Koninginnedag

 

 

Een frappant onderscheid tussen mensen en dieren is wel dat dieren geen erfelijk leiderschap, geen monarchie kennen. In het dierenrijk zal altijd de sterkste of de slimste van dat moment de baas zijn; in een monarchie is het mogelijk dat een malle slapjanus koning wordt en vervolgens een halve eeuw aanblijft. Met andere woorden, in zo'n bestel heeft niet kwaliteit de voorrang maar continuïteit. Continuïteit kweekt een band tussen landgenoten. Heiligen en helden kunnen daarvoor eveneens zorgdragen, idem dito de  sterren en sterretjes uit de massamedia. Zou dit recente stardom verklaren waarom het koningshuis tegenwoordig zo geliefd is in Nederland? 

 

Trotse republikeinen  

 

Gegeven het inherente risico van erfelijk leiderschap is het niet verwonderlijk dat er sinds lang voorstanders bestaan van een republiek met verwisselbare leiders. Nederland, nu behorend tot een kleine minderheid van koninkrijken, had zelfs de oudste republiek ter wereld kunnen zijn! Als vroegste stichtingsjaar van de natie mag gelden 1568, toen de bevrijdingsoorlog tegen de Spaanse heerser begon; als laatste 1648, toen de Republiek der Verenigde Nederlanden door andere mogendheden werd erkend. Maar welk jaar men ook verkiest, het beginsel van volkssoevereiniteit, dat aan een republiek ten grondslag ligt, was tijdens de hele tussenliggende periode alleen nog gerealiseerd op het niveau van stadstaten, die sinds lang van het tapijt zijn verdwenen (op San Marino in Italië na).

Als republiek vormde Nederland ook een opmerkelijke uitzondering in de rij van Europese vorstendommen. Wat hierbij vooral speelde was dat niet-adel onder adel verkeerde, eigenlijk een faux pas. In reactie hierop ontstond er in Nederland zeker iets als republikeinse trots, aangemoedigd door het economische succes van de beginjaren. De politieke elite doste zich bij voorkeur in het zwart uit en ging te voet over straat; een schril contrast met haar evenknieën elders. Uit de zeventiende eeuw zijn ook wel verhalen bekend van Nederlanders die meewarig deden tegen Fransen en Engelsen, omdat zij onderdanen waren, geen vrije burgers. Het Nederlandse republicanisme werkte zelfs aanstekelijk. Het staat vast dat de Amerikaanse Declaration of Independence is geïnspireerd op het Plakkaat van Verlating, waarin het recht op zelfbeschikking is verwoord. En beluisteren we in de naam voor de groepering die in 1792 in Frankrijk de macht greep, de bourgeoisie, geen verwijzing naar de 'burgerij', die in Nederland al eeuwen de lakens uitdeelde?

 

 plakkaat

Het origineelste document uit de Nederlandse geschiedenis: Het Plakkaat van Verlating of Acte van Verlating, uit 1581. Onderdanen zijn er niet voor een vorst, maar andersom. Een vorst dient zijn volk te beschermen, zo niet dan mag hij 'vervallen' worden verklaard, ook al is hij door God verheven in zijn functie.

 

Anderzijds heerste er ook onzekerheid over de unieke status. In eerste instantie ging men naarstig op zoek naar een buitenlandse edelman die bereid was koning te worden; zonder resultaat. Nederland bleef hierdoor een verzameling gewesten en steden. Als hoogste ambtsdrager fungeerde ook geen president doch een raadspensionaris die onder de Staten-Generaal viel. Voor de Oranjes werd de functie van stadhouder gereserveerd, alsof zij net als in de Spaanse tijd iemands stedehouder, dat wil zeggen: plaatsvervanger, waren.

Een lelijke smet op het republikeinse gedachtegoed was bovendien dat de provincie Brabant door de Staten-Generaal als 'wingewest' zonder stemrecht werd bestuurd. En een huichelachtig aspect was dat de republiek zogenaamd omwille van de vrijheid van godsdienst was geboren, maar dat alleen lidmaten van de Hervormde Kerk overheidsfuncties mochten bekleden. Katholieke geestelijken werden zelfs uit de noordelijke provincies verdreven en moesten in het hele land hun godshuizen overdragen aan protestanten, zelfs wanneer die ter plaatse een minieme minderheid vormden. In tegenstelling tot joden mochten katholieken ook tweehonderd jaar lang geen herkenbare kerkgebouwen neerzetten, slechts schuilkerken.  

Het Oranjegezinde verhaal wil dat de twijfel over de Nederlandse staatsvorm toenam toen in de achttiende eeuw de grote koninkrijken economisch en politiek succesrijker waren dan Nederland. Dat is kras, aangezien juist die eeuw volledig krankzinnige koningen voortbracht, zoals George III van Engeland en Christiaan VII van Denemarken. Ook namen destijds lang niet alle onderdanen genoegen met hun monarch. De Franse Louis XVI belandde na een volkstribunaal op de guillotine, de Russische tsaar Paul I werd door zijn eigen hovelingen gewurgd.  

Nederland was echter nog wel een verzameling gewesten, in plaats van een eenheidsstaat. De politieke klasse zorgde ook nimmer voor legitimerende rituelen, zoals in de Verenigde Staten van Amerika gebeurde. De grote massa legde hierom weinig geestdrift aan de dag voor de republiek. Maar die massa lijkt ook een oerverlangen naar de monarchie te bezitten, alsof verering en erfopvolging tot de menselijke dispositie behoren. Een analogie met het bedrijfsleven dringt zich hierbij op: bedrijven starten meestal als familiale aangelegenheid. En nog vreemder: nergens is de persoonsverheerlijking groter dan in communistische landen en volksdictaturen; zelfs erfopvolging komt er geregeld voor.

 

prinsjesdag1650

Prinsjesdag door Jan Steen, ter gelegenheid van de geboorte van Willem III op 14 november 1650. (Rijksmuseum) 

 

Het is in dit licht begrijpelijk dat er al vroeg spontaan volksvertier ontstond op verjaardagen van prinsjes. Jan Steen schilderde in 1650 of daaromtrent zo'n Prinsjesdag: een drankfestijn in een herberg, ter gelegenheid van de geboorte van prins Willem III, de latere koning van Engeland. Stadhouder prins Willem V (1748 - 1806) is waarschijnlijk de eerste geweest die zijn Prinsjesdag, op 8 maart, meenam naar zijn volwassenheid, maar dat had een politieke achtergrond. Hoewel de stadhouder lang niet de macht bezat van een koning, kon hij danig invloed uitoefenen via benoemingen. Met als aanleiding de deplorabele staat van 's lands economie kwamen ondernemende burgers in verzet tegen dit zogeheten stadhouderlijk stelsel. Zij tooiden zich veelzeggend met de naam patriotten en richtten in ettelijke steden exercitiegenootschappen op die Willem V moesten imponeren. Het jaar 1787 werd voor hen cruciaal. Twintigduizend gewapende manschappen verzamelden zich in Utrecht. In Amsterdam namen patriotten zelfs officieel de macht over. Nu woonden aldaar op Kattenburg veel scheepstimmerlieden die de Prins steunden; zij verschenen op zijn verjaardag joelend in de straten van hun eiland. Volgens de Nederlandsche Courant van 12 maart werd toen tenminste één 'Orange-schreeuwer' in de kraag gevat. In de maanden daarop zouden nog meer schermutselingen volgen, tot en met een 'Bijltjesdag'. Een militaire interventie van de zijde van Willem's zwager, de koning van Pruisen, smoorde een Nederlandse burgeroorlog in de kiem.   

 

exercitiegenootschap

Exercitiegenootschap Sneek, 1786, aquarel Hermanus van der Velde. Prins Willem V had eind 18de eeuw al een eigen Prinsjesdag, maar Exercitiegenootschappen van patriotten namen in 1787 daadwerkelijk de wapens tegen hem op. (Wikipedia)

 

Als om deze overwinning te gedenken werd tijdens het verdere stadhouderschap van Willem V in het hele land Prinsjesdag gevierd. Daartoe verrezen volgens Jan ter Gouw 'transparante Oranjebomen' op pleinen, met een namaakprins en -leeuw eronder, en een brandende teerton ernaast, waaromheen werd gedanst. Op Kattenburg pakte men passanten die weigerden hieraan mee te doen stevig aan. Toch zag het er geenszins naar uit dat monarchisten de overhand zouden krijgen. Prins Willem V bleef bij bestuurders dermate onpopulair dat hij in 1794 wijselijk de benen naar Engeland nam bij het naderen van de Franse invasietroepen. 



Monarchie als splijtzwam 

 

Napoleon liet zien wat het betekent als volkssoevereiniteit niet als hoogste beginsel geldt: een vreemde mogendheid kan dan zomaar een ander land inpikken. Via zijn broer Lodewijk, het eerste 'conijn van Holland', raakten Nederlanders vervolgens vertrouwd met onderdanigheid. Dit wende blijkbaar zo snel dat Willem I, zoon van de gevluchte stadhouder, in 1813 met behulp van enkele medestanders de vacante troon kon bezetten die Lodewijk na de val van Napoleon achterliet. Formeel-juridisch gesproken was dit een staatsgreep.

De prille monarchie bracht zeker niet de voorspoed waarop haar propagandisten hadden gehoopt. Zoals het een vorst betaamt transformeerde Willem I de Indische archipel tot een heuse kolonie, en hij zorgde tevens voor economische impulsen. Maar als bindend figuur, wat altijd als belangrijkste argument vóór een monarchie telt, faalde hij jammerlijk. Zoals bekend had het Congres van Wenen België bij Nederland gevoegd. Willem I kon de Belgen nimmer paaien en zij scheidden zich in 1830 weer af. Vermoedelijk is er in de militaire geschiedenis zelfs geen potsierlijker aftocht geweest dan die van het Nederlandse leger uit België het jaar daarop, waarbij de koning vergat Antwerpen te claimen, dat Nederlands wilde blijven. Het is dat Hollandse protestanten Vlaamse katholieken maar al te graag als vijanden zagen, anders was hij terstond op de boot naar Engeland teruggezet.

Dit antipapisme speelde andermaal toen Willem als weduwnaar wilde hertrouwen met een katholieke, Waalse gravin Henriëtte d' Oultremont. In een calvinistisch land was een dergelijk huwelijk niet mogelijk: Willem zag zich gedwongen af te treden ten gunste van zijn zoon Willem II. Ironisch was dit wel, want deze Willem onderhield homoseksuele relaties, iets wat toen kwalijker werd geacht dan katholiek zijn en hem voor geen enkele openbare functie in aanmerking had doen komen. Blijkbaar kon het koningschap ook voor de koning een vluchthaven betekenen. Halverwege de negentiende eeuw deed zich de wonderlijke figuur voor dat er in Europa alom verzet tegen de monarchie rees, maar dat Nederland, ooit inspirator van dat verzet, nu dit staatsbestel verdedigde. Willem II  bracht de wijsheid op zijn macht grotendeels in te leveren, waarmee hij nipt de troon redde, want ettelijke Europese koningen die daartoe niet genegen waren, moesten volledig het veld ruimen.

 

gorilla

Anonieme brochure Uit het leven van koning Gorilla uit 1887 over Willem III, die Nederlanders betitelde als 'stomme ossen, canaille en rapaille'. www.issg.nl  


Opvolger Willem III leek zich niet te kunnen voegen naar de zogeheten constitutionele monarchie, al zou juist hij het nut daarvan demonstreren. 'Koning Gorilla' presteerde het om na een hem aangedane belediging de Minister van Oorlog opdracht te geven met het Nederlandse leger naar Zwitserland op te trekken. Bij een andere gelegenheid beval hij de burgemeester van Den Haag te arresteren én te fusilleren. Onberekenend was hij intussen geenszins. Hij verbood zijn oudste zoon te trouwen met een meisje Van Limburg Stirum, wier grootvader nota bene een van degenen was geweest die ervoor had gezorgd dat de monarchie in 1813 was gevestigd. Het meisje was weliswaar gravin en van oudere adel dan de Oranjes, maar... geen prinses, wat tot de onbestaanbare situatie had kunnen leiden dat Willem III na zijn aftreden een onderdaan van een onderdaan zou worden. Zelf probeerde hij na de dood van zijn eerste echtgenote met zijn toenmalige minnares een morganatisch huwelijk te sluiten, een 'huwelijk met de linkerhand', dat eventuele kinderen eruit niet eens recht gaf zijn familienaam te gebruiken. Ook het Nederlandse volk kon hem niet bekoren: 'stomme ossen, canaille en rapaille', oordeelde hij. 

Een feest vormde de Nederlandse monarchie al met al nog steeds niet. Net als ten tijde van de Republiek ontstonden er ook nauwelijks ceremonieën omheen die jubel en instemming opriepen. De privacy van de Oranjes gold als heilig, zoals al blijkt uit de ontoegankelijkheid van hun grafkelders in de Grote kerk van Breda en de Oude Kerk in Delft - in een geconstrueerde monarchie als België is dit al anders. Slechts het uitspreken van de jaarlijkse troonrede op het Binnenhof ging sinds 1815 met een feestelijke rijtoer gepaard, doch een benaming voor dit gebeuren had men niet. Nu had vooral koning Willem II van die rijtoer werk gemaakt. Hijzelf zat daarbij te paard en nam in zijn kielzog zijn zonen mee. Iemand moet naar aanleiding daarvan op de gedachte zijn gekomen het woord Prinsjesdag, vacant sinds de dood van Willem V, hiervoor te bezigen, maar dan als meervoud, dus als dag van de prinsjes in plaats van als dag van het prinsje. Halverwege de negentiende eeuw was deze interpretatie alom aanvaard, want in 1857 meldde het Nieuw Amsterdamsche Handels- en Effectenblad over de opening van de Staten-Generaal: 'Er bestaat in de hofstad een algemeen verspreide volksoverlevering dat op Prinsjesdag [!] altijd de zon zal schijnen'.   

 

lintjesregen

De jaarlijkse Lintjesregen begon eerst in 1892, toen de Orde van Oranje Nassau werd ingesteld. Volgens de officiële site www.lintjes.nl is die Orde bedoeld om 'mensen uit de lagere klassen en standen een koninklijk schouderklopje te geven'. Lagere klassen èn standen? Een koninklijk schouderklopje? 

 

De instelling van de monarchie in 1813 daarentegen werd slechts eens in de vijfentwintig jaar gevierd met een kleine nabootsing van de landing van Willem I op het strand van Scheveningen. Dit was nog enigszins begrijpelijk, want zoals gezegd vormde die landing een episode uit een staatsgreep. Maar ook verdienstelijke burgers werden geen bondgenoot gemaakt van de monarchie, want sinds Willem I bestonden er slechts twee ordes met een beperkt bereik: de Willemsorde voor militairen en de Orde van de Nederlandse Leeuw voor de hoogste standen.

Een grootse militaire parade op koninklijke verjaardagen ontbrak, evenals, nog opvallender, een imposante wisseling van de wacht, wat zelfs in Scandinavische landen tot het vaste repertoire behoort. De vergelijking met die landen doet vermoeden dat er in Nederland meer achter stak dan een protestantse hang naar eenvoud. De republikeinse geest leefde nog volop. Opkomende socialisten verwierpen de monarchie op principiële gronden, en onder Amsterdamse  patriciërs was het niet ongewoon hooghartig een aanbod af te wijzen om door de koning in de adelstand te worden verheven (al had dit soms te maken met het feit dat er slechts een jonkheerschap in het vat bleek te zitten).

Saillant voor het geringe enthousiasme mag zijn dat in 1814 een eerste lokale Oranjevereniging het licht had gezien, in het dorp Bathmen, maar dat dit voorbeeld decennialang nergens navolging vond. Bijna tegen de keer in presenteerde zich in 1865 de Nederlandsche Oranjevereeniging, die de weldaden van het Huis van Oranje voor Nederland onder de aandacht wilde brengen, 'inzonderheid der laatste drie eeuwen op Gereformeerden grondslag'. Zeven jaar later zou deze religieuze claim nog stelliger klinken in de oprichting van een Haagsche Christelijke Oranjevereeniging. Hoewel  protestanten zich dus als eersten rondom de monarchie schaarden, werd hun enthousiasme danig op de proef gesteld. De zonen van Willem II en III overleden de een na de ander en als door een wonder wist laatstgenoemde nog net een troonopvolgster op de wereld te zetten, prinses Wilhemina.  

 

Feestende onderdanen


Wellicht is het de Nederlandsche Oranjevereeniging geweest die de eerste initiatieven tot georganiseerde Oranjevreugde heeft ontplooid. Willem III was jarig op 19 februari, wat slechts gevierd werd met een receptie en bal voor genodigden. Maar in 1869 viel in dit verband opeens de term Koningsdag, met een openbare uitvoering van de Nationale Zangschool in Den Haag. In 1883 was er zelfs sprake van een Koninginnedag, op 2 augustus, de verjaardag van Willem's tweede vrouw, koningin Emma. Het dagblad De West-Indiër deed hiervan verslag uit de residentie: de driekleur hing huis aan huis, een vrolijke menigte bevolkte de hoofdstraten en 's avonds lokte het geïllumineerde Haagse Bos vijftigduizend nieuwsgierigen.

 

wilhelminamok

Emaille Wilhelminabeker 1898, aangeboden in 2013 op www.marktplaats.nl. Een stille maar kwantitatief enorme traditie, die ook in Engeland gewild is als huiselijk aanhankelijkheidsbetoon. Hoewel 'Oranjegoed' nog steeds wordt vervaardigd, is niemand op zoveel voorwerpen afgebeeld als Wilhelmina.

 

Zelfs Koningsdag raakte letterlijk ingeburgerd. In 1887, bij de zeventigste verjaardag van Willem III, meldde W.F. Margadant in de Nederlandsche Spectator dat gemeenten hiervoor verlichting, muziek en vuurwerk aanleverden en dat er volksspelletjes werden gehouden als mastklimmen, worstelen en touwtrekken. De schrijver pleitte ervoor dat de planken van de tribunes voor lieden die niet tot 'het volk' behoorden, zouden worden gebruikt om dansvloeren te creëeren, zodat ook vrouwen en meisjes plezier konden beleven. Dit klinkt tamelijk idyllisch. De andere kant van de medaille was dat deze Koningsdag voor het eerst een 'Oranjeterreur' opriep. Vanwege het verschijnen van de brochure Uit het leven van Koning Gorilla belaagden koningsgezinden dagenlang huizen en panden van socialisten. De anarchist Domela Nieuwenhuis verdween zeven maanden (!) achter de tralies wegens majesteitsschennis, omdat hij zich achter die brochure had geschaard en betoogde dat de koning weinig werk van zijn 'baantje' maakte.

In rudimentaire vorm zien we dus hier de huidige Koninginnedag. Hoe vanzelfsprekend zo'n feest ook mag lijken, dat is het niet. In Engeland is Queen's Day tot op heden een aangelegenheid voor haarzelf: zij neemt dan deel aan een parade, Trooping the Colour, waaraan het publiek zich mag vergapen, en dat is het. Maar Engeland is ook wel het meest feodale land van Europa: de geboorte van een verre troonopvolger leidt er tot spontane volksvreugde in de straten en zelfs serieuze kranten melden dat het ouderpaar in kwestie het ziekenhuispersoneel heeft bedankt... In België zijn de verhoudingen afstandelijker, hoewel minder feodaal. Op 15 november wordt daar Koningsdag gevierd met een plechtige mis, waarbij alle leden van de koninklijke familie aanwezig zijn, behalve de koning. Het heet dat hij onmogelijk zichzelf kan vieren, maar intussen is een hogere vorm van eerbetoon niet denkbaar. Door een volk, zoals in Nederland gebeurt, uitdrukkelijk tot festiviteiten uit te nodigen krijgt het een blijk van erkenning die andere vorstenhuizen onnodig achten. In die zin is dat democratisch, al zit er ook een hiërarchisch element in. Want waarom zouden onderdanen de verjaardag van hun koning vieren? Tot in de twintigste eeuw vierden de meeste Nederlanders hun eigen verjaardag niet eens.   

 

kroning98.jpg

 De behoefte aan eenheid was aan het eind van de 19de eeuw groot. Kroningsfeest 1898 in het katholieke Helmond, een kopie van de Eifeltoren. (RHC-Eindhoven).

 

In het verlengde van de Koningsdagen lanceerde in 1885 het liberale Utrechts Provinciaal en Stedelijk Dagblad het voorstel om van 31 augustus, de verjaardag van Wilhelmina, een jaarlijkse Prinsessedag te maken. Verwarring met Prinsjesdag leverde dit niet op, want ook toen alle Nederlandse prinsen gestorven waren, bleef het grote publiek de opening van de Staten-Generaal aldus betitelen (de overheid zou dat pas vanaf 1930 weer gaan doen). Oranjeliefde was de drijvende kracht achter dit voorstel, maar volgens de historicus Henk te Velde speelde een nog belangrijkere rol de sociale onrust die rondom de industrialisatie aan het ontstaan was èn de begeleidende versnippering als gevolg van de ontluikende verzuiling. De vijfjarige kroonprinses kon als nationaal bindmiddel fungeren.

Andere steden deden spontaan mee met dit feest. In 1887 volgde Amsterdam. Dat was precies een jaar na het verschrikkelijke Palingoproer, dat maar liefst 26 doden en 136 gewonden had opgeleverd. Net als in Utrecht was de organisator hier de door de overheid gesubsidieerde Vereniging tot Veredeling van het Volksvermaak en dat geeft een ander oogmerk van het feest weer: beschavingsarbeid. Wat dat betreft had Prinsessedag het niet eenvoudig, want in veel steden en dorpen vonden in dezelfde maand kermissen en oogstfeesten plaats, waarbij het publiek flink uit de band sprong.

Na de dood van Willem III zag koningin-regentes Emma het als haar taak de schade te herstellen die hij het koningschap had toegebracht. Koninginnedag was totdan aan haar eigen verjaardag gekoppeld, maar vanaf 1891 werd dat de verjaardag van haar dochter op 31 augustus, ook al was de laatste nog steeds prinses. Het jaar daarop werd voor 'gewone' mensen de Orde van Oranje Nassau ingesteld, en sindsdien kent Nederland de traditionele Lintjesregen (al werd die aanduiding reeds eerder gebezigd). De regentes pikte tevens de suggestie op om haar dochter als bindmiddel in te zetten, want ze regelde tot in de kleinste steden feestelijke intochten voor haar. De presentatie van het onschuldige prinsesje  sorteerde onmiddellijk effect. De socialistische zuil bleef voorlopig de monarchie verfoeien, maar andere zuilen stelden hoopvol vast dat Oranje aan de onderlinge verdeeldheid een einde kon maken.

 

oranjevereniging 

Christelijke Oranjevereniging Nijverdal, jaren twintig. Blijkens de aanwezige hoeden en petten bestond er geen standsverschil bij Oranjeliefde. Exclusief waren alleen het geslacht èn de godsdienst. De band tussen het Huis van Oranje en het protestantse volksdeel was hecht. Katholieken vernoemden geen enkele Oranjevereniging naar zichzelf. (Beeldbank Hellendoorn).

 

Wilhelmina's inhuldiging in 1898 werd meteen met een zelden vertoond enthousiasme gevierd, èn met een fanatieke intolerantie jegens hen die geen zin in het feest hadden. Domela Nieuwenhuis kreeg in zijn woonplaats Baarn stenen door zijn ramen gegooid omdat hij de nationale driekleur niet uitstak. Het gelegenheidsliedje Oranje Boven, leve de koningin moest iedereen opzwepen. Speciale comités verzorgden in dorpen en steden kroningsfeesten; zij ontvingen daarvoor zoveel complimenten dat menig comité direct werd omgezet in een permanente Oranjevereniging. Vooral populair was het planten van een Wilhelminaboom, sindsdien een gebruik bij andere troonopvolgers. Likeurfabrikanten van hun kant verhoogden de animatie door gratis Oranjebitter beschikbaar te stellen, totdan een obscuur drankje dat voor het eerst bij Willem I was geschonken (maar als zoete oranjelikeur terugging tot stadhouder Frederik Hendrik). En nota bene burgers uit het republikeinse Amsterdam zamelden geld in om de jonge vorstin in 1903 een gouden koets te schenken, die bij de opening der Staten-Generaal was te gebruiken. 

Toch veroorzaakten volgende Koninginnedagen minder geestdrift. Een eigenaardigheid van Wilhelmina was dat zij zich dan nimmer vertoonde. Men vierde het feest dus zonder haar, net als in België gebeurt op Koningsdag. Bovendien was er de genoemde concurrentie met de kermis en oogstfeesten. Een enkele stad, zoals Rotterdam in 1908, verbood om die reden zelfs haar kermis, maar dat had tot gevolg dat de uitspattingen zich naar het Oranjefestijn verplaatsten, wat ook weer niet de bedoeling was. 

 

 notenkraker.jpg

Albert Hahn, in reactie op de blijheid in de Tweede Kamer over de zwangerschap van koningin Wilhelmina in 1909, vier maanden voor de geboorte van prinses Juliana. De Notenkraker, 10 januari 1909. Tot ver in de 20ste eeuw was een republikeinse gezindheid onder sociaal-democraten volkomen vanzelfsprekend. www.iisg.nl

 

In mei 1902 bleek Wilhelmina, net getrouwd met prins Hendrik, aan typhus te lijden. Het volk leefde intens met haar mee, maar bij gebrek aan een eigen erfopvolger zat het ook in de rats dat de Nederlandse troon - een van de idioterieën van het monarchale stelsel - zo maar in compleet Duitse handen had kunnen vallen (de familie Reuss uit het grensgebied met Polen). Toen Wilhelmina tegen de verwachting in genas, werd Koninginnedag extra gevierd. Pas zeven jaar later werd de troon veiliggesteld dankzij de geboorte van prinses Juliana; een nieuwe impuls voor Oranjeliefde. Hierdoor nam de betekenis van Koninginnedag geleidelijk toe, waarbij de datum een handje hielp, althans voor kinderen. In 1900 was de leerplicht ingevoerd, die het aantal schoolkinderen deed exploderen. Op 31 augustus vierden die kinderen hun laatste vakantiedag en de Oranjeverenigingen stonden dan klaar met allerhande spelletjes. Als kinderfeest sloeg Koninginnedag dus eerst aan.

In de jaren die volgden kreeg Wilhelmina zowel te maken met toenemende steun als met openlijk verzet, met name van de zijde van socialisten. Al voor de Eerste Wereldoorlog doopten de laatsten Prinsjesdag om tot Rooie Dinsdag, en na de wapenstilstand van 1918 volgde de revolutiepoging van Troelstra. Terwijl in Duitsland de vorsten een voor een vielen, hoefde Wilhelmina slechts met haar dochter per koets door de straten van Den Haag te rijden om uitbundig aanhankelijkheidsbetoon te ontlokken. Hoe zij eigenlijk dacht en optrad deed er nauwelijks toe. Zo weigerde zij in 1928 de Olympische Spelen in Amsterdam te openen, omdat de organisatie niet van te voren had laten vragen welke datum háár schikte, maar er was geen mens die de majesteit zulke hoogmoed kwalijk nam.  

 

dirkoudes1

De 20ste eeuw liet in Noord-Nederland spontane volksvreugde zien bij de geboorte van troonopvolgers, zoals hier in Alkmaar op 31 januari 1931 bij de geboorte van prinses Beatrix, Dirk Oudes. (www.pinterest.com, pinner Jan Oud)  

 

Onder Wilhemina namen protestanten in het aanhankelijkheidsbetoon andermaal het voortouw. In 1910 was er al een Christelijke Bond van Oranjeverenigingen gevormd, terwijl nog niet één katholieke vereniging het licht had gezien. Die zou er merkwaardigerwijs ook niet komen: katholieken richtten zulke verenigingen zeker op maar zij verbonden er nimmer de letters R.K. aan, iets wat ze al deden bij de fameuze geitenfokvereniging. Immers, sinds de Reformatie stonden de Oranjes te boek als anti-paaps, hoewel te betwijfelen valt of ze daar eigenlijk slim genoeg voor waren. In Brabant maar vooral in Limburg leidde dit tot een historische onverschilligheid jegens de monarchie die nog niet helemaal is verdwenen. Uiteindelijk zou in 1995 een algemene Oranjebond ontstaan, wat vooral betekende dat protestanten hun exclusieve aanspraken opgaven en bereid waren de Oranjeliefde met iedereen te delen.

 

koninginnefeest1938

Aubade te Venray op Koninginnedag 1938, door Johan Keuken. Gezongen ochtendgroeten vóór het stadhuis, met oud-vaderlandse liedjes als De zilvervloot en 'k Heb u lief, mijn Nederland, kwamen sinds de geboorte van Wilhelmina in zwang. De traditie is tanende maar anno 2017 nog levend op 150 plaatsen, met name in de biblebeltwww.limburgsmuseum.nl.    

 

Gegeven de weinig verheffende ervaringen met de drie eerdere vorsten moet onder Wilhelmina het veelgehoorde argument zijn opgedoken dat in Nederland alleen een Oranje de rol van staatshoofd kan vervullen, omdat geen enkele politicus daartoe het niveau zou bezitten - een argument van de perfecte onderdaan! En dan te bedenken dat kwaliteit helemaal geen raison d'être van een monarchie is en dat het huidige koningschap van een individu nauwelijks meer vergt dan gezond verstand, enig plezier in decorum en de bereidheid om zich door publiek te laten aanstaren - de droom van een ieder die beroemd wil worden. Een koning hoeft ook alleen maar te zijn wie hij is; zijn onderdanen zullen hem nooit voor een betere kandidaat inwisselen, iets wat in het bedrijfsleven en in de politiek permanent gebeurt. Het is zelfs nog sterker: misdragingen die elke ondernemer en politicus de kop kosten worden leden van de Koninklijke Familie nauwelijks aangerekend. En over het algemeen nuchtere mensen wedijveren nog met elkaar in loftuitingen voor de vorst, zelfs als daar geen enkele aanleiding toe is. Kennelijk was de herinnering aan de Republiek al aan het vervagen.

 

Defilerend volk 

 

Nadat Juliana in 1948 als koningin was ingehuldigd, werd vanaf het jaar daarop Koninginnedag op haar eigen verjaardag gevierd, 30 april. Tijdens de Bezetting was Oranje een symbool van hoop geworden, en vaderlandsliefde speelde hoog op. De jaarlijkse Dodenherdenking op 4 mei en de aansluitende Bevrijdingsdag, weliswaar een tijd lang facultatief, zorgden samen met de nieuwe Koninginnedag voor een week vol nationaal besef.

Juliana bedacht een manier om ook volwassenen bij het feest te betrekken: het jaarlijkse defilé op Soestdijk. Een defilé is oorspronkelijk een aangelegenheid voor het leger maar al in de negentiende eeuw was het niet ongewoon dat burgers als aanhankelijkheidsbetoon militairement langs het staatshoofd trokken, bijvoorbeeld wanneer hij een stad bezocht. Ook onder koningin Wilhemina gebeurde dat, zij het met behoud van een strikte regie: de deelnemers werden niet geacht contact met haar te leggen. Juliana nu liet toe dat burgers haar bloemen en geschenken gingen aanbieden. De inspiratie daartoe ontleende zij aan de spontane huldes die voor de oorlog haar grootmoeder Emma op paleis Soestdijk ten deel waren gevallen. In dit opzicht werd de Nederlandse monarchie een wonderlijke combinatie van feodalisme en modernisme. Want netzomin als men elders een volkse Koninginnedag kende, zo kende men een defilé waarbij het volk het staatshoofd cadeautjes schonk, als was zij een jarige uit eigen kring. 

 

defile1947

Defilé voor koningin Wilhelmina op 5 maart 1947 bij paleis Het Loo in Apeldoorn. (ANP)


Het mag worden gezegd: met Juliana als stralend middelpunt op het bordes beleefde de monarchie haar genoeglijkste jaren. Zij leek als een van de zeldzame royals oog te hebben voor de filosofische absurditeit dat uitgerekend zij ter wereld was gekomen om koningin te worden ('Wie ben ik dat ik dit doen mag', sprak zij bij haar troonsaanvaarding). Zij kwam haar landgenoten ook flink tegemoet. Zo liet zij zich gewoon 'mevrouw' noemen. Niemand hoefde van haar ook de oude hofregel te volgen dat men pas spreekt tegen een vorst nadat deze een vraag heeft gesteld, en dat men dan altijd bevestigend dient te antwoorden. Bij Wilhelmina was een bevestigend antwoord nog een absoluut gebod. Een jonge baron, zo vertelt G.L. van Lennep in Fatsoen (1988), waagde het eens op een vraag van haar of hij veel reisde, nee te zeggen, waarop zij met stemverheffing herhaalde: 'REIST U VEEL?'   

Nadrukkelijk verbood Juliana ook de revérence voor vrouwen, waarmee niet zozeer de ineenzijging van ballerina's bedoeld wordt alswel de spasmodische kniebuiging, de Knicks, die in Engeland curtsy heet en daar nog steeds tot het protocol behoort. Idem dito sneuvelde de achterwaartse verwijdering, wat op de paleistrappen lange, zijwaartse struikpartijen voorkwam. Attent was bovendien dat Juliana tijdens het defilé op het bordes stond, alsof zij eigenlijk een militaire parade afnam en respect diende te retourneren, terwijl haar moeder bij zulke gelegenheden doorgaans zat. In wezen bestreed zij het 'onderdaantje-spelen', het byzantinisme, waartoe verrassend veel mensen de neiging vertonen, en zij mag hierom ook internationaal gelden als een van de belangrijkste vernieuwers van het koningschap. 

 

defile1966

Typerend beeld van het defilé op Koninginnedag onder Juliana: bloemenhulde voor haar en haar gezin op de trappen van paleis Soestdijk (1966, ANP)

 

Honderdduizenden landgenoten zijn er in de loop der jaren langs Juliana en haar uitdijende familie getrokken, en miljoenen volgden het jaarlijkse spektakel op de televisie. Buitenlandse journalisten verbaasden zich over de ongedwongenheid en intimiteit van dit gebeuren. Puur uit sympathie voor de jarige kregen meer en meer mensen van hun werkgever die dag vrijaf. Een tegengeluid kwam soms alleen nog van socialisten, die vonden dat 30 april de 1-meiviering in de weg zat (Nederland is een van de weinige westerse landen zonder officiële Dag van de Arbeid).

Buiten Soestdijk bleef Koninginnedag echter een kleinschalige aangelegenheid, mede doordat de nieuwe datum minder gunstig viel dan 31 augustus. In de grote steden en op het platteland beperkte men zich tot een bescheiden kinderfestijn, met 's ochtends een aubade bij het stadhuis, een programma van koekhappen en zaklopen gedurende de middag en eventueel ter afsluiting een lampionoptocht. 's Avonds werden hier en daar op pleintjes grammofoonplaatjes gedraaid, opdat oudere kinderen wat konden dansen.

Dit liet onverlet dat de Oranjeliefde onder het volk groot bleef, bijna als tegenhanger van wat intellectuelen uitdroegen. Onder Wilhelmina was de massaproductie van Oranjegoed op gang gekomen en die vond nog steeds afzet. Wel ging het om een stille, huiselijke traditie die niet voor niets zilveren lepeltjes en mokken als drager had. Even zo goed waren de eerste moderne fans Oranjefans. Menig plakpoek uit grootouderlijke boedel getuigt daar nog van; pas later kwamen de voetbal- en popidolen.  

 

koninginnedag1967

Een 'gewone' Koninginnedag in Amsterdam tijdens de late jaren zestig. (ANP, 1967) 

 

In Amsterdam ontwikkelde zich na 1966 een vorm van Koninginnedag die ook adolescenten naar buiten lokte. In dat jaar vond in de Westerkerk het huwelijk plaats tussen kroonprinses Beatrix en de Duitse diplomaat Claus von Amsberg. Het was een ongelukkige timing. De provo's, op het toppunt van hun roem, verstoorden in een mengeling van anti-Duitse en republikeinse gezindheid de bruidsstoet met een rookbom. Volgende Koninginnedagen waren steevast aanleiding tot stenengooierij en politiecharges rond de Dam. De reactie van het gemeentebestuur hierop was nogal gewiekst. Op afgelegen plekken in de stad was een traditie gegroeid dat particulieren, vooral kinderen, overbodige spullen voor een habbekrats te koop aanboden, de zogenaamde vlooienmarkten. Amsterdam maakte hiervan een middeleeuwse Vrijmarkt, die tot in de binnenstad werd geoorloofd. Dit veroorzaakte jaarlijks een run op de beste plaatsen, waarin ook professionele handelaren zich mengden. Temidden van alle koopwaar en het toegestroomde publiek was het voor relschoppers lastig opereren; zij trokken zich terug. Nog één keer zouden zij op 30 april het centrum veroveren. Dat was in 1980, toen Beatrix in de Nieuwe Kerk werd ingehuldigd.

 

Paraderend Koningshuis


Beatrix zou Koninginnedag andermaal wijzigen. Allereerst handhaafde zij de datum van 30 april, omdat haar eigen verjaardag (31 januari) voor buitenfestiviteiten ongunstig viel. Volgens waarnemers bracht zij hiermee een scheiding aan tussen haar persoon en haar ambt, dat voortaan het onderwerp van bejubeling werd. Belangrijker lijkt wat zij deed met het defilé. In de nadagen van Juliana's koningschap was dat een folkloristische aangelegenheid geworden, waarvan het dragende deel der natie wegbleef. Dat lag niet aan Juliana maar aan haar man Bernhard, de Schavuit van Oranje, aldus een aan hem gewijde televisierie. Vanwege zijn toedoen is de monarchie tijdens de Lockheed-affaire in 1976 mogelijk slechts één dossier verwijderd van de ondergang geweest - het Northtrop-dossier dat door de socialistische premier Joop den Uyl als teveel van het kwade in de kast werd gehouden. In de nadagen van Juliana restte er daarom van haar verjaardag niet meer dan gekrakeel over wie er wel en niet de paleistuin mocht betreden en wat er diende te gebeuren met de uitingen van huisvlijt die mensen op de trappen van het bordes plachten neer te leggen.

Beatrix veranderde hierop het defilé van het volk in een defilé van haarzelf, in de zin dat zij met haar voltallige familie jaarlijks een of meer plaatsen bezoekt, waar het feest al gaande is. Zij ging dus naar de mensen toe, in plaats van vice versa. Dat was wezenlijk democratischer, al rees er nimmer een misverstand over de onderlinge verhoudingen, want ter compensatie haalde Beatrix voor zichzelf de Romeinse titel majesteit ('glorieuze verhevene') weer van stal en stond zij erop dat haar man en kinderen als 'koninklijke hoogheid' werden aangesproken.

 

koninginnedag1996

Het Amsterdamse Rokin tijdens Koninginnedag 1996. (ANP)


Met het jaarlijkse defilé van de Koninklijke Familie werd Koninginnedag een feest van verwachting, vergelijkbaar met Sinterklaas. Allereerst was er het vraagstuk welke gemeenten de familie aan zou doen; vervolgens of zij zomaar zou voorbijlopen aan degenen die ter plekke met hoelahoepen en koekhappen bezig waren. Gelukkig bleken de jonge prinsen en hun echtgenotes steeds bereid tot deelname aan zulke spelletjes, met Beatrix in de rol van toekijkster, innig verbonden met het publiek. Bij Juliana hadden passanten slechts kunnen zwaaien in diverse stadia van verzaliging.

De nieuwe formule van Beatrix paste wonderwel binnen de huidige massacultuur, die net als in feodale tijden een tweedeling tussen mensen hanteert: niet tussen heren en knechten maar tussen sterren en fans. Een verschil is wel dat knechten van heren economisch afhankelijk waren en fans dat niet zijn van sterren; integendeel: fans leggen voor sterren hun laatste centen neer om even in hun nabijheid te mogen verkeren. Karaoke en look-a-like contests zijn andere uitdrukkingen van deze eredienst. De Oranjes op hun beurt gaven het idee dat iedereen van koninklijke bloede kon worden, want in weerwil van hun eerdere gedragslijn trouwden alle prinsen met burgermeisjes; een van hen staat bij ingewijden zelfs te boek als 'Prinses Rijtjeshuis'.

Deftige lieden vroegen zich bezorgd af of de Oranjes hiermee nog deftig genoeg waren, en het leek ook een gewaagd experiment: geen ander vorstenhuis had zich zozeer losgezongen van zijn historische bondgenoten, en zou het publiek een lekenmonarchie wel pikken? Maar het patin van een oude familie verbleekt niet binnen één generatie. Bovendien had een bepaalde consequentie van de deconfessionalisering die angst kunnen wegnemen: om hun behoefte aan aanbidding te stillen staan mensen tegenwoordig al in de rij om een handtekening van een televisiepresentator te verwerven. Dat de adel ten hove niet langer reçu was, kon zelfs een slimme zet zijn, want hoe inconsequent het in dit verband ook moge klinken, Nederlanders bezitten een radicaal egalitair wereldbeeld - de Oranjes lijken hierop de gepermitteerde uitzondering. Een kordon aristocraten om hen heen had hun positie juist in gevaar gebracht! Iets heel anders is dat afstamming vooral van belang was toen de monarch nog reële macht bezat en zich op zijn illustere voorvaderen moest kunnen beroepen om zijn wil door te drijven. Voor de huidige symboolfunctie telt vooral aanstekelijke herkenbaarheid.

En hieraan voldeed het Huis van Oranje op een bepaalde manier juist beter dan ooit. Juliana had altijd eenvoud en amodieusheid uitgestraald; zij was zelfs verlegen, waarmee zij overigens talloze onfortuinlijke landgenoten een hart onder de riem stak. Onder Beatrix veroverde glitter en glamour het hof. In navolging van haar verschenen alle nieuwe prinsessen in opvallende haute couture en presenteerden zij zich met een vlotheid en gemak alsof zij nooit een drastische rolwijziging hadden ondergaan en sinds hun eerste stapjes vertrouwd waren met loerende persmuskieten. Wel spraken zij allemaal bekakter dan Juliana, vermoedelijk om een hoorbaar onderscheid met het volk aan te brengen.

 

vrijmarkt   

Amsterdamse vrijmarkt 1992. (ANP)  

Er was nog een ander element dat de hedendaagse versie van Koninginnedag vleugels gaf. De Amsterdamse vrijmarkt was zo'n doorslaand succes dat zij in het hele land werd gekopieerd. Ook in gemeenten waar de Koninklijke Familie niet opdook ontstond hierdoor een drukte van belang. In plaats van een kinderpartijtje werd het een festijn voor het hele gezin, dat ook socialisten zich niet lieten ontzeggen. De vrijmarkten gaven zelfs aanleiding tot een nieuw verschijnsel: Koninginnenacht, of Koninginnenag, zoals ze in Den Haag zeggen. Om van de beste verkoopplekken verzekerd te zijn namen mensen de avond tevoren die al in beslag. Op deze wachtende schimmen kwamen weer adolescenten af, die met een voorfeest begonnen.

Amsterdam, die oude republikeinse stad, werd het zwaartepunt van de nationale viering. Volgens kenners werd dit pleit definitief beslecht in 1989, het jaar nadat het Nederlands Elftal Europees voetbalkampioen was geworden, wat tot dolle Oranjevreugde had geleid tijdens een boottocht door de grachten. Het Amsterdamse stadsbestuur deed hier nog een schepje bovenop door naast de vrijmarkt ook openluchtconcerten te organiseren. Van heinde en verre stroomde sindsdien het publiek toe. Het aantal van een miljoen bezoekers is al eens gehaald, wat tot een totale chaos op het Centraal Station leidde. Maar geen feestneus lijkt zich hierdoor te laten weerhouden.

 

De republiek van Oranje

 

Sinds 1996 kent Nederland een Republikeins Genootschap, waarvan tweehonderd invloedrijke intellectuelen lid zijn; daarnaast bestaat een Nieuw Republikeins Genootschap met enige duizenden leden van geringer statuur - een feodale indeling waarvan de initiatiefnemers zich niet bewust lijken te zijn. Hiermee is de oppositie tegen de monarchie in decennia niet zo hecht georganiseerd. Toch is het Koningshuis geliefder dan ooit. Met name in linkse kring hebben zich wonderbaarlijke bekeringen voorgedaan. Om één van die erfgenamen van Domela Nieuwenhuis te noemen: Andrée van Es. Als fractievoorzitster van de PSP bleef zij tijdens het uitspreken van de Troonrede door Beatrix nog principieel weg uit de Ridderzaal; als ambtenaar nam zij de inburgering op zich van de bruid van Beatrix' zoon Willem Alexander, de Argentijnse Maximà Zorreguita, wier vader betrokken was geweest bij het moordzuchtige Videla-regime.

 

koninginnedag

Koninginnedag Amsterdam 2010 (foto ATCB)

 

Ongetwijfeld heeft Beatrix hiertoe met behulp van prins Claus voorwerk verricht. Via premier Den Uyl had zij begrepen dat vrienden van het koningshuis ook aan progressieve zijde te vinden waren, en hoewel minder toegankelijk en sociaal dan haar moeder verzamelde zij reeds als kroonprinses hippe kunstenaars en intellectuelen om zich heen, ooit de natuurlijke vijanden van de monarchie. Als Beatrix tijdens haar regeerperiode kritiek heeft ontvangen dan is het ook dat zij te links was, een huzarenstukje, want haar majesteitelijkheid wees zeer beslist de andere kant uit. Nog schizofrener was haar pleidooi voor de Europese integratie, terwijl zij haar eigen positie ontleende aan de natiestaat. Dankzij dit soort hersengymnastiek konden op hun beurt socialistische regenten een levensbeschouwelijke salto maken. Zij zagen in dat de Oranjefolklore gewone Nederlanders emotioneel tegenwicht bood aan een dominanter wordend Europa en tegelijkertijd immigranten een ijkpunt verschafte om zich met hun nieuwe leefomgeving te vereenzelvigen.

 

koninginnedag_2

Koninginnedag Amsterdam 2010 (foto ATCB)

 

Vreemd in elk geval is dat discussies over de hoge kosten van de Nederlandse monarchie zelden meer oplaaien, vroeger een vast agendapunt voor rode parlementariërs. Nu zal ook iedere verstokte republikein moeten erkennen dat die ruimschoots worden gecompenseerd. Immers, zelfs in trotse republieken sluimert de heimelijke verering voor koningen. Geen mens kan daar makkelijker deuren voor Nederlandse bedrijven en instellingen openen dan een Oranje en dat betaalt zich fors uit. De paradox doet zich voor dat aan de ene kant een monarchie nimmer een Lincoln, een Obama of zelfs een Havel zal opleveren en aan andere kant Nederland zònder koningshuis kleiner zal worden dan het is. 

Een ander argument dat niemand kan negeren, mits het omgekeerde niet juist aan de hand is, levert de socioloog Gabriël van den Brink: 'Een koningshuis bindt een land veel sterker dan een gekozen staatshoofd, zeker in tijden van crisis'.

Desondanks is er in de beleving van het koningshuis wel iets veranderd, want in 2012 werd het initiatief tot een kabinetsformatie geruisloos bij de koningin weggehaald en bij de Tweede Kamer neergelegd. Ook vond de beëediging van de nieuwe regering op Huis ten Bosch voor het eerst plaats in aanwezigheid van een televisiecamera. Dit lijkt een futiele wijziging, maar symbolisch is er meer aan de hand. Tot dusver nam het staatshoofd de ministers in de beslotenheid van het paleis de eed of gelofte af, waarna buiten de bekende bordesscène volgde. De boodschap hiervan was dat de koningin háár regering aan het publiek voorstelde. Nu de camera de installatie volgt opereert het staatshoofd namens het volk en is het dus eigenlijk het volk dat de ceremonie voltrekt.     

De beroemdste trendwatcher van Nederland, Adjiedj Bakas, wil nog verder gaan: hij pleit ervoor in de toekomst een koning te kiezen, zoals Duitse vorstendommen eeuwenlang hebben gedaan en nu nog gebeurt in Maleisië. Met het oog op de aan de gang zijnde adellijke bloedverdunning zal iedere monarchist zich inderdaad moeten afvragen waar hij de afgelopen decennia eigenlijk vóór is geweest. Maar voor zover ik Nederlanders ken lijkt het mij waarschijnlijker dat de Oranjes eerder een erfelijk presidentschap toebedeeld krijgen, zoals in Noord-Korea bestaat.  

 

Koningsdag   

 

Op 28 januari 2013 kondigde koningin Beatrix haar abdicatie aan per 30 april a.s., wat dus voorlopig de laatste koninginnedag zal zijn. In weerwil van de verwachting wordt haar zoon niet koning Willem IV maar koning Willem-Alexander, misschien niet onverstandig gezien het weinig verheffende voorbeeld van de seriële Willems, van wie vooral de laatste het koningschap  volstrekt onwaardig was. Vanaf 2014 zal voortaan op zijn verjaardag, 27 april, Koningsdag gevierd worden, een wat onwennige term, al was die in het verleden reeds in gebruik.

Opmerkelijk is dat prinses Maximà vanaf zijn troonsaanvaarding titulair koningin wordt en als 'majesteit' dient te worden geadresseerd. Dat is overeenkomstig de usance bij eerdere koningen, maar een gemaal van een koningin bleef altijd een prins en 'koninklijke hoogheid'. Gelet op een eeuw vrouwenemancipatie zou het logisch zijn geweest als een gemalin van een koning nu prinses was gebleven. Maximà wordt echter al sinds haar debuut in Nederland op een schild rondgedragen; voor haar gelden andere normen. Deels speelt hier de gesignaleerde onderdanenreflex om alles wat des majesteits is op te hemelen. Zo spreekt de aanstaande koningin lachwekkend slecht Nederlands, en toch doen in de media daarover louter complimentjes de ronde. Zeker heeft zij ook aan haar eigen geliefdheid bijgedragen. Dankzij een katholieke doop van de erfzonde verlost, kan zij onbezwaard genieten van alle rijkdom, privileges en macht die haar in de schoot zijn geworpen en gedraagt zij zich van de weeromstuit hartelijker dan eerdere koninginnen. Bij hen schemerde altijd door dat het koningschap een zware last was, die tot gestrengheid noopte.

 

mokken.jpg

(www.Holland4you-mokken.nl)

 

Maar Maximà's populariteit zegt ook veel over Nederland. Nog in de jaren zestig had de vaderlandse elite een roomse eega voor de vorst zonder omhaal van woorden afgewezen. De monarchie diende volgens die elite ook introvert te zijn, wat historisch gezien waarschijnlijk de voornaamste reden is geweest waarom in Nederland en andere protestantse landen deze staatsvorm heeft kunnen overleven. Ter wille van de filosofische consistentie, anders geformuleerd: om de monarchie niet willekeuriger en absurder te maken dan zij al is, dienden kandidaatleden ook min of meer ebenbürtig te zijn, dus uit de adel voort te komen. Rechtse politici uit die tijd hadden iemand als Maximà van veel te laag allooi geacht en openlijk van een mesalliance gesproken; linkse politici zouden nimmer over het besmette verleden van haar vader zijn heengestapt. Hoezeer verschilt dit alles met vandaag! Het spraakmakende deel der natie oordeelt nu juist dat Willem-Alexander met haar in zijn handjes mag knijpen, omdat zij vlotter en mondainer oogt!  

Ondanks dit alles zal Koningsdag anders zijn dan Koninginnedag. Vanaf het moment dat Willem-Alexander de troon bestijgt, wordt het koningshuis, dat wil zeggen: de kring van troonpretendenten en hun aanhang, kleiner. De kinderen van prinses Margriet vallen hier dan voortaan buiten. Misschien dat zij als lid van de koninklijke familie nog een bijrol mogen vervullen, maar nodig is dat niet.

Naar mijn smaak vraagt de tijd ook om een soberder viering. In analyses ben ik dit aspect nergens tegenkomen, maar de Apeldoornse aanslag van 2009, waarbij een verdwaasde sukkel met een auto inreed op de koninklijke stoet en acht doden veroorzaakte, was tevens een aanslag op al te uitdagend succes.

fuck

Het koningschap van Willem-Alexander heeft in elk geval de afschaffing van de strafbaarheid op majesteitsschennis opgeleverd. Waar Domela Nieuwenhuis in 1887 zeven maanden de cel in moest omdat hij badinerend had geschreven dat Willem III weinig uitvoerde, kon de Irakese asielzoeker Abulkasim al-Jabari in 2014 tijdens een demonstratie tegen Zwarte Piet onbestraft roepen: 'Fuck de koning, fuck de koningin, fuck het koningshuis.' (logo voor steunbetuiging aan al-Jabari op Museumplein, mei 2014).

 

Het zal de huidige Oranjes moeite kosten om weer terug te keren naar de troost die de eenvoudige Juliana minder geslaagde landgenoten bood. Ook het grote publiek vraagt immers om een oogstrelend optreden. Nota bene de Evangelische Omroep, in Nederland het concentraat van het ooit breedgedragen calvinisme, laat in haar rubriek Blauw Bloed modedeskundigen uitvoerig babbelen over de peperdure kledij die de prinsessen plegen te dragen, juist een punt van diepe ergernis bij oudere liefhebbers van het koningshuis.    

Toch geeft het feest zelf ook signalen van overstretch. Net als andere verenigingen kampen de 350 Oranjeverenigingen in het land met een groeiend tekort aan vrijwilligers, en in 2011 zag een zakenman uit Lienden zich gedwongen Poolse werknemers in te huren om de voorzieningen tijdens het feest op peil te houden. De nationale cultuurhistoricus Herman Pleij sprak desgevraagd zijn afkeur uit over deze commercialisering: 'Wij Nederlanders, wij...' 

Geen vraag, maar ook geen antwoord.

 

* Ter oriëntatie: in de papieren editie van dit boek uit 1981 besteedde ik geen aandacht aan Koninginnedag. Waarom niet? Omdat het feest toen een marginaal gebeuren was. Achteraf begon de ommekeer uitgerekend in dat jaar, en wel in Amsterdam, - in mijn beleving als een vergoelijkende publieksreactie op het extreme protest van krakers tijdens Beatrix' inhuldiging, die onder de slogan: 'Geen woning, geen kroning' bijna fysiek was verstoord.        

* 2 mei 2012: www.prinsjesdag2011.nl en www.koninklijkhuis.nl betogen dat de benaming Prinsjesdag pas sinds 1930 voor de Opening van de Staten-Generaal geldt. Dat is echter fout, zoals ik hierboven aantoon. In het dagelijks spraakgebruik was die benaming al gangbaar sinds het midden van de negentiende eeuw. Ook is de term Koninginnedag ouder dan het jaar 1891, wat op www.koninklijkhuis.nl wordt beweerd. Ik ben benieuwd hoe lang deze verkeerde informatie op de genoemde sites blijft staan.  

* 21 september 2012. Nadat ik de Rijksvoorlichtingsdienst op de bovenstaande fouten had geattendeerd, zie ik tot mijn genoegen dat de benaming Prinsjesdag voor de Opening van de Staten-Generaal op www.prinsjesdag.nl en www.koninklijkhuis.nl niet langer wordt gedateerd op 1930 en dat de begeleidende tekst is gewijzigd. Het heet nu dat onbekend is wanneer die benaming ingang vond, een beetje flauw als ik heb laten zien dat zij al tachtig jaar eerder werd gevoerd. Op www.koninklijkhuis.nl is ook de tekst bij Koninginnedag gewijzigd. Wel wordt nog volgehouden dat de eerste in 1891 plaatsvond, terwijl er al in 1883 een was, voor koningin Emma. Een Koningsdag heb ik voor het eerst gesignaleerd in 1869. Koningsdag 1887, rond de zeventigste verjaardag van Willem III, staat uitgebreid beschreven in Ferdinand Domela Nieuwenhuis, een romantische revolutionair (2012) door Jan Willem Stutje.

* Een puzzel is waarom een troonsbestijging in Nederland geen kroning mag heten. Sommige rechtsgeleerden betogen dat tijdens de plechtigheid in de Nieuwe Kerk de kroon tussen de andere regalia op de credenstafel moet blijven liggen, omdat Nederland als gevolg van de scheiding tussen Kerk en Staat geen sacrale inhuldiging kent, in tegenstelling tot Engeland. Dit lijkt plausibel, zij het dat er wel degelijk sacrale elementen in de plechtigheid zitten, zoals de locatie, de eed en de benoeming 'bij de gratie Gods'. Een ander argument wil dat de ambtsoverdracht plaatsvindt zodra de akte van abdicatie in het Paleis op de Dam wordt getekend en een kroning dus onnodig is, maar dat klinkt gezocht, want nadien zou dat moment ten overstaan van het volk best gevisualiseerd kunnen worden. Zelf denk ik aan een historische verklaring. In de Middeleeuwen was een echte coronatie, inclusief zalving, voor koningen nog gangbaar, rond 1800 was dat voorbehouden aan keizers en imperiale staatshoofden. De 'voorganger' van Willem I, Lodewijk Napoleon, werd al ingehuldigd en die had nog wel een broer die zichzelf tot keizer van Frankrijk had gekroond. Bovendien was Willem I tot 1815 geen koning maar een prinselijk vorst, een treetje lager. Het zou ronduit potsierlijk zijn geweest als hij tijdens zijn installatie het jaar daarvoor een kroon op het hoofd had gedrukt! Het is ook niet voor niets dat de Belgische monarchie zelfs geen kroon bezit. Het huidige Nederlandse exemplaar dateert ook pas van 1840, net als de andere regalia, en stamt uit de koker van koning Willem II, die zozeer van opsmuk hield dat hij een kroon bestelde die te groot en te zwaar was om te dragen - waarmee hij indrect erkende dat een sprookjesachtige kroning er voor hem niet inzat.   

* 2 april 2013. Alhoewel ikzelf geen affiniteit met de monarchie heb, heb ik me nimmer gestoord aan Oranjefans, zoals die van oudsher te vinden waren in de protestants-christelijke hoek en onder Telegraaf-lezers. Ik begrijp ook dat Nederlanders vanwege alle moeilijkheden rond immigranten en Europa, die door veel politici onbegrijpelijk lang zijn gebagatelliseerd, meer dan vroeger behoefte hebben aan een nationaal eenheidssymbool. In de aanloop naar de komende troonswisseling benauwt mij wel dat zelfs in linkse praatprogramma's als De Wereld Draait Door en Pauw & Witteman louter koningsgezinden hun zegje mogen doen. Ook de rode haan van de Vara kraait thans: 'Oranjeeh'. Te bedenken: dertig jaar geleden riep die omroep mensen nog op om naar de kroningsrellen in Amsterdam te komen. Voor deze ideologische ommezwaai heb ik geen echte verklaring. Het enige wat ik me kan voorstellen is dat Vara-coryfeeën inmiddels zo beroemd en rijk zijn dat ze een zekere zielsverwantschap ervaren met althans de burgeradel ten hove. Het 'linkse' imago van Beatrix zal hen daarbij hebben geholpen. Ik moet op dit punt echter iedereen teleurstellen: de Oranjes zijn niet links en de monarchie is de meest rechtse instelling die er op aarde bestaat - zelfs de Kerk van Rome opereert democratischer en socialer. 

* 23 april 2013. De taalfouten in het Koningslied kunnen mij weinig schelen, al mag het verbazingwekkend heten dat het verantwoordelijke inhuldigingscomité het blijkbaar onnodig vond een neerlandicus bij het scheppingsproces te betrekken. Een neerlandicus had zich waarschijnlijk ook niet te goed gevoeld om voor een simpel moppie te pleiten, terwijl we nu zitten opgescheept met een snobistisch Mavo-product. Mij trof vooral de inhoud ervan die vanwege het taalkundige gekrakeel nauwelijks ter sprake is gekomen. Zoals bekend mogen we in de tekst de vox populi beluisteren, want als basis ervoor dienden suggesties vanuit het publiek. Dit resulteert in een mengeling van gemeenzaamheid en kruiperigheid, die mij deed denken aan de heiligenverering onder katholieke besjes uit mijn jeugd. Willem-Alexander wordt enerzijds met 'je' aangesproken; anderzijds zweert het volk uit één mond: Ik zal strijden als een leeuw/Tot het jou aan niets ontbreekt. Dat Willem-Alexander niet als een martiale beschermer van zijn volk, een King Arthur, wordt voorgesteld, is realistisch, maar dat omgekeerd wij - the people - met doodsverachting zullen vechten om hem een lekker leventje te bezorgen..! Het volk, valt mij dezer dagen weer op, is wezenlijk feodaal. En het volk is massa geworden.

* 6 augustus 2013. Ik schreef dat Engeland het meest feodale land van Europa was, maar veel Nederlandse journalisten doen in mentaliteit nauwelijks voor dat land onder. Naar aanleiding van de geboorte van de Engelse prins George berichtte het NOS-journaal de afgelopen dagen dat de ouders van prinses Kate bij haar op kraambezoek waren geweest, zo ook prins Harry, die na afloop voor de camera waarschuwde dat hij een dure babysit zou worden, mochten zijn broer en schoonzus daar om vragen, haha. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was, zo werd dit 'nieuws' gebracht. Even onthullend is trouwens de website van de NOS: http://nos.nl/koningshuis/artikel/933475-prins-houdt-zijn-ouders-bezig.html. Voor wie ernaar verlangt: de republiek is nog heel ver weg.   

* 11 oktober 2014. Koning Willem Alexander heeft aangekondigd dat Koningsdag gaat veranderen. Achteraf beschouwd heeft hijzelf de oude versie om zeep geholpen. Dat gebeurde tijdens het beruchte wc-pot gooien in Rhenen in 2012. Werkelijk, ik wist niet wat ik zag en veronderstelde meteen: dit moet protestantse humor zijn, waaruit ook iemand als Paul de Leeuw put. En inderdaad: sinds het jaar 2000 gooit men in het gereformeerde dorp Achterberg, onderdeel van de gemeente Rhenen, met wc-potten, alsof dat ook maar enigszins leuk is. De opzet die het hof nu heeft gekozen getuigt zonder meer van intelligentie. Vanaf 2015 zal er op Koningsdag in wisselende steden een defilé plaatsvinden. Defilé klinkt ouderwets autoritair en daarom bezigde Willem Alexander de term Grande Parade, waarmee het accent behendig wordt verlegd van degene die een stoet mensen aan zich voorbij laat trekken naar die stoet zelf. Willem Alexander, die het overigens in mijn ogen aanmerkelijk beter dan zijn moeder doet, zal deze democratische presentatie hebben toegestaan met de gedachte: het volk kijkt toch wel naar Maximá en mij.

 

grauwekoets

Sticker actiegroep De Grauwe Koets

 

* 7 september 2015. Een actiegroep ijvert voor de afschaffing van de gouden koets, omdat het zijpaneel Hulde der Kolonieën racistisch zou zijn en de koloniale tijd verheerlijkt. Heeft de actiegroep hierin gelijk? Pietluttig is de kritiek wel. Op het tafereel ontvangt de Nederlandse maagd geschenken van Indiërs en Surinamers, maar met een beetje goede wil zou je het ook zo kunnen uitleggen dat die Indiërs en Surinamers juist geschenken ontvangen. Toch ben ik ervoor de eis van de actiegroep in te willigen. Zwarte Nederlanders zullen ten onzent blijven zoeken naar symbolen die hen niet aanstaan, omdat ze zich hier thuis willen voelen, wat op zichzelf te loven valt.  Wel zou ik het paneel in kwestie niet verwijderen zonder de kleingeestigheid van de actievoerders te noemen, anders kun je hen blijven bedienen. 

   


terug naar boven