij als koning niet de beste propositie aller tijden is; zo niet zij. In afwachting van de intronisatie liet ze zich lelijk in de kaart kijken door te verklaren dat het een eer was om Beatrix op te volgen, - alsof zij haar schoonmoeder opvolgde en 'eer' überhaupt in dit verband een toepasselijk begrip is. Ik heb althans nooit iemand horen zeggen dat het een eer was om de Staatsloterij te winnen. Alle media stonden direct klaar om haar woorden als een verspreking te bagatelliseren, hoewel mijn eigen moeder precies begreep wat ze zei. 

Inmiddels moet ik erkennen dat Pleij ten dele gelijk heeft gehad. Willem Alexander en Maximá functioneren uitstekend, zij het dat zij au fond hetzelfde publiek bedienen als de Vara. Dat is het publiek dat nog iets te verwachten heeft van Nederland. Ik wil zeker niet beweren dat wij deplorable, forgotten people hebben van het slag dat in Amerika Trump aan de macht heeft gebracht; wij bezitten geen Rust Belt. Evenmin stuit ik overal op boze witte mannen, een misselijke vondst van Links om zulke mannen bij voorbaat de mond te snoeren. Wel ken ik veel witte Nederlanders die een gruwelijke hekel hebben aan de multiculturturele praxis in de media. Want hoe boeiend is een boeiende allochtoon? Toch niet boeiender dan een boeiende Urkenaar of Helmonder? Godzijdank bestaan er ook allochtonen die boeien zonder dat hun achtergrond aan bod komt, maar de meesten hebben geen andere boodschap dan dat witte Nederlanders racisten zijn en zijzelf onderdrukte engelen.

 

distressedjeans

Post-proletarische glamour: distressed, destroyed of ripped jeans worden tegenwoordig door alle mondiale merken aangeboden, maar Nederland is het jeansland bij uitstek, aldus het Centraal Museum in Utrecht. (instagram)

 

Ook is het zo dat menigeen zijn kansen ziet slinken in plaats van toenemen. Hier een categorie waarover je nimmer iets hoort: tegenover elk individu dat subsidie ontvangt staan er tientallen die dat niet ontvangen en dan als extra malus met oneerlijke concurrentie te kampen krijgen. Hoeveel mensen dit lot treft weet ik niet, maar het moet een enorm aantal zijn, want ik heb gedurende mijn werkzame leven niet anders meegemaakt dan dat ik het tegen gesubsidieerde lui moest opnemen, die elkaar openlijk de bal toespeelden en net deden alsof de rest niet bestond.

Oneerlijke concurrentie is trouwens in de hele arbeidsmarkt gebruikelijk geworden. Denk aan flexcontracten en social dumping. De kleine man van Louis Davids had vroeger de Vara aan zijn zijde maar nu niet meer. Denk ook aan vrouwen en vertegenwoordigers van minderheden die omwille van het demografische plaatje boven anderen mogen uitstijgen zonder een normale carrière te doorlopen. Bij zo'n carrière hoort: slijmen met de baas, en dat zij daarvan zijn vrijgesteld maakt hun uitverkiezing extra vernederend voor de rest. Binnen het huidige geestelijke klimaat, mogen we concluderen, is de heldenstatus beslist niet meer voor iedereen weggelegd, - tenzij je bijvoorbeeld à la Youp van 't Hek je bourgeoisherkomst verloochent en in een Vara-outfit Vara-meningen gaat verkopen. Welnu, Willem Alexander en Maximá pikken hun gevolg even deemoedig uit. Zij zullen zich nooit inlaten met al degenen die geen privileges van de overheid genieten. En al degenen die niets zien in de smeltkroes die Nederland zou moeten worden maar niet wordt, om over PVV-aanhangers helemaal te zwijgen.       

 

Lof der gewoonheid 

 

In Moet kunnen (2010) waagt Pleij zich aan een mentaliteitsgeschiedenis van 'de' Nederlander. Voskuil zou deze exercitie ronduit verfoeid hebben, maar Pleij bevindt zich in degelijk gezelschap. Welke schrijver heeft zich niet over de Nederlander uitgelaten? Dat dit personage alleen als abstractie bestaat en door de globalisering en de toestroom van niet-westerlingen naar ons land steeds minder dominant wordt, behoeft zelfs geen uitleg. Pleij schrijft Nederlanders bovendien geen statisch volkskarakter toe, zoals de voorganger van Voskuil, P.J. Meertens, nog deed. Wel bezitten zij collectieve herinneringen en ervaringen, waarop zij hun eigen levensstijl en aspiraties afstemmen. Zelf ben ik van mening dat Nederlanders tot vandaag aan hun uiterlijk herkenbaar zijn, vooral de mannen. In het buitenland wijs ik hen moeiteloos aan: een uitvergroot kleuterhoofd à la Duitsers en Vlamingen, maar dan met priemende ogen. Verbaal moet Youp van 't Hek hen tot voorbeeld strekken: net als hij kunnen ze met een dikke tong zeggen: 'Rot toch op, joh'.  

Veel van wat Pleij over onze mentaliteit te melden heeft, klinkt uiteraard bekend. Toch laat hij een vertrouwd inzicht achterwege. Huizinga benadrukte vooral het burgelijke facet in de Nederlandse samenleving, die wezenlijk 'satisfait' was. Bij Pleij trekt op iedere pagina van zijn boek een horde onverzadigbare feestgangers voorbij. In het publieke domein dat hij beschrijft roeren niet langer ernstige lieden de trom doch schmierende BN'ers. Ik realiseerde me dankzij hem hoe snel dit veranderd is. Ieder van ons heeft naast een droom ook een nachtmerrie van Nederland. Twintig, dertig jaar geleden was míjn nachtmerrie: een gedwongen bezoekje aan protestanten die in de dubbele predestinatie geloven - alsof je tussen onterecht veroordeelden belandde. Nu is dat: ik zit thuis rustig een boek te lezen en ineens springt 'Nederlands grootste televisietalent' Paul de Leeuw te voorschijn om met zijn dikke lijf aan een wellustige striptease te beginnen. Camera´s erbij en o wee als ik niet moet gieren van de lach.  

 

treitervlogger

De gebroeders Treitervlogger alias Knuffeltuig te gast in De Wereld draait doorwww.mediacourant.nl

 

Dit leidt tot Pleij's stelling dat Nederlanders van gewoon doen houden. Hoewel de strapatzen van onze Paul anders doen vermoeden is dat zeker een trek in onze geschiedenis geweest. Deels was dit uit nood, want de adel ontbrak om iets anders te wensen. Maar ook binnen de standenmaatschappij die we tot voor kort hadden, gold eenvoud als een groot goed, een vrucht van het calvinisme waarschijnlijk. 

Het gewoonheidsideaal heeft Nederland ook veel opgeleverd. Om te beginnen psychologisch: om ergens goed in te worden moet je eerst erkennen dat je er niet goed in bent. Vervolgens konden talentvolle lieden van bescheiden komaf bij ons maatschappelijk doorbreken. Welbeschouwd is de hele Nederlandse geschiedenis een geschiedenis van nieuwelingen geweest. Cornelis Verolme, om maar iemand te noemen, had slechts de lagere school en bouwde een scheepsbouwimperium. Van Gogh was als schilder een dilettant, maar volgens Picasso was hij in de negentiende eeuw de enige die wist welke richting de schilderkunst uit moest.

 

timmerfrans

Euro-commissaris Frans Timmermans, voor het gemak omgedoopt tot 'Timmerfrans' op Geen Stijl. www.politico.eu

 

Natuurlijk, gewoondoenerij biedt niet louter zegeningen. Als je niet oppast verzeil je levenslang in een roman als Het bureau (iemand wees ook eens op het praatzieke wereldje van Jip & Janneke...). Het grote bezwaar van gewone mensen is dat zij zichzelf als maat der dingen nemen; vandaar dat bij ons een intens banale ouderenpartij als 50Plus in het parlement zitting heeft; overal elders niet eens als idee opgekomen. Evenmin kennen zij een natuurlijke rem op hun carrièredrang. Eurocommissaris Frans Timmermans en dj Giel Beelen vielen vroeger tussen hun klasgenoten nauwelijks op, durf ik te stellen, en waarom moeten zij dan nu wel opvallen? 

Dat onze uitgedragen gewoonheid elders weinig liefde voor ons doet opwellen is duidelijk. Er zijn buitenlanders die onze vrije opvattingen huldigen, maar qua populariteit leggen wij het af tegen de meest bekrompen Italianen, Engelsen, Amerikanen en zelfs Fransen. In Suriname wordt nog steeds geklaagd dat het uitgerekend Nederlanders waren die het land in handen kregen, en J.L. Heldring citeert in Andermans veren een Australische diplomaat over ons optreden in Nederlands-Indië die dat begrijpelijk maakt:

'Zelfs wanneer de Nederlanders goed waren (zoals velen hunner waren) misten ze panache. Ze brachten geen sport of parades of humor of excentrieke aristocraten mee, zoals de Britten dat naar hun koloniën deden. Ze brachten te veel boekhouders mee. Ze waren te efficiënt. Hun deugd werd een ondeugd"

 

Anti-burgerlijk

 

Toch heb ik de indruk dat in de huidige massacultuur niet het verlangen naar gewoonheid overheerst, maar de angst ervoor. In ieder geval is de angst voor burgerlijkheid groot - het tegendeel van wat Huizinga opmerkte. Sinds Vestdijk lees je nooit meer een Nederlandse roman over een arts, laat staan een tandarts; het gaat steeds over steuntrekkers, junks, kunstenaars en immigranten. De stem van de straat klinkt iedere avond tot vervelens toe op tv en legt het alleen af tegen de stem van BN'ers. Daarentegen verneem je zelden een voorzichtige, genuanceerde mening van een ontwikkeld iemand: te saai, niet goed voor de kijkcijfers.

Eigenlijk is de hele gezeten burgerij bij ons uit beeld geraakt. Er bestaat zelfs geen goed woord meer voor. In mijn jonge jaren sprak men over notabelen, maar die zijn qua samenstelling gedemocratiseerd en daardoor als categorie opgelost. Het morele gezag dat er bij hoorde is toegeëigend door de linksige opiniemakers die bij ons immer de boventoon vormen. Het doet tegenwoordig al raar aan als je met resten van de gezeten burgerij geconfronteerd wordt. In het uitgaansleven van de meeste wereldsteden kun je ettelijke heren in keurig pak tegenkomen, in Amsterdamse uitgaansleven daarentegen zal je dat zelden gebeuren en zo wel dan is het een aanstellerige dichter. Serviceclubs als de Rotary en de Lions bezaten tot voor kort standing, nu zijn ze bovenal square. Corpsleden deden buitenstaanders ooit smalend af als knorren, nu heten zij zelf corpspikken. Zelfs foto's van hun feesten maken een on-Nederlandse indruk; je moet je in gedachten naar Engeland verplaatsen wil je nog het normale ervan inzien.

Hockeyers zijn evenzeer getroffen door deze veranderende perceptie; spijtig, wat mij betreft. Hockey bij ons is de enige sport die aan het Engelse landleven doet denken, maar is allesbehalve exclusief: wie mee wil doen, doet mee. Om de gedachten te bepalen: in Engeland zou het eerder een kleinburgerlijke sport heten. In mijn beleving echter zijn hockeyers de plezierigste mensen van Nederland, en hockeysters zelfs de plezierigste (en de mooiste) mensen ter wereld. Waarom? Omdat ze overduidelijk uit een land met een lange geschiedenis komen, zich niet als knuppels en knechten gedragen en een wonderlijke combinatie van levenslust en serieusheid uitstralen. Aan Youp van 't Hek danken we daarentegen het beeld dat het allemaal brallers, kakkers en moederskindjes zijn. Wel, persoonlijk geef ik voor hockeyers de hele Vara cadeau, met Youp erbij.

 

varsity

Een soort Engeland: brassen (in spijkerbroek) tijdens de Varsity 2010, foto Jan Maarten Hupkes https://issuu.com/foliacivitatis/docs/folia28_63    

 

Goed, niet burgerlijk dus; in plaats daarvan: post-proletarische glamour. Een generatie geleden verbaasde Nederland de wereld met de functionele, minimalistische lijnen van Wim Crouwel en Dick Bruna, die klassenloos waren maar stijlvol bleven. De beroemdste meubelontwerper van dit moment, Piet Hein Eek, gebruikt louter sloophout, nog steeds minimalistisch maar dan inclusief verval, dus wezenlijk decadent. Op straat kijken ook rappers, hiphoppers en headbangers, vroeger behorend tot de underground, het zelfverzekerdst om zich heen. En dan al die tattoos en piercings! Jan de Hollander op de piratentoer. Het zal toch ooit de bedoeling zijn geweest om met zulke versieringen op te vallen, maar nu zijn zo wijdverbreid dat je er niet eens naar kijkt. De spijkerboek mag wel de nationale totem heten. Ooit bestempelde zo'n broek de drager als progressief, inmiddels lijkt een Nederlandse massa op een monster met honderden blauwe poten.    

Nederlandse rijken, mits uiteraard onburgerlijk, hebben het ook makkelijker dan vroeger. Weliswaar persen zij zich eveneens bij voorkeur in jeans, zelfs in ripped jeans, maar opzichtige consumptie is niet langer taboe, het minst bij degenen die van huis uit weinig smaak hebben. Als je vandaag door de P.C. Hooftstraat loopt lijkt het alsof de penoze er aan het shoppen is. Vara-voorman Marcel van Dam - ik had het over de lucrativiteit van het gelijkheidsdenken - biedt een illustratie van dezelfde teneur. Als zoon van een politieagent werd hij lid van Nieuw Links, dat bezit bij vererving voor 99 % wilde wegbelasten; inmiddels bewoont hij een landgoed dat ooit de familie Van Oldenbarnevelt heeft toebehoord.

 

Jante

De Wet van Jante, zoals geformuleerd door de Deense schrijver Aksel Sandemose. Voor de Wet van Pleij dient men in elke regel het woordje 'niet' te schrappen. www.wikipedia.nl

 

Post-proletarische glamour lokt niet voor niets, want tegelijkertijd eisen doorsnee-Nederlanders veel aandacht op. Ik heb in ander verband al eens gewezen op het verschijnsel dat bij ons een omgekeerde Wet van Jante lijkt te gelden. Die wet, typisch geacht voor Scandinavië, houdt in dat iedereen zich bescheiden moet gedragen. Nederlanders vinden juist dat anderen zich bescheiden moeten gedragen! Niet zelden pakt dat komisch uit. Bij straatinterviews trekken veel landgenoten een gezicht alsof hun mening überhaupt telt en het finale oordeel aan hen is ('Nee, die Rutte is niet te vertrouwen'). Maar het kan je ook overkomen dat jouw hele reisgezelschap in Calabrië wordt opgehouden door een snaterend vrouwtje uit Heerhugowaard dat voortdurend vragen aan de gids stelt alsof zij een privé-rondleiding krijgt. Of dat de Utrechtse zanger Henk Westbroek in Pauw voor het front van de natie zijn visie op Zwarte Piet uit de doeken doet. Ach, leefde dr. Clavan nog maar, denk ik steevast als een BN'er zijn licht op wereldproblemen meent te moeten werpen. 

Laten we deze omkering van de Wet van Jante de Wet van Pleij noemen.  

 

Tegendraadse tegencultuur

 

De Wet van Pleij maakt de Nederlandse actualiteit tot een fikse kwelling, waardoor je dikwijls het gevoel krijgt dat je nodig met vakantie moet. Niettemin, als je het geleuter van en over BN'ers en de periodieke Oranjegekte weet te ontwijken dan blijft Nederland een aangenaam land om in te wonen. Stille verfijning, zoals hindoestaanse en Indische mensen dat hebben, zul je er nauwelijks aantreffen, maar als door een wonder is hockey onze tweede teamsport gebleven, wat betekent dat het antiburgerlijke gewoonheidsideaal nog niet overal ingang heeft gevonden. Ook de kwaliteit van wetenschappers en professionals blijft relatief hoog, en niet weinig landgenoten excelleren ergens in. Als je ons land op dit punt vergelijkt met - inderdaad: vergelijkbare - streken in de Verenigde Staten dan doen wij het aanmerkelijk beter. Het zou mij zelfs niet verbazen als wij wereldsteden als New York, Londen en Parijs naar de kroon steken qua talent. Hoe kan dat? Genetica zal hierin geen rol spelen, ons onderwijssysteem evenmin, want dat staat bepaald niet als competitief te boek. Ik denk dat de Wet van Pleij zich hier weer laat gelden. Gelijkheid in combinatie met onderscheidingsdrang leidt bij de massa tot gemakzucht en aanstellerij, maar zet begaafde individuen tot ambitie aan. 

De resultaten zijn ernaar. Nederland was vijftig jaar geleden op culinair gebied nog een woestenij, en ziedaar, momenteel hebben we evenveel restaurants met een Michelinster als België, het mekka voor fijnproevers. In sport zijn de prestaties nog opzienbarender, zelfs in takken waarin weinig traditie bestaat, wat extra lastig is. Ik noem uit recente jaren: turnen, zeilen, zwemmen, hardlopen, darten, kickboksen, dammen, autoracen, paardrijden, gamen, scrabbelen en zo voorts. Ook in voetbal draaien we uitstekend mee en leven we eigenlijk boven onze stand. Daarbij speelt wel iets wat met de psychologie van gewone mensen te maken moet hebben: de enorme teleurstelling als de eindoverwinning niet wordt behaald, hoe irrieëel dat ook geweest zou zijn. Mijn idee: gewone mensen raken zo van slag door succes dat ze zichzelf makkelijk overschatten. In dezelfde trant valt uit te leggen dat wij, uitgezonderd in een singuliere sport als het langebaanschaatsen, nooit ware kampioenen hebben voortgebracht, zoals een Mohammed Ali, Lucian Bolt of Pele, wat statistisch gesproken evenmin klopt. Kennelijk is voor ons een paar keer schitteren genoeg. 

 

gerwen

Dartkampioen Michael van Gerwen. Gewoonheid en onderscheidingsdrang. www.dartsblog.nl

 

Zelfs de grootste sportman uit onze geschiedenis ontkwam niet aan dit euvel. Johan Cruijff wist als eerste intelligentie aan het voetbal toe te voegen, nogal een verdienste, want dat was ooit een tergend domme sport. Een speler rende met de bal aan zijn voet in zijn eentje op de goal af en schoot een halve meter voor de keeper tegen de keeper op. Zulke scènes werden gewoon door de televisie uitgezonden. Cruyff kan onmogelijk de beste pingelaar, schutter en teamspeler aller tijden genoemd worden, maar hij ontdekte wel de ruimtelijkheid van het veld, plus dat iedere tegenstander een aparte taktiek vergt. Toch was hij geen echte winnaar, zoals blijkt uit zijn gemankeerde palmares met Oranje. Zijn makke: hij verzandde steeds in ruzies met mindere goden, alsof hij zijn herkomst als eenvoudige jongen uit Betondorp niet wilde verloochenen. Veruit de beste keeper van Nederland, Jan van Beveren, mocht van hem niet mee naar het WK in 1974, de allergrootste fout uit zijn carrière, en in de rust van de finale tegen Duitsland foeterde hij dusdanig tegen de scheidsrechter dat hij een gele kaart kreeg. Ik wist toen al dat we zouden verliezen.   

 

Gouden handjes


In het licht van het bovenstaande mag het geen verrassing heten dat Pleij Nederland nergens een onbeduidend landje noemt, zoals de meeste waarnemers doen. Ik ben het met hem eens, ervan uitgaande dat hij zich niet vereenzelvigt met linkse zielen die op het Malieveld protesteren tegen internationale misstanden en dus in de mening verkeren dat wij een wereldmacht zijn. Die onbeduidendheid brengen politici en zakenlui vooral te berde als zij internationaal hogerop willen of snel een slag kunnen slaan. Nederland is uiteraard niet groter dan het is, maar niet zo lang geleden was het groter. En vandaag moet je minimaal met ondernemer Herman Wijers erkennen dat het nog altijd een 'onderscheidend' land vormt, wat je van België niet meer kunt zeggen (België is het enige echte Europa, samen met Luxemburg). 

Minder stem ik in met Pleij's allesbehalve unieke suggestie dat Nederland welvarend is geworden dankzij kooplieden. In het verleden vergaarden kooplieden ontegenzeglijk rijkdom, zoals de Amsterdamse grachten laten zien. Andere beroepsgroepen trokken hiervan profijt: scheepsbouwers, molenaars en voedselfabrikanten. Hierdoor ontstond aan de Zaan zelfs het eerste industriegebied ter wereld. Aldus zorgden kooplieden inderdaad voor economische bloei, maar niet voor welvaart. De koloniën hebben dit evenmin gedaan, ondanks alle moorden en roofpraktijken die er plaatsvonden - Deirdre McCloskey schat de bijdrage van die kant op hooguit vijf procent van het nationaal inkomen, terwijl dat inkomen de afgelopen twee eeuwen met drieduizend procent is gestegen!

Het zal menig Vara-lid teleurstellen, maar het zijn moderne industriëlen geweest die deze stijging hebben bewerkstelligd. Zij bezorgden honderdduizenden landgenoten de ongekende luxe van een weekloon, en voltrokken vervolgens het mirakel dat bijvoorbeeld een pot pindakaas de helft kost van een zak waarin evenveel verse pinda's zitten. Dit mirakel duurt nog steeds voort, want tegenwoordig betaal je voor een elektrische zaag in een casette met toebehoren bijna hetzelfde als voor een simpele handzaag.  

 

gielbeelen

Gewoon onburgerlijk of onburgerlijk gewoon, Vara-dj Giel Beelen is de bestbetaalde medewerker van de Publieke Omroep. Een kwestie van prioriteiten: voor zijn salaris heb je vier premiers, acht dokters of twaalf leraren. www.tpo.nl

 

Het is wel zo dat handel nergens zo hoog stond aangeschreven als in Nederland. Een van de families die daarmee in goeden doen geraakte heette Bal. Dat vonden de leden niet chic genoeg klinken en daarom stapten zij over op de achternaam van hun moeder: Huydecoper. Wie weleens in de buurt van een leerlooierij is geweest, kent de ongenadige stank van rottende huiden, maar dat men hiervan koper was verschafte kennelijk de gewenste finesse. En dan te bedenken dat Franse en Duitse edelen toentertijd hun titel verloren zodra zij zich met welke commercie ook inlieten.

Tot in de achttiende eeuw onderscheidde Nederland zich met deze handelsgeest. Pleij haalt Diderot aan in diens klacht over Hollanders die graan uit Frankrijk importeerden om dat vervolgens met winst weer aan Frankrijk terug te verkopen. Diderot vond dat immoreel, en dat is het natuurlijk ook. Een goede handelaar, ik citeer uit een helaas onbekend maar boeiend boek, verdient drie keer extra: hij betaalt zijn leveranciers te weinig, hij vraagt zijn afnemers te veel en als het even kan tilt hij ook nog de belastingen. In plaats van welvaart te scheppen, pikt hij eerder welvaart in.

 

vandam

Landgoed Morren te Oosterwolde, residentie van gelijkheidskampioen Marcel van Dam. Quod licet bovi non licet Jovi. www.wikipedia.nl

 

Niettemin bestaat er tot vandaag een heimelijke bewondering voor handelaren, zelfs al betrof hun negotie slaven en wapens, terwijl oerdegelijke fabrikanten onder Nederlandse intellectuelen als gewetenloze profiteurs en onderdrukkers te boek staan. Ik kan het niet hard maken maar volgens mij hebben handelaren, gesterkt door de historische lof die zij ontvingen, ook de overhand in onze industrie gekregen en allerlei bedrijven die met liefde waren opgezet gretig aan buitenlanders verkwanseld: Nutricia, Douwe Egberts, Daf, Nuon - de lijst is eindeloos en deprimerend. De financiële sector hebben ze met hun mentaliteit zelfs grondig weten te verzieken. Mijn overleden vader was een bankier en wel van het oude stempel: een door en door nette man, al zeg ik het zelf, die het algemeen belang diende en zich nooit aan zelfverrijking heeft schuldig gemaakt. Sinds de kredietcrisis mogen we concluderen dat de prudente en trotse bankiers van weleer slinkse handelaren zijn geworden die zelfs niet aarzelden bij de overheid te gaan schooien nadat ze hun klanten dusdanig veel schade hadden berokkend dat er geen winst meer uit te halen viel.

 

Tolerantie en nuchterheid

 

Pleij komt ook met de onvermijdelijke tolerantie op de proppen, die een vrucht zou zijn van 'onze' handelsgeest. Oké, maar die tolerantie was betrekkelijk. De vrijheid van godsdienst gold eigenlijk alleen protestanten uit de Reformatie. Eenmaal aan de macht verboden zij joden en katholieken toegang tot overheidsfuncties. Joden mochten nog herkenbare godshuizen neerzetten, katholieken niet. Feitelijk zijn katholieken zelfs onderdrukt tot 1853, toen er voor het eerst weer een bisschop op vaderlandse bodem werd toegelaten. Hun social neglect heeft veel langer geduurd, misschien wel tot nu. Hoe kan het anders dat we in Nederland wel beroemde protestantse, joodse, islamitische en zwarte auteurs hebben, maar geen katholieke? Laat er geen goede katholieke auteur zijn, iets wat Rudy Kousbroek zal onderschrijven, want volgens hem hebben katholieken een 'hoorbaar inferieur taalgebruik': 'non-U, armoedig en zoetelijk'. Daarentegen werd van de enige Nederlandse komiek die zich moeiteloos kan meten met Charley Chaplin en John Glease zelden gezegd dat hij zeer Rooms was, terwijl uitgerekend dat aspect ervoor zorgde dat ik hem af en toe minder waardeerde. Pleij geeft mogelijk onbedoeld een treffend staaltje van de veronachtzaming die hieraan ten grondlag ligt. Als hij het heeft over de eisen die wij aan nieuwkomers mogen stellen, roept hij op tot geduld, want ook katholieken hebben in Nederland een eeuw nodig gehad 'om zich te emanciperen'. Ik dacht dat Erasmus, Vondel en Jan Steen al geëmancipeerd waren. 

Van tolerantie gaat het naar Hollandse nuchterheid. Tja. Over de bloeddorstige moord op de Martelaren van Gorcum zal ik het niet hebben, maar is er nog weleens iemand die aan de Beeldenstorm denkt? Ik kan niet begrijpen dat een horde woestelingen mooie gepolychromeerde beeldjes te lijf is gegaan, zonder dat dit tot massale protesten leidde. Toen enkele jaren geleden de Taliban uitgehouwen Boeddha's de lucht inblies, was de wereld te klein. Hoe lang geleden ook, de Beeldenstorm is voor mij tot vandaag actueel gebleven, want in Nederlandse films en tv-series meen ik nog steeds de gevolgen ervan te signaleren. Het lijkt wel alsof onze acteurs, een enkeling uitgezonderd, nooit goed naar beelden hebben gekeken en geen weet hebben van driedimensionaliteit. Ze vallen zelden samen met hun rol. Òf ze willen indruk op hun moeder maken òf ze worden mompelende schimmen. Het is heel gek, maar als kijker heb je vaak geen idee wie van hen de hoofdrol vervult.

 

anna

Ontsnapt aan de Beeldenstorm, St. Anna-te-drieën, ca 1500, 80 cm hoog. Abdijkerk Thorn. www.kerkgebouwen-in-limburg.nl

 

De veelgeroemde Hollandse nuchterheid ken ik uiteraard wel, maar ervaar ik alleen bij individuele landgenoten, niet wanneer zij zich groepsgewijs manifesteren, en dat is algauw het geval, getuige de oude Franse zegswijze dat twee Nederlanders een kerk opleveren en drie Nederlanders een schisma.

Naar mijn smaak is de Hollandse nuchterheid, als zij al bestond, tijdens mijn leven ook verminderd. In mijn jeugd hadden christenen en liberalen moreel de overhand. Beiden hoef je geen sprookjes te vertellen over de menselijke inborst. Socialisten daarentegen, die vanaf de jaren zeventig de opinievorming domineerden, geloven dat iedereen goed is, uitgezonderd natuurlijk werkgevers, die geen van allen deugen.

In diezelfde periode begon het misbruik van de sociale voorzieningen op gang te komen, en niet zo'n beetje ook. Nog steeds ken ik niemand met een uitkering die de Belastingdienst eerlijk opbiecht wat hij bijverdient. Regelrechte fraude komt ook voor: ik weet zo tien personen te noemen die een individuele AOW ontvangen terwijl zij samenwonen, wat hun duizenden euro's per jaar scheelt. Persoonlijk kan ik mij hier niet druk om maken, al heb ik wel ooit het contact verbroken met een links echtpaar dat steeds op kapitalistische uitbuiters afgaf terwijl hetzelf een zuiverder voorbeeld van de omkering ervan vormde, namelijk: proletarische uitbuiters. Mijn punt is echter dat leidende kringen in Nederland er wel een kwart eeuw over hebben gedaan om te erkennen dat het niet altijd jofel zat met die uitkeringen en dat controle erop wenselijk was.       

Een dramatischer voorbeeld!

Eind jaren zeventig sijpelden de eerste berichten door dat de inburgering van moslims beroerd verliep. Verwonderlijk was dit geenszins, want het ging om keuterboertjes uit Anatolië en analfabete herders uit het Rifgebergte, die van de ene dag op de andere in een hoogontwikkelde samenleving waren beland. En dan was er ook nog het wereldwijde islamitisch reveil dat gaande was en binnen de eigen gelederen verwarring stichtte. Hoewel een gematigd iemand als Renate Rubinstein al in 1983 waarschuwende woorden sprak, schortte er volgens de meeste opiniemakers echter niets aan die inburgering en zo wel dan lag het aan de intolerantie van gewone Nederlanders; - opmerkelijk, want zij bleken zelfs bereid hiervoor het gekoesterde zelfbeeld op te offeren.

thorn1

 

Ontsnapt aan de Beeldenstorm, vlnr: St. Barbara, St. Isidoor, St. Hubertus, 35 cm hoog, ca 1500. Abdijkerk Thorn.  

 

Alsof een geestelijke Beeldenstorm woedde, werd decennialang iedereen die zijn zorgen uitte over de gebrekkige integratie van moslims van fascisme beticht. Intussen werd de hypotheek op deze ontkenning steeds hoger. Eén Nederlander, Volkert van der Graaf, meende een nationale held te worden door de politicus Pim Fortuyn als was hij een regelrechte nazi te executeren. Fortuyn had er nooit voor gepleit moslims het land uit te zetten; alleen dat zij zich ook ten eigen bate beter aanpasten. Vervolgens meende Mohammed Bouyeri een held van alle moslims te worden door kunstenaar Theo van Gogh midden in Amsterdam ritueel af te slachten. Van Gogh's misdaad: hij had het gewaagd met de islam te spotten. In de hele westerse wereld was tot dan toe geen enkele politicus en geen enkele kunstenaar om deze reden omgebracht, behalve in het nuchtere Nederland. 

Niemand in Den Haag had een adequate reactie op deze gebeurtenissen. Onze nationale politiek heeft veel weg van een Avondje Vara: het begint nog wel met 'wat?' maar het eindigt altijd met 'wie?'. Geert Wilders, die nota bene vanwege de islam een eigen partij begon, kraamt zoveel lulkoek uit dat het soms lijkt alsof hij door moslims is ingehuurd om de aandacht op hem gericht te houden. Toch heb ik het idee dat het grote publiek dankzij Wilders het gezond verstand terugkreeg - indirect en in etappes. Als Indische jongen met geperoxydeerd haar ziet hij er uit als een sadhoe, een witgepoederde Indiase bedelaar, naar wie omstanders slechts hoeven te kijken om de zegen te ontvangen. Deze heiligman schenkt echter geen zegen, hij stookt juist vuurtjes op. Ik vermoed dat veel Nederlanders hierdoor begrepen dat hun eigen lijn met de werkelijkheid te lang en te kronkelig was geworden en dat zij die enigszins moesten aantrekken. Het krankzinnige is geweest dat er in de tussentijd Nederlandse moslims waren die wel zakelijk vaststelden dat hun geloofsgenoten... Enfin.

 

Tweettweet


Nu ik erover nadenk: nuchterheid is sowieso geen vruchtbare eigenschap voor onze tijd. De digitale wereld vergt immers ieders permanente opwinding. Vooral Twitter blijkt een accelerator van jewelste te zijn. Een voordeel van dit medium is dat we alle landgenoten die naar roem snakken overzichtelijk bij elkaar hebben; een nadeel dat we hun gekakel dikwijls via andere kanalen alsnog vernemen. Het zou mij niet verbazen als dit laatste in Nederland vaker gebeurt. Ik weet niet hoe het in Frankrijk of Engeland zit, maar ik kan me niet voorstellen dat men daar een misdaadverslaggever als Peter R. de Vries voor een praatshow uitnodigt wegens tweets zijnerzijds over onderwerpen die niets met zijn vakgebied van doen hebben (waarbij hij dan ook nog cynisch van leer trekt als een deskundige bij uitstek). 

Nuchterheid is ook ver te zoeken in het Nederlandse shownieuws, dat dikwijls op een eredienst voor sterretjes lijkt, een mis voor platvloerse goden. Oprecht verbaasd heb ik hier eens met buitenlandse vrienden over gepraat, en na enige uitleg over de personen in kwestie konden zij zich inderdaad niet voorstellen dat bij hen een berichtje als het volgende zou rondzingen:

 

www.telegraaf.nl/prive/21585084/_Lauren_weg_bij-Jort.html 

 

Filosofisch gestemd omtrent het lot van de moderne mens kreeg ik hen met deze twee verwijzingen die tot de Dag des Oordeels op internet zullen prijken maar alleen totale leefhoofden belang kunnen inboezemen:

 

www.nu.nl/achterklap/4064494/jan-smit-hoopt-dochter-zus.html

 

www.nu.nl/achterklap/4457685/matt-damon-wist-al-langer-van-aankomend-vaderschap-george-clooney.html

 

Om tot slot terug te keren naar Pleij: uiteraard presenteert hij Nederland als een aanschakeling van polders te midden van water, veel water. Vlak - of: plat, zoals Gerrit Krol ooit corrigeerde - is ons land inderdaad. Het lijkt wel een zeebodem. Voorbij Duinkerken ga je met de auto een heuvel op en dan is het net alsof je een kust bestijgt en voor het eerst in een echt landschap arriveert. Omgekeerd, na een vakantie in de Morvan, had ik trouwens de associatie dat een goochelaar onder Nederland het landschap heeft weggetrokken, om alleen een groen laken over te houden.

Intussen bestaat Nederland uit meer dan waterrijke polders. Ik kom uit Brabant en daar moest een water gegraven worden, de oersaaie Zuidwillemsvaart. Tegenwoordig ben ik met de aanblik van polders vertrouwd, maar lang was dat voor mij onland: louter een dikke horizon, met erboven een hemel als een glazen gevangenis, een plek om je van te verwijderen. In Brabant had je knusse weitjes en akkertjes, waarvoor de term coulissenlandschap nog te royaal klinkt, het waren groene kamertjes, met erboven de hemel bij wijze van plafond. En daaromheen stonden rokende en stinkende fabrieken die welvaart brachten...

Laatst hoorde ik Pleij op de televisie zeggen: 'Wij Nederlanders...'

Nee, sterker, hij zei: 'Wij Nederlanders, wij...' Een soort overtreffende trap van 'ons'.

Ik, Jef de Jager, ik zou zo'n stijlbloempje nooit hanteren.

 

Lonely Minds Club, Oudemanhuispoort februari 2013 e.p., www.lonelyminds.nl


* Oktober 2014. Bij DWDD zag ik dat Pleij tegenwoordig gekreukelde jasjes zonder stropdas draagt, comme-il-faut. Ineens merkte ik dat ik een beetje genoeg van hem begin te krijgen. Sinds Arnon Grunberg weten we dat ijdelheid niet noodzakelijk een fysieke component hoeft te bevatten; dankzij Pleij weten we dat ook leeftijd er geen dempende werking op heeft. Ofschoon bejaard lijkt hij nog iedere ochtend wakker te worden met de gedachte: Ha, weer een dag dat iedereen van mij kan genieten! Inmiddels behoort hij tot een gideonsbende van bekende AOW-ers die niet van de buis is te branden. Als argument voor die voortdurende aanwezigheid hanteert hun aanvoerder, Mart Smeets, zijn eigen conditie: ik kan nog heel goed mee. Maar het enige argument dat zou mogen tellen is: geen enkele jongere kan mij vervangen. Met Smeets zijn we dan onmiddellijk uitgepraat, evenals met Hanneke Groenteman, Philip Freriks en een rits anderen. Pleij heeft inhoudelijk meer te bieden dan zij, maar roept bij mij desondanks de bede op: mag ik ook een tijdje in het ondermaanse verkeren zonder hem? Televisie-bekendheid zou wat mij betreft sowieso niet langer dan tien jaar mogen duren. Het is nu met BN'ers als met monarchen: je ervaart ze als figuranten in je leven, maar in wezen ben jij hun figurant.

* januari 2017. Bij nader inzien is de aanduiding de '200 van de Vara' toch niet zo gelukkig. In plaats van een netwerk gaat om een ideologisch-publicitair complex dat ook de VPRO en de NPO omspant. Ik realiseerde mij dit toen ik dezer dagen las dat Buitenhof-presentratrice Marcia Luyten een biografie over koningin Maximà gaat schrijven. Haha: Marcia Luyten, de quasi-bitse dame die iedere populist en euroscepticus onder vuur neemt! Hahaha: In een persbericht noemde Luyten Maximà alvast 'geloofwaardig, krachtig, inspirerend en verbindend'! Het is toch werkelijk een wonder hoe een door en door rechtse instelling als het koningshuis bij ons linkse mensen heeft ingepakt. Ik denk te weten wanneer dit begonnen is: met de ontvangsten in de jaren zeventig die kroonprinses Beatrix en prins Claus figuren uit de cultuursector op Drakestein bereidde. Wim T. Schippers en Rudy Fuchs waren diep onder de indruk van hun uitverkiezing en dat sijpelde in de grachtengordel door. Wil je vandaag een kritisch geluid horen over de Oranjes dan moet je bij rechts zijn, maar dat kijkt wel uit om daarmee op de proppen te komen, vanwege kritische journalisten als Marcia Luyten.      

* februari 2017. Voor wie in mij de prototypische VVD- er of zelfs PVV-er meent te ontwaren: de recente Stemwijzer wees als mijn eerste voorkeur de PvdA aan, en als tweede de SP. Ik heb wel een hekel aan de farizeeërs van de Vara, die drie kenmerken vertonen: solidariteit met zwakkeren, de veronderstelling dat anderen die solidariteit niet opbrengen, en intussen meer dan uitstekend voor zichzelf zorgen. Ik vermoed dat een dergelijke mentaliteit de resultante is van een langdurig beloonde afhankelijkheid, want je treft haar ook aan op universiteiten en bij gesubsidieerde instituten en stichtingen. Wat mij trouwens ook stoort ban de Vara is de presentatie van de multiculturele samenleving als een nastrevenswaardig ideaal in plaats van een 'wunschloses' lot. Zo'n samenleving, wordt mij steeds duidelijker, is slechts een klein beetje interessant voor allochtonen en voor autochtonen hooguit oninteressant, hooguit, want in de praktijk zullen zij er meer last dan plezier van ondervinden.

 


terug naar boven