Feesten van minderheden

 

 

Moslims

Omgerekend naar de Gregoriaanse kalender, die als internationale standaard geldt, begint de islamitische kalender op 16 juli 622 na Christus, de dag dat de profeet Mohammed van Mekka naar Medina verhuisde. Omdat die kalender op een vaste maancyclus van twaalf maanden van 29 en 30 dagen is gebaseerd, duurt het islamitisch jaar elf dagen korter dan het zonnejaar, zonder dat er een verrekening met schrikkeldagen plaatsvindt. Moslimfeesten bewegen zich hierdoor vrijelijk door de seizoenen, wat geen problemen oplevert in de originele moslimlanden, die immers nauwelijks seizoenen kennen, maar elders soms wel.

Een andere eigenaardigheid is dat de islamitische dag net als de joodse na zonsondergang begint, waardoor hij steeds twee dagen van de internationale kalender bestrijkt. Daar komt nog bij dat de tijdbepaling geen strikt geografische zone-indeling kent. Van de bijna een miljoen moslims die Nederland inmiddels telt, komen er 390.000 uit Turkije en 350.000 uit Marokko en zij oriënteren zich voor hun feesten nog steeds op de maanstand in die landen. Niet astronomie maar persoonlijke bevinding van ervaringsdeskundigen is daarbij doorslaggevend, wat steeds onzekerheid laat over het preciese tijdstip van aanvang. Een consequentie hiervan is dat men pas een dag van te voren bevestigd kan krijgen dat een gepland feest inderdaad doorgaat, een mededeling die een westerling niet gauw zou begrijpen. Vooral voor moslims zelf levert dit nogal wat verwarring op. Een overstap naar een wetenschappelijke kalender, zoals paus Gregorius heeft gedaan, zit er echter niet in, omdat de islam geen uniform kerkgenootschap is; zelfs geen verzameling kerkgenootschappen, maar een godsdienstige beweging met tientallen vertakkingen. 

Merkwaardigerwijs begint het islamitisch nieuwjaar voor alle moslims wel op hetzelfde ogenblik: zodra twee orthodoxe moslims op de minaret van de Mohammed Ali Moskee in Caïro de nieuwe maansikkel van de maand Moeharram waarnemen. Nieuwjaar is voor moslims een gebedsdag, het

 

minderheden1

Oranjefans in het Rode Dorp in Delft tijdens het EK 2000. (ANP)


echte feest vindt plaats op de tiende dag, oftewel: Ashura, nadien. Op die dag wordt bij de meeste moslims de zakaat, de verplichte armenbelasting van 2 à 2,5 procent, opgehaald en sluiten velen hun administratie af. Oorspronkelijk was Ashura een rouw- en vastendag, ter herdenking van de moord op Mohammed's kleinzoon Hoessein. Voor de sjiieten, die in Nederland twintig procent van de moslimpopulatie uitmaken, is dat zo gebleven. Voor de meeste Turken en Marokkanen die hier woonachtig zijn vormt daarentegen een maaltijd van tien zoete en zoute gerechten de kern van Ashura. In Marokko geldt de dag ook als kinderfeest, met vuurpijlen en voetzoekers.

De twaalfde dag van de derde maand is bestempeld als geboortedag van Mohammed. Thuis en in de moskeeën, die tot laat in de avond verlicht zijn, bezingt men de profeet. Griesmeel met honing, volgens de overlevering het favoriete gerecht van Mohammed, staat - samen met allerlei zoetigheden, die insgelijks 'zoet' doen denken - op het menu. In Amsterdam houden moslims sinds 1999 op deze dag een autotocht door de binnenstad.

De ramadan in de negende maand is de gezelligste periode in het islamitisch jaar, al vormt zij een van de vijf zuilen van de islam. De andere vier zijn: de geloofsbelijdenis ('Er is geen god dan Allah en Mohammed is zijn profeet'), de vijfmaaldaagse bidstonde, een bedevaart naar Mekka en de genoemde hulp aan de armen. Alle gelovige moslims leven volgens deze zuilen, behalve de alevieten, die een spirituele, niet-orthodoxe vorm van islam belijden, zonder moskee en ook zonder hoofddoekjes voor vrouwen. In Nederland maken alevieten zo'n tien procent van alle moslims uit.  

De nacht voor de ramadan stelt God vast wie in het komende jaar zullen sterven en wie geboren zullen worden. Met het oog op het sterven vergeven moslims elkaar uitdrukkelijk oude zonden, een ritueel moment dat ook Joden kennen, maar christenen niet echt. Ter voorbereiding op de ramadan brengen veel vrouwen henna op handen en voeten aan en organiseren zij huisfeestjes, waarbij de hoeveelheid ingeslagen proviand gestaag groeit. Vanaf het moment dat de muezzin, de gebedsoproeper, de ramadan aankondigt mogen volwassenen, dat wil zeggen iedereen vanaf twaalf jaar, van zonsopgang tot zonsondergang niet eten, drinken, roken of geslachtsverkeer hebben. Een opgewekt humeur dient men daarbij te behouden, al is meestal voor aangepaste werktijden gezorgd. Ouderen, zieken, reizigers, zwangere en menstruerende vrouwen hoeven niet aan de vasten mee te doen, maar zij worden wel geacht dat later in te halen of af te kopen met een aalmoes voor arme mensen.

Het einde van de dagelijkse periode van onthouding wordt meestal ingeluid met drie dadels en een slok melk of water. Na het avondgebed volgt de gezamenlijke en overvloedige iftar-maaltijd, die kan bestaan uit olijven of een dikke linzensoep, aangevuld met pannenkoeken, rijstpudding en allerlei lekkernijen. Vanwege die maaltijd is de ramadan geen echte vasten maar meer een uitgestelde eetpartij; het gemiddelde gezinsbudget voor levensmiddelen is die maand ruim twee keer hoger dan normaal en menig vastende wint aan lichaamsgewicht. Even zo goed is de ramadan zwaar, vooral in onze noordelijke zomers, als de zon slechts een paar uur onderblijft, iets waarmee de stichters van de islam kennelijk geen rekening hebben gehouden. De deelname eraan wordt hierdoor evenwel niet beïnvloed. Naar verluidt doet naar eigen zeggen 99 procent van de Marokkaans-Nederlandse moslims vanaf vijftien jaar mee, en 65 tot 88 procent van de dito Nederlands-Turkse moslims. Het lagere cijfer onder de laatsten hangt ongetwijfeld samen met het feit dat veel alevieten uit Turkije afkomstig zijn.   

Voor de meeste Nederlandse moslims is de ramadan hun voornaamste statement tegenover hun omgeving; zelfs menig profvoetballer houdt zich er aan. Een groeiend gebruik daarbij is om buren te inviteren voor de iftar-maaltijd, zoals in de hele moslimwereld gebeurt. Na de moslim-aanslag in de Verenigde Staten op 9/11 en de rituele moord op Theo van Gogh door een Amsterdamse moslimfanaat dreigden de verhouding met andersdenkenden grondig verstoord te raken, reden waarom de Marokkaanse Nederlander Ahmed Larouz deze maaltijd uitbouwde tot een compleet Ramadan Festival, met uiteenlopende gasten uit het maatschappelijke veld. Het voorbeeld hiertoe ontleende hij aan de 'hospitality dinners' onder Amerikaanse christenen. Het eerste Ramadan Festival was in 2005 in Amsterdam, maar inmiddels organiseren ettelijke steden er een, tot in naburige landen toe. Hoezeer de ramadan langzamerhand in het publieke domein is doorgedrongen toont de NTR, die dan een dagelijks Ramadanjournaal verzorgt, nogal opvallend voor een neutrale omroep, maar wellicht moeten we hierin een analogie van het Sinterklaasjournaal zien.


De 27-ste nacht van de ramadan is de Nacht van de Beslissing, de heiligste nacht van de islam. Aartsengel Gabriël openbaarde in die nacht de koran aan Mohammed. Moslims geloven dat Allah tijdens deze nacht elk verzoek inwilligt, mits op het juiste moment gesteld.

 

suikerfeest
Moslims in een huismoskee in Den Haag, klaar voor het Suikerfeest aan
het eind van de ramadan, januari 1999. (ANP)


De ramadan kent als besluit het Suikerfeest, dat niet voor niets zo heet: tassen vol zelfvervaardigd snoepgoed worden meegedragen tijdens de vele bezoekjes die men aflegt aan familie en vrienden. In Indonesië leidt dit ieder jaar tot een complete volksverhuizing. Niet alleen snoepgoed, ook cadeautjes worden geschonken, zelfs aan kinderen van buren. En om aan te geven dat men geestelijk herboren uit de ramadan is gekomen, trekt men nieuwe of althans schone kleren aan en betaalt men bij voorkeur met nieuwe bankbiljetten. Aan de bekendheid van het Suikerfeest hebben veel Nederlandse scholen bijgedragen, door het vrijwillig op te nemen in hun feestkalender, soms zelfs als het op andere feesten valt.

De eerste tien dagen van de twaalfde maand zijn bestemd om een bedevaart naar Mekka te maken, de hadj. Moslims die zich dat financieel en fysiek kunnen veroorloven, horen eens in hun leven de geboortegrond van Mohammed te bezoeken. Levend in het rijke westen is al gauw aan die conditie voldaan, zodat relatief veel Nederlandse moslims (minimaal drieduizend per jaar) die bedevaart maken, zelfs op jeugdige leeftijd. De meeste moslims van hier hebben voorouders uit Marokko en Turkije, waar in tegenstelling tot bijvoorbeeld Iran, Pakistan en Saoedi-Arabië een gematigde islam met weinig moskeebezoek bestaat, maar door de grote groep bedevaartgangers onder hen is het religieuze besef vrij hoog.

Mekka is voor alle moslims een exclusief doel, want andersgelovigen, laat staan ongelovigen, worden er niet toegelaten; ietwat paradoxaal voor een missionaire wereldgodsdienst. Zelfs de twee hoofdstromen die in sommige regio's elkaar met bomaanslagen bestrijden, de soennieten en sjiieten, komen er bijeen. Het onderscheid tussen beide gaat terug op een familiale machtstrijd onder de opvolgers van Mohammed, waarbij eerst zijn schoonzoon Ali en later diens zoon Hoessein werden vermoord. De volgelingen van Ali en Hoessein begonnen daarop voor zichzelf, wat in de loop der eeuwen tot aanmerkelijke cultuurverschillen leidde. Sjiieten kennen met hun ayatollahs een strakke hiërarchie, doen aan verering en staan ook afbeeldingen van Mohammed toe, wat onder soennieten streng verboden is. De eersten worden hierom wel de katholieken onder de moslims genoemd, tegenover de 'protestantse' rest. Katholiek doet in elk geval hun flagellatie aan: Iraanse en Afghaanse mannen die zichzelf tijdens Ashura en publique tot bloedens toe geselen. Katholieken doen dat nog tijdens de Heilige Week op de Filippijnen, maar in Europa waren gedurende de Middeleeuwen dan hele optochten van flagellanten gebruikelijk. 

Het eerste wat bedevaartgangers doen zodra zij in Mekka landen is van kleding verwisselen, teneinde een gewijde staat te verkrijgen. Alle mannen slaan twee witte doeken om zich heen; een om hun middel en een om hun linkerschouder, zodat de rechterschouder bloot blijft. Vrouwen dienen zich meer te bedekken; alleen hun handen en gezicht mogen zichtbaar blijven. Aldus als elkeen uitgedost, wat een grote verbroedering teweeg brengt, mits men geen fobie voor massa's heeft, verzamelen zich ongeveer drie miljoen bedevaartgangers dertig kilometer buiten Mekka, op de berg Arafat, waar aartsengel Gabriël de koran openbaarde aan Mohammed. Vandaar trekt men naar het centrale plein in de stad met de Kaäba, die volgens de koran nog door Abraham en zijn zoon Isaak is gebouwd. Zeven ommegangen rond de Kaäba volgen, waarbij menigeen de Zwarte Steen kust. Hierna wandelt men naar de nabijgelegen levensbron Zam zam, voor wederom zeven ommegangen. Dan vertrekt men weer naar de berg Arafat. In de woestijn ervoor is een tentenkamp ingericht voor de bedevaartgangers, die daar van zonsopgang tot zonsondergang staand mediteren. Vervolgens bezoekt men een groeve met drie betonnen zuilen, die symbool staan voor de duivel in zijn verschijning aan Abraham. Ieder neemt welgeteld 49 steentjes in de hand en begint die tegen de zuilen te werpen, wat nogal eens ongelukken oplevert, maar toch minder gevaarlijk is dan het gedrang in de straten rond de moskee. Tot slot laten alle mannen hun baard afscheren en is iedereen hadji: een moslim die de bedevaart naar Mekka heeft volbracht. Men maakt zich op voor het Offerfeest.

 

minderheden8
Eeen moslim zoekt in april 1997 bij een slachterij in Lith een schaap uit voor
het Offerfeest in de laatste maand van het Islamitisch jaar. (ANP)


Het Offerfeest, op de tiende dag van de twaalfde maand, wordt ook door de thuisblijvers gevierd. Ter herinnering aan Abraham die bereid was voor God zijn zoon Isaak te offeren maar daarvoor op het laatste moment een schaap in de plaats mocht stellen, wordt een offerdier geslacht. In moslimlanden koopt de man des huizes al een week van tevoren een schaap - geiten en koeien zijn ook toegestaan - en verwent het thuis in een stal of desnoods op een balkon. In Marokko is het de koning die als eerste een schaap de hals doorsnijdt en miljoenen huisvaders doen hem dit over de hele wereld na. Per gezin slacht men minimaal een dier. Een derde van het vlees is bestemd voor de armen, een derde voor bezoekende magen en een derde voor eigen consumptie. De staart van het offerdier wordt bewaard tot Ashura, om er soep van te trekken.

In Nederland stuitte de oorspronkelijke huisslacht op verboden en bezwaren. Vooral de opwinding rond offerdieren was voor stadse westerlingen moeilijk navoelbaar, al is die enigszins te vergelijken met de verwelkoming van de Paasos in landelijke streken tot na de Tweede Wereldoorlog. De overheid dirigeerde eerst de slacht naar gemeentelijke abattoirs, opdat de Keuringsdienst van Waren toezicht kon houden. Inmiddels is ook deze vorm onder kritiek komen te staan, omdat de slacht vaak door amateurs geschiedt en de schapen in zulke aantallen worden aangevoerd dat een bloedbad onvermijdelijk is. Wetenschappelijk onderzoek toonde bovendien aan dat de betrokken dieren gemiddeld tachtig seconden langer leden dan bij reguliere slacht. De Partij voor de Dieren greep dit gegeven aan voor een Initiatiefwet die elke vorm van rituele slacht wilde verbieden, ook de joodse. Dit was toch wel de hypocrisie van een genivelleerde samenleving die geen onderscheid meer durft te maken tussen low en high culture. De joodse slachtwijze is namelijk vanwege haar kleinschaligheid en voorschriften nog verfijnder dan de westerse praktijk en wordt uitgevoerd in eigen abattoirs, door specialisten die meer van dieren weten dan gemeentelijke abattoirmedewerkers. Overigens lijkt het erop dat de actie van de Partij voor de Dieren toch effect heeft gesorteerd, want de overheid heeft nadere afpraken met minderheden aangekondigd.  

Turken en Marokkanen kennen ook nationale feesten, die gemakshalve gewoon op de internationale kalender zijn geënt. Marokkanen vieren sinds 18 november 1956 hun onafhankelijkheidsdag. Turken vieren sinds 30 augustus 1922 de overwinning op de Grieken; sinds 29 oktober 1923 de uitroeping van de nieuwe Republiek en sinds 10 november 1938 de dood van Atatürk, de vader van het moderne Turkije. Atatürk heeft daarnaast voor een jaarlijks kinderfeest gezorgd. Op 23 april 1920 kwam het parlement van Turkije voor het eerst bijeen, wat Atatürk deed besluiten die dag voortaan te wijden aan kinderen, die immers de toekomst zijn. In Turkije mogen kinderen dan televisieprogramma's presenteren en de zetels van gezagsdragers innemen. Op veel Nederlandse basisscholen besteedt men tegenwoordig aandacht aan dit feest.

Joden

Net als de islamitische kalender is de joodse kalender op de maancyclus gebaseerd, waardoor de dag begint met de nacht. Het joodse jaar kent daarentegen een schrikkelmaand, waardoor het in de pas blijft lopen met de internationale kalender. Het jaar nul is de schepping van de wereld, die volgens de joodse religie in 3761 voor Christus plaatsvond. In Nederland leven momenteel ongeveer 37.000 joden - in mei 1940 was dat 140.000, maar 101.800 mensen zijn daarvan slachtoffer geworden van de holocaust. Van de huidige joodse Nederlanders is zeventig procent niet-kerkelijk, zij houden zich niet aan de joodse kalender en vieren evenmin de feestdagen daaruit.

Het joodse nieuwjaar, Rosj Hasjana, valt na de laatste oogst, tijdens de eerste twee dagen van de zevende maand; omgerekend is dat september of oktober van de internationale kalender. Nieuwjaarskaartjes worden uitgewisseld en in honing gedompelde stukjes appel luiden een nieuw 'zoet jaar' in. In de synagoge klinkt de sjofar, de ramshoorn, die herinnert aan het ram dat god zond om Abraham van de offerande van zijn zoon Isaak af te houden. Net als het islamitisch nieuwjaar is het joodse nieuwjaar een aanleiding tot bezinning, niet tot uitbundigheid. Orthodoxe joden legen hun zakken in rivieren, opdat hun zonden naar de zee worden afgevoerd.

De nieuwjaarsperiode duurt tot Jom Kippoer, tien dagen later, een dag van berouw, vasten en algehele onthouding. Jom Kippoer (Grote Verzoendag) is de heiligste dag van het joodse jaar; in Israël ligt dan het openbare leven stil. Voordat de dag aanbreekt vragen mensen elkaar vergiffenis, opdat zij van hun schuldgevoelens worden verlost en in onderlinge vrede met God kunnen worden verzoend. In de synagoge belijdt men collectief zijn zonden door urenlang allerlei wandaden te reciteren. God beslist naar aanleiding daarvan over het lot van de mensen in het komende jaar. Uit respect voor de schepping dragen orthodoxe joden tijdens Jom Kippoer geen leren schoenen.

Voor het Loofhuttenfeest, op de vijfentwintigste dag van de zevende maand, bouwen joden in de tuin of op het balkon een 'soekka', een krakkemikkig hutje van oude deuren, golfplaten en takken, ter herinnering aan de hutjes die hun voorouders bewoonden tijdens hun veertigjarig verblijf in de Sinaïwoestijn. De bedoeling is dat in het hutje zeven dagen wordt gewoond, maar in noordelijke landen beperkt men zich tot eten, vaak samen met gasten. In de kibboetsim is het Loofhuttenfeest het hoogtepunt van de feestkalender, met parades, kinderspelletjes en dansavonden. Na acht dagen is het Slotfeest, waarbij om regen wordt gebeden. Het Slotfeest wordt vaak gecombineerd met 'Vreugde der Wet', een religieus festijn, waarbij men in de synagoge extatisch danst met de Thorarollen.

 

minderheden7
Sinds 1998 wordt in Amsterdam en elders tijdens Chanoeka een
immense menora in de buitenlucht opgericht. (ANP)


Chanoeka of het Inwijdingsfeest begint op de 25-ste van de negende maand en duurt eveneens acht dagen. Het herdenkt het succesvolle verzet van de joden in 165 v. Chr. tegen het gebod van de Syrische koning om hellenistische goden te gaan vereren, waarna zij hun tempels opnieuw konden inwijden. Aan die inwijding herinnert het gebruik om in een serie van acht dagen de acht armen van de Chanoeka-kandelaar, of menora, te ontsteken. Veel joodse gezinnen plaatsen de kandelaar in de vensterbank, maar in Amstelveen, Amsterdam en Den Haag verrijzen sinds kort op pleinen ook kolossale menora's; New York had hiervan in 1977 de primeur. Chanoeka is overigens evenzeer een kinderfeest, met geschenken, pannenkoekjes van geraspte aardappelen (latkes) en spelletjes.

Poeriem of Lotenfeest op de veertiende van de twaalfde maand is het joodse carnaval. Het verhaal wil dat Haman, hofdignitaris van koning Ahasverus van Perzië, had uitgevaardigd dat iedereen voor hem moest buigen. Mordechai, een jood, weigerde dat, omdat joden alleen voor God buigen. Haman kreeg daarop van zijn koning gedaan dat alle joden mochten worden vermoord; de dag waarop dat zou gebeuren, werd door lotjes bepaald. Mordechai wendde zich daarop tot zijn nicht Esther, die met de koning was getrouwd zonder hem te vertellen dat zij joods was. Esther deelde haar man mee, dat ook zij het slachtoffer van Hamans plan zou worden, waarop de koning niet Mordechai maar Haman aan de galg liet ophangen Tijdens de voorlezing met Poeriem van dit verhaal stampen de aanwezigen op de grond en draaien ze met ratels zodra de naam Haman valt. Haman komt ook terug in de Hamansoren, gefrituurde deeglapjes die men elkaar tijdens Poeriem aanbiedt. Kinderen en volwassenen verkleden zich als bijbelse figuren maar ook wel als Batman. De joodse religie veroordeelt onmatig alcoholgebruik, maar tijdens Poeriem mag men zoveel drinken totdat men het verschil tussen Haman en Mordechai niet meer kent.

 

minderheden6
Poeriem, het joodse carnaval, in huiselijke kring; naar J. Wagenaar, 1780. (Atlas van Stolk)


Pesach, het joods paasfeest, valt op de vijftiende van de eerste maand. De bevrijding uit de slavernij en de vlucht uit Egypte van het joodse volk is het thema. Omdat voor die vlucht de joden geen tijd meer hadden hun broden te laten rijzen, namen zij platte ongezuurde broodjes mee, matzes, die zij als slaven aten. Ter herinnering hieraan moeten uit elk huis alle etenswaren die ook maar de kleinste hoeveelheid rijsmiddel bevatten, worden verwijderd, wat kamer voor kamer en kast voor kast gebeurt. Aanrecht en kookplaat worden afgedekt, en als een spelletje voor de kinderen worden hier en daar pakjes met rijsmiddelproducten verstopt.

Pesach zelf wordt hoofdzakelijk rond de eettafel gevierd, met langdurige vertellingen over de tien plagen die Egypte werden aangedaan vooraleer de uittocht kon beginnen en een loflied op de vele weldaden die God het Joodse volk heeft bewezen. Wijn wordt geofferd, in de vorm van het wegspatten van druppels. Het feestmaal bestaat uit geroosterd vlees en eieren en allerlei bitterheden die verwijzen naar de bittere tijd in Egypte. Zout water doet denken aan alle tranen die het joodse volk heeft gestort. Pesach, dat letterlijk 'overslaan' betekent (naar het bloed op de deurposten waarmee joden zich konden vrijwaren tegen de tiende plaag: de moord op alle eerstgeborenen), duurt acht dagen. Alleen de eerste en laatste dagen worden intensief gevierd, maar al die tijd eet men matzes, 'het brood der ellende'.

Vijftig dagen na Pesach is Sjavoeot, het Wekenfeest. Het verwijst naar de zeven weken die lagen tussen de vlucht uit Egypte en de openbaring van de Tien Uitspraken aan Mozes op de Berg Sinaï. In die weken wordt er niet getrouwd en laten orthodoxe mannen hun baard staan. Sjavoeot is ook een oogstfeest voor tarwe, dadels en olijven. Synagogen en huizen zijn versierd met bloemen en fruit en thuis drinkt men veel melk, omdat de verkregen Thora even voedzaam als melk wordt beschouwd. In Israël is Sjavoeot de dag van de landbouw en de kibboetsim.

Op de negende dag van de vijfde maand valt Tisah be-Av, de Treurdag om Jeruzalem. De verwoesting van de tempels wordt dan herdacht, evenals alle andere verschrikkingen die het joodse volk in de geschiedenis zijn overkomen. Tijdens de weken ervoor zijn er geen feesten en onthoudt men zich van vlees en wijn. De uitroeiing van zes miljoen Europese joden tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft een aparte herdenking gekregen, Jom ha-Sjoa, op zevenentwintigste dag van de eerste maand, een week na Pesach. In de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam, startpunt van de transporten naar Westerbork, komen dan honderden mensen samen.

Hindoestanen

Net als moslims en joden rekenen Hindoestanen in maanjaren, die elf dagen korter zijn dan het zonnejaar. Het verschil wordt ingelopen met zeven 'vuile' maanden in negentien jaar. De maand begint voor de meeste Hindoes bij afnemende maan, niet bij nieuwe maan. Het jaar nul van de kalender varieert: een stroming kiest daarvoor de overwinning van koning Vikram in 57 v. Chr., een andere de troonbestijging van koning Shalavikan in 78 n. Chr.

Het hindoeïstisch Nieuwjaar wordt astrologisch vastgesteld, maar valt meestal tussen half maart en april. Een grondige reiniging is de inleiding op het huiselijk feest, dat meestal met gasten wordt gevierd. Na de 'eerste maaltijd' met melkrijst knielen de kinderen voor hun ouders neer om vergeving voor 'kleine ergernissen' van het afgelopen jaar te vragen. Cadeautjes volgen.

 

minderheden5
Holi Pagwha, feest van gelijkheid: de Rotterdamse wethouder Kombrink wordt
in maart 2001 door Hindoes met poeder besmeurd. (ANP)


Holi Pagwha is een lentefeest dat in Nederland ook publiekelijk wordt gevierd, o.a. in de Amsterdamse Bijlmer en Rotterdam maar vooral in Den Haag, waar 50.000 van de in totaal 120.000 Nederlandse hindoestanen wonen. Het valt in februari/maart en is gewijd aan Krishna, een incarnatie van de populaire god Visjnoe. Naast de komst van de lente symboliseert het de overwinning van het goede op het kwade. De dag ervoor wordt op pleinen een groot vuur aangelegd voor de heks Holika, die meende dat mensen ook medemensen als god kunnen vereren, ten bewijze waarvan zij op een brandstapel plaatsnam en... in vlammen opging. Om kwade gedachten te verdelgen roepen de gelovigen Holika verwensingen toe en gooien zij rijst, aarde en stenen in het vuur. Holi Pagwha is een gelijkheidsritueel: de verschillen tussen jong en oud, rijk en arm, man en vrouw, blank en zwart worden weggewerkt doordat de aanwezigen elkaar met kleurpoeders, parfum en vloeistof besmeuren die de lente visualiseren. Irritante lieden krijgen wel extra poeder over zich heen. Ook houdt men elkaar met verzonnen boodschappen voor het lapje. Verder is het een uitbundig feest, met veel drank en eetwaar, wederzijdse bezoekjes en bigi brasa. In Suriname is het een nationale feestdag.

In augustus valt het Rahki-feest. Vrouwen binden een koordje van katoen of zijde om de pols van een man, meestal een broer, teneinde bescherming van hem te verkrijgen. Een balletje van suiker en melk leidt dit verzoek in; een sieraad van de man voor de vrouw dient ter bevestiging van de relatie. De maand daarop worden de verplichtingen van Hindoes jegens ouders en voorouders vernieuwd tijdens Pitri Poedjade. Met offergaven en het opzeggen van mantra's, liefst door de oudste zoon, geven de kinderen aan dat zij ook het komende jaar voor hun ouders en voorouders zullen zorgen. In september/oktober offeren Hindoes in huiselijke kring negen dagen lang speciale gerechten ter ere van Parvati, de echtgenote van Sjiva, die voor verandering staat. In april valt de hindoe-dag van de verantwoordelijkheid tegenover het universum, Arya Samaj.

In oktober/november is het vijf dagen lang Divali, mét Holi Pagwha het belangrijkste feest van de hindoeïstische kalender. Divali betekent een 'rij lichtjes'. Die lichtjes, in iedere kamer van het huis en liefst ook op het dak en het tuinpad, zijn gemaakt van geklaarde boter en verwelkomen Laksjmi, de vrouw van Visjnoe en de godin van rijkdom en geluk. Met Divali sluiten hindoeïstische ondernemers hun boeken en mag er flink gegokt worden. Daarnaast is Divali een oogstfeest, een feest voor de middenstanders en een moederdag. De godin van het ongeluk, Alaksmi, wordt soms verjaagd met vuurwerk en ketelmuziek. Ook slaat men wel een beeld van haar kapot om er een van Laksjmi voor in de plaats te zetten. Tijdens Divali nodigen Hindoes soms niet-Hindoes bij hen thuis uit, maar bezinning staat voorop.

 

minderheden4
Divali, 'het feest van de lichtjes', tijdens een optocht van Hindoes in 1996
voor het Centraal Station van Amsterdam. (ANP)


Surinaamse Hindoes - meestal Hindoestanen genoemd, naar Hindustan, de Indiase streek waar zij vandaan komen - herdenken ieder jaar dat op 5 juni 1873 het eerste schip, de Lalla Rookh, met hun voorouders in Suriname aanmeerde. Zij waren in de toenmalige Engelse kolonie geronseld als contractarbeiders, ter vervanging van de vrijgelaten negerslaven (als tegenprestatie stond Nederland de Goudkust, het huidige Ghana, aan Engeland af). De laatste contractarbeiders mochten in 1916 naar huis, maar zij die bleven konden een stukje grond en een geldbedrag krijgen. In diverse Nederlandse steden komen Surinaamse Hindoes op 5 juni bij elkaar voor toneelstukjes, muziek, toespraken en hapjes.

Afro-Surinamers en Antillianen

De volksplanting Suriname is op 25 november 1975 onafhankelijk geworden. In totaal zijn 350.000 inwoners uit dat land naar Nederland gekomen, waarvan de helft Afrikaanse voorouders heeft. Daarnaast wonen er 140.000 Antillianen in Nederland, hoewel de Antillen sinds 10 oktober 2010 niet meer bestaan: Curaçao en Sint Maarten zijn onafhankelijke landen binnnen het koninkrijk geworden, wat Aruba sinds 1986 al was, en Saba, Sint Eustatius en Bonaire zijn Nederlandse gemeenten.

 

minderheden1
Keti-koti dans, na een minuut stilte, op 30 juni 2000 op het Surinamplein
in Amsterdam. Ook elders in Nederland wordt Keti-koti gevierd. (ANP)


Afro-Surinamers en Antillianen vieren op 1 juli gezamenlijk Keti-koti, letterlijk: het snijden van de ketenen, oftewel de afschaffing van de slavernij. Nederland heeft in 1859 in Nederlands-Indië en in 1863 in Suriname en op de Antillen de slavernij afgeschaft. Dat was even voor de Verenigde Staten en ruim voor Portugal, Brazilië en de Afrikaanse volkeren die als toeleveranciers van slaven optraden, maar wel beduidend later dan Engeland (1833) en Frankrijk (1848). In Suriname kwamen toen 34.000 slaven vrij en op de Antillen 12.000. Bij de honderdjarige herdenking van dit feit werd in Paramaribo een standbeeld onthuld van het negerslaafje Kwakoe, dat zich van zijn ketens tracht te bevrijden. Kwakoe betekent 'Woensdag' en is in het Sranantongo het algemene woord voor slaaf. Maar Kwakoe, zo heette ook de eerste zwarte grondbezitter in Suriname. Rond het beeld concentreert zich in Suriname het Keti-kotifeest, met een parade, een bigi spikri (grote spiegel) als hoofdonderdeel. In Amsterdam komen jaarlijks op het Surinameplein enige honderden creolen samen voor een dans in kotomosi, het creoolse feesttenue. In Rotterdam belegt men een herdenkingsdienst in de Laurenskerk en is er een optocht.

Kwakoe is ook de naam van een festival dat in de Amsterdamse Bijlmermeer elke zomer gedurende zes weekeinden plaatsvindt. Begonnen in 1975 als een Surinaams voetbaltoernooitje tijdens de vakantieperiode is het inmiddels uitgeroeid tot de 'hot spot' voor iedereen die iets te maken heeft met Suriname, de Antillen, Afrika en Latijns-Amerika. Er zijn wedstrijden in dammen, domino en troofcall (klaverjassen). Er worden lezingen gehouden, er is theater, film, en bij honderden kramen zijn bloedworst, stroop, schaafijs en bier te koop. Jaarlijks trekt het Kwakoefestival honderdduizenden bezoekers, waarvan de helft van buiten Amsterdam. In 2011 werd het festival niet gehouden wegens financieel mis-management.

 

minderheden12
Het Solero Zomercarnaval in Rotterdam, 28 juli 2001: één koningin,
dertig praalwagens en bijna een miljoen dansende bezoekers. (ANP)


Het Solero Zomercarnaval in Rotterdam was in 1984, het startjaar, vooral bestemd voor Antillianen. Met Nottinghill in Engeland is het nu het bekendste Zuid-Amerikaanse carnaval van Europa. In tegenstelling tot het winterse carnaval is een vrouw het symbolische hoofd van het feest. Zij wordt vooraf tot koningin gekozen, waarbij vooral persoonlijkheid en schwung de criteria vormen. Inmiddels is het Zomercarnaval het grootste multiculturele evenement van Nederland geworden, met tweeduizend deelnemende dansers aan de parade en soms wel een miljoen toekijkende dansers langs de kant.

Chinezen

Officieel telt Nederland 44.000 Chinezen, maar in werkelijkheid zijn dat er 80.000 tot 145.000, want degenen die bijvoorbeeld via Indonesië en Suriname hiernaartoe zijn gekomen zijn nooit als zodanig geteld.

Voorzover niet volledig verwesterd hanteren Chinezen verscheidene kalenders. Een van de jaartellingen begint in 2637 v. Chr. en is ingesteld door keizer Huangdi; een andere begint in 551 v. Chr., het geboortejaar van Confucius. Keizer Huangdi voerde ook een cyclus van zestig jaar in, waarnaar in de Chinese jaartelling wordt verwezen. Het jaar zelf is verdeeld in twaalf maanmaanden van 29 en 30 dagen. Zeven keer in de negentien jaar is er een schrikkelmaand, wat wordt bepaald door een vaste zonnekalender die men tegelijkertijd bezigt. De maankalender blijft echter de teleenheid. Om een opgetreden tijdsverschil goed te maken laat men eenvoudig bepaalde maanmaanden langer duren.

Het Chinese Oud en Nieuw valt tussen 21 januari en 20 februari. Het is meteen het grootste feest uit de kalender en duurt drie tot vier dagen. Al weken van tevoren beginnen de voorbereidingen. Het is de bedoeling dat iedereen met een schone lei, dat wil zeggen zonder schulden en ruzies, het nieuwe jaar instapt en dat moet acht dagen voordien zijn afgerond, omdat dan de Keukengod Zao Chun vertrekt om de Hemelgod zijn jaarlijkse verslag te doen. Om hem gunstig te stemmen krijgt de Keukengod vooraf stroop om zijn mond gesmeerd. Kleine presentjes en gebakjes van rijstebloem worden aan anderen geschonken, wat Chinese restaurants in Nederland ook bij hun gasten doen.

Het oude jaar wordt duchtig weggeboend en men trekt nieuwe kleren en schoenen aan. Eerst is er een diner van negen gangen, omdat negen het getal voor de eeuwigheid is. Na afloop maken de kinderen een buiging voor hun ouders, die op hun beurt rode envelopjes met geluksgeld aan hun kinderen en alle ongetrouwde broers en zussen schenken. Hoewel er voor nieuwjaar ook regelmatig rotjes worden afgestoken, vangt het echte vuurwerk met de honderdduizendklappers direct na middernacht aan. In enkele Nederlandse steden duiken sinds een jaar of twintig leeuwendansers op, die met een felgekleurde namaakleeuw het kwaad verjagen en daarbij door Chinese winkeliers met geluksgeld en kroppen sla worden aangemoedigd.

 

minderheden3

minderheden9

Chinees Nieuwjaar op 9 februari 2000 in Rotterdam. Het jaar van de Draak,
zoals 2000 heette, werd met de drakendans ingeluid. (ANP)


Een bijzonderheid van de Chinese feestkalender is dat zij tal van verjaardagen kent, zoals die van de Jade Keizer, de heerser over alle goden; van de wijsgeer Confucius en van Amithiba, het hoofd van het Westerse Paradijs. Daarnaast hebben kippen, honden, varkens, eenden, koeien en paarden een algemene verjaardag, evenals de mensen. Wie op die dag rauwe vis eet, leeft langer.

Ook de doden hebben verjaardagen. Er is een Gravenfeest, waarbij aardse zaken als bloemen en etenswaren op voorouderlijke graven worden gelegd; een Feest van het Beklimmen der Grote Hoogten, waar de meeste graven zijn gesitueerd; en een Festival van de Hongerige Geesten waarbij verwaarloosde zielen eten krijgen voorgeschoteld. Het bekende Drakenbootfestival is eveneens een dodenfeest. Het herinnert aan Chu Yuan, dichter en staatsman uit de derde eeuw, die zich in een rivier verdronk toen hij het vertrouwen in de keizer verloor. Als het ware om Chu Yuan te zoeken worden er op zijn gedenkdag in China roeiwedstrijden gehouden.

De landbouwcyclus biedt een andere houvast. De Winterzonnewende kondigt de lente aan. Het Lentefestival eindigt met een lantaarnfeest, ook wel Klein Nieuwjaar geheten. Het Moon Cake Festival, in de achtste maanmaand, is in oorsprong een oogstfeest. Jonge meisjes vragen daarbij de Oude Man op de Maan met wie zij zullen trouwen.



minderheden10


De Molukse gemeenschap in Nederland, hier sinds 1952, telt ongeveer 42.000 personen, van wie de meerderheid christelijk is. Zij herdenkt ieder jaar het uitroepen van de republiek Maluku Selatan op 25 april 1950. Op 15 mei viert men Pattimuradag, de Dag van de Jonge Koning, met wie Thomas Matulesia wordt bedoeld, die in 1817 een opstand tegen het Nederlandse gezag leidde en aan de galg belandde. Breda 2001.

 


terug naar boven