BN'ers

 

'Everybody's making it big but me'. Dr Hook

 

Avond aan avond dezelfde smoelen op je netvlies, zie daar het lot van de Nederlandse tv-kijker. Meestal tref je hen lachend of babbelend in een studio en soms een beetje huilend thuis, maar je mag hen ook aanschouwen tijdens een walkie talkie door de vrije natuur, of tijdens een survival op een exotisch eiland. Het lijkt wel alsof de hele wereld moet weten wat voor interessant leventje zij leiden.

Uiteraard zetten zij zich in voor goede doelen, al wordt daarbij zelden duidelijk of zijzelf doneren danwel incasseren, in welk laatste geval imagowinst meetelt, zou ik zeggen. Ook spreken zij zich over allerlei brandende kwesties uit. De omroepen zijn in de jaren tachtig met het straatinterview begonnen, de Vox Populi; voor de bekende koppen bestaat er inmiddels een Vox Popi JopiHet kan je tijdens een discussie zomaar gebeuren dat je krijgt voorgeworpen: 'O, jij bent het dus niet eens met Filemon?' 

 

eversstaatop

Prominenten bij de Evers staat op Run van Radio 538, september 2017. Er bestaat inmiddels een hele invitatie-industrie om zulke mensen op te trommelen. De individuele motieven tot deelname verschillen: sommigen kunnen nog wat extra exposure gebruiken, anderen zien kans om onopvallend aan hun rehabilitatie te werken. www.radio538.nl

 

Televisiekoppen dringen op deze manier steeds dieper door in het leven van gewone Nederlanders. Maar wat hebben zij au fond te melden? Onlangs ontdekte ik op één avond misdaadverslaggever Peter R. de Vries in vier programma's. Iets origineels heb ik uit zijn stoppelige kinnebak nooit vernomen, maar hij mag stelling nemen tegen iedereen die niet politiek correct is, terwijl hij tegelijkertijd de lof zingt van vrije jongens die overal schijt aan hebben. Een dubbele boodschap, typisch voor de proletarische miljonairs die in Nederland de overhand hebben als het om miljonairs gaat.

In het voetspoor van Peter R. verschijnen dagelijks strafrechtadvocaten in beeld. Dertig jaar geleden vormden zulke advocaten de ranzige rafelrand van de rechtsstaat; logisch, want wie met pek omgaat, nietwaar. Tegenwoordig zijn zij de herauten ervan. In praatshows klagen zij alles en iedereen aan, behalve het crapuul dat zij verdedigen. Voor hun cliëntèle prostitueren zij zich meer dan reclamemensen plegen te doen, maar alleen de laatsten worden hierom gewantrouwd. Mr. Bernadette Ficq, de populairste trol van Misdadig Nederland, presteerde het om voor het front van de natie de dappere islam-critica Ayaan Hirsi Ali als niet-integer te betitelen. Het was alsof een hoerenmadam de staf over een nette dame brak.      

 

meesterwerken 

Leven via de sterren. In het tv-programma Meesterwerken vertelt een bekende Nederlander wat zijn favoriete meesterwerken zijn, ter begeleiding van een digitale publieksstemming. Hier is Paul Witteman de aangever van Claudia de Breij; andersom was interessanter geweest, maar minder goed voor de kijkcijfers. NPO Uitzending Gemist.


Ik vermoed dat het bij de Deense en Vlaamse televisie idem dito is gesteld. Grotere landen kunnen in elk geval putten uit een ruimer arsenaal Talking Heads, wat de gemiddelde kwaliteit ervan allicht hoger maakt en tegelijkertijd hun aanwezigheid in het dagelijks leven minder pregnant.

Want inderdaad: wanneer je vandaag een uurtje door Amsterdam wandelt, heb je kans dat je tien tot vijftien personen treft die je net thuis pal in de ogen hebt gekeken. Maar zo benaderbaar als ze toen schenen, zo afstandelijk zijn ze nu; een disbalans die telkens bevreemding wekt. Er zijn landgenoten die zulke confrontaties niettemin prachtig vinden en zich er als vliegtuigspotters over verheugen. Mij vergaat het meestal aldus. Ik loop op een gracht en zie een individu mijn kant uitkomen die ik denk te kennen. Gaat het om een vrouw dan krijg ik gewoonlijk een signaal vooraf. Een barse blaag als Georgina Verbaan straalt op afstand uit: Jezus, wéér zo'n viespeuk die met mij een selfie wil maken. Rijzende sterretjes daarentegen huppelen Jan en alleman tegemoet omdat zíj die selfie willen.

Mannen houden doorgaans hun blik op het eind van de straat gericht, volgens een aanbeveling die in die kringen de ronde doet. Ik blijf dan echter met het gegeven kampen dat een vermeende kennis op mij afkomt die ik behoor te groeten. Daarom blijf ik naar hem kijken. Merkt hij mij op en wendt hij zich vervolgens af dan weet ik: hij kent mij niet, ik hoef hem niet te groeten. Maar het gebeurt ook dat hij mij helemaal niet in de gaten krijgen, zodat ik tot aan het passeren in onzekerheid verkeer. Vroeger zei ik zo iemand weleens uit mezelf gedag, maar tegenwoordig doe ik dat niet meer, want meestal is het toch een bekende Nederlander. 

 

missnederland

De uitvinding van roem. Miss Nederland Jo Koopman (derde van links) met enkele collegaatjes tijdens de Miss Universe Verkiezing van 1929 in de USA. www.geheugenvannederland.nl

 

Bekende Nederlanders drukken jou aldus in de rol van toeschouwer en dat irriteert mij. Als claimend ervaar ik dat ik allerlei details uit hun privéleven moet weten. Misschien ben ik hiervoor extra gevoelig, omdat ik de tijd nog heb meegemaakt dat zij als categorie niet bestonden. In mijn jeugd heerste de geschreven pers. Je had echte beroemdheden, over wier privéleven je weleens iets in fotobijschriften las, en notabelen die tijdens interviews louter zakelijke mededelingen verschaften. Nette mensen, aldus een ooit verbaasde Jort Kelder, zorgden ervoor dat zij slechts driemaal in hun leven de krant haalden: bij geboorte, huwelijk en dood.

Ergens in de jaren zestig begon een proces dat Kees van Kooten en Wim de Bie in 1977 op hun Bescheurkalender de opmerking ingaf: 'Toen er geen televisie bestond, moesten bekende Nederlander er nog iets voor doen om een bekende Nederlander te worden'. Het kan je nu bij een groenteboer in De Pijp overkomen dat je uit de hoogte wordt bekeken door een vrouwtje dat de huishoudschool niet eens heeft afgemaakt maar vanwege een rolletje in een soap cultureel erfgoed denkt te zijn geworden. Hier wringt ook precies de schoen. Bekende Nederlanders plegen vals spel, zij onttrekken zich aan normale verhoudingen. Ik heb het bij al mijn kennissen nagevraagd, maar het zijn nooit de knapste, slimste of grappigste leerlingen uit de klas die Bekende Nederlander worden.

Zou de televisie inderdaad de enige schuldige aan dit verschijnsel zijn? Nee. De aandacht voor roem is een vrucht van onze massacultuur. Sympathisanten daarvan verkiezen de aanduiding populaire cultuur, maar zij verbloemen op die manier de twee belangrijkste elementen eruit: het massale karakter en het hyperkapitalisme. Massa is immers kassa. Vroeger bedienden fabrikanten het publiek door hun producten zo goedkoop mogelijk aan te bieden, nu proberen artiesten en voetballers zo veel mogelijk geld uit het publiek te slaan. En dat lukt voortreffelijk. Oud-premier Wim Kok lanceerde de term exhibistionistische zelfverrijking voor managers van bedrijven, hij was blijkbaar blind voor het feit dat artiesten en voetballers daarin veel succesvoller zijn. 

Om niet te negatief te beginnen: massacultuur is een schone zaak en schenkt de mensheid veel vermaak. In de zeventiende eeuw raadde de Spaanse jezuïet Baltasar Gracián intellectuelen nog aan in smaak en opinies 'nooit als de massa te zijn'. Twee eeuwen later verwierp Nietzsche nog hartstochtelijk kuddegedrag. Het valt echter niet te loochenen dat dankzij de industriële revolutie de massa behoorlijk ontwikkeld is geraakt, wat al blijkt uit het feit dat niemand meer denigrerende synoniemen ervoor zal bezigen als grauw en plebs. Desondanks draait massacultuur in de praktijk vaak uit op een zouteloze mix van volkscultuur en elitecultuur, door een Amerikaanse socioloog 'midcult' gedoopt. 

 

 

bblookalikes

Roem op leenbasis. Nederlandse lookalikes van Brigitte Bardot in competitie bijeen, Amsterdam 1960. www.geheugenvannederland.nl

 

Mij persoonlijk stemt het droevig dat simpele lolletjes die ikzelf op mijn opvoeders heb moeten veroveren: voetbal en popmuziek, inmiddels verplichte dagelijkse kost voor miljoenen zijn geworden, een weerzinwekkende miljardenbusiness bovendien. Genieten doe ik er daarom nog nauwelijks van. Als televisiekijker mijd ik ook de shows van André van Duin, niet uit onwil want hij lijkt me best een geschikte peer, maar hij richt zich tot lachgraag publiek, en ik beschouw mezelf al niet als publiek. Wat dat betreft ervaar ik een diepe kloof met mijn jeugd, toen zelfbewuste jongeren nog als eenzame cowboys op een brommer (in mijn geval: een fiets) over 's heren wegen jakkerden. Grote evenementen mijd ik als de pest. Betreed ik een theaterzaal dan zet ik mezelf als het ware uit; ik ben er nauwelijks en herken dat bij een enkele andere verloren ziel. Het verbaast mij nog steeds hoe gretig mensen tegenwoordig in menigten verkeren en hoe vrij ze zich dan uiten, alsof ze het op dat ogenblik leuker hebben dan thuis.       

Van een afstand kan ik wel waardering opbrengen voor André Rieu, die met verve high culture populariseert (de omgekeerde werkrichting als bij voetbal en popmuziek). Regelrecht plezier beleef ik aan verschijnselen als Broodje-aapverhalen, Mama Appelsap, de jaarlijkse Nieuwjaarsbabe, luchtgitaarspelen en You Tube. Ook intrigerend: uitingen als Ugly Christmas Sweaters en Guilty Pleasures (liedjes die eigenlijk niet kunnen maar toch aanspreken), alsof wansmaak nog steeds bestaat, benevens een onderklasse die als drager daarvan fungeert. Sowieso stelt massacultuur voortdurend ter discussie wat kitsch, camp en echte kunst is, zonder de antwoorden erbij te leveren, want die mogen mensen zelf bepalen, vooralsnog.

Uiteraard is massacultuur een mondiale aangelegenheid, maar als nationale aftrap ervoor mag in mijn ogen gelden de eerste Miss-Nederlandverkiezing in 1929, gewonnen door Jo Koopman uit de Jordaan. Hoe reëel deze verkiezing ook verliep, het ging om een bedenksel, om fictie, immers het is fysiek onmogelijk het mooiste meisje van Nederland te selecteren aangezien er honderdduizenden mooie meisjes zijn. Maar wat eruit bleek was dat roem gewoon opgewekt kon worden. Nog een stap verder gingen de lookalike-wedstrijden die in dezelfde perode in Engeland aanvingen, vooral rond Charlie Chaplin (die volgens het verhaal zelf een keer meedeed en toen derde werd). Lookalikes verklaarden roem als het ware tot een aparte, begerenswaardige entiteit, die je desgewenst even kon lenen.

 

boekenweek

Roem verkoopt: Boekenweekgeschenk 1934, een mapje met twaalf schrijversportetten. www.zwiggelaarauctions.nl

 

Een ander belangrijk moment in deze ontstaansgeschiedenis was volgens mij de jaarlijkse Boekenweek, een traditie uit 1932. Let op en kijk uit voor schrijvers! Zij zijn de eerste kunstenaars geweest die baat vonden bij een massamarkt. Al in de negentiende eeuw exploiteerden Tollens, Beets en Multatuli hun roem met portretjes van zichzelf en publieke optredens. Schrijvers, voor zo ver ik hen ken, maken zich ook voortdurend druk om hun populariteit  - alsof ze vroeger op het schoolplein niet getapt genoeg waren en dat nog steeds betreuren. Er bestaan natuurlijk heilige uitzonderingen: de Fransman Roger Martin du Gard hield zich zo afzijdig dat geen journalist wist hoe hij eruitzag toen hij de Nobelprijs ontving. De meesten willen echter dolgraag een held van de eigen tijd zijn en uit ons aller naam leven, ook al ontbreekt het hun aan echte ervaringen. Zo liet zondagskind Arnon Grunberg ooit een interviewer noteren: 'Rouw is iets zeer eenzaams' en 'met zelfmedelijden schiet je niets op'. Aha, aldus sprak Zarathoestra!

Als individuele roem niet lukt, dan zijn schrijvers bereid hun hyperindividualisme opzij te zetten en collectief roem te vergaren. Zij waren de eerste niet-deskundigen die zich met petities tot regering en volk richtten, tegenwoordig een hobby van tout bekend Nederland. Dit is des te opmerkelijk daar je uitgerekend aan schrijvers geen moer hebt als het gaat om sociale problemen. Om deze stelling te adstrueren kun je prijsschieten. Multatuli wilde onderkoning van Nederlands-Indië worden, Harry Mulisch stond pal achter Fidel Castro, voor Maarten 't Hart kan de islamisering niet snel genoeg gaan en Tommy Wieringa reageerde op een aanslag op De Telegraaf: 'Dat werd tijd'. 

Het naoorlogse Boekenbal was een volgende stap van de beroepsgroep. Dat bal had ten doel schrijvers met allerlei prominenten uit de samenleving te laten mengen. Zij kwamen daartoe in de Stadsschouwburg samen met, ja met wie eigenlijk? De high society, de haute volée, de happy few, de beau monde, de ruling class, de fine fleur, de jetset? Grappig dat dit soort termen in Nederland iets gekunstelds behouden, alsof ze naar grotere groepen verwijzen dan wij überhaupt kennen (al weet ik inmiddels dat overal ter wereld groepen klein zijn). Gelukkig hoeven we er ook niet meer tussen te kiezen, want tegenwoordig omringen schrijvers zich bij voorkeur met televisiekoppen. Ze zijn dermate tuk op die koppen dat ze tientallen collega's schofferen door hen geen uitnodiging te sturen, zogenaamd vanwege ruimtegebrek.

De Nederlandse massa, calvinistisch georiënteerd, volgde deze nieuwe zucht zeker niet onmiddellijk. Niettemin dienden zich hier na de oorlog in navolging van elders fan- en supporterclubs aan. Aanvankelijk kwamen daar louter jongeren op af; later ook volwassenen die zich nooit als fan of supporter hadden laten kennen, omdat zij daarvoor te ingetogen waren opgevoed. Toen eenmaal genoeg mensen die stap hadden gezet, liet zowat iedere Nederlander zijn aarzeling varen, getuige het algehele enthousiasme voor hitparades, bestsellerslijsten en prijzen voor onmeetbare zaken als de beste acteerprestatie en het beste interview. Volgens een ingewijde als Woody Allen is hierbij niets anders aan de orde dan favoritisme (en modieusheid, zeg ik er ten overvloede bij). Vooral de organisaties die de prijzen verstrekken hopen er garen bij te spinnen. Daaraan danken we het rijtje: longlist, shortlist en feestelijke bekendmaking van de winnaar, alsmede de tientallen 'awards' van tijdschriften als Glamour en JFK, die anders nooit het nieuws halen. De jaarlijkse uitreiking van Nederlandse filmprijzen is helemaal een vertoning. Over Nederlandse films hoor je zelden iets positiefs, maar een ieder die er bij betrokken is mag tijdens zijn leven ettelijke malen een Gouden Kalf in ontvangst nemen.    

 

o,corry

Commentaar van Henk van der Meijden in De Telegraaf op de presentatie van Corry Brokken van het Eurovisiesongfestival 1976, www.delpher.nl

 

Dít verraste mij: blijkens zijn biografie verkeerde oud-kruidenier Albert Heijn in de mening dat zijn bedrijf met Allerhande aan de wieg heeft gestaan van het fenomeen Bekende Nederlander zoals wij het kennen. Inderdaad bracht dat blad in 1955 als eerste knusse getuigenissen van beginnende artiesten als Adèle Bloemendaal en Rinus Ferdinandusse. Pas vier jaar later kreeg Henk van der Meijden zijn showbizzpagina in De Telegraaf met een zelfde aanpak. Hieruit resulteerde in 1977 Privé, het eerste roddelblad van Nederland.

Wat veel mensen niet meer weten: de televisie vertolkte toen nog de deftige versie van Nederland. De VPRO kwam weliswaar al in 1967 met TV's first nude Phil Bloom;  andere omroepen deden juist hun best om de hoogste kringen te behagen. Personifactie van dit streven én sneven was oud-zangeres Corry Brokken, 'een onberispelijke verschijning en een perfecte gastvrouw'. Zij presenteerde in 1976 het Eurovisiesongfestival, dat ze in haar jonge jaren zelf had gewonnen. Tijdens de puntentelling liet ze zich nogal gaan: ze kreunde, piepte en gilde. Hierop kwam zoveel kritiek dat ze, hoewel over de veertig, rechten ging studeren en een carrière als juriste verkoos.

Het is ook niet de televisie geweest die met intieme onthullingen over sterren is gestart; zelfs Henk van der Meijden niet. De laatste was altijd jaloers op Bibeb, wier interviews voor Vrij Nederland de sappigste details bevatten. Bibeb stond in een literaire traditie, zij sprak ook dikwijls met kunstenaars. En als het daarover gaat, Jan Wolkers en Jan Cremer hebben in hun boeken meer pikanterieën over zichzelf verspreid dan een riooljournalist had kunnen achterhalen. Om geen misverstand te wekken: met eerlijkheid heeft al die openheid niets te maken. Jean-Jacques Rousseau, die zich als het om seks ging hooguit 'aan de boezem van een vrouw drukte', was in zijn Bekentenissen (1789) veel eerlijker ten aanzien van zichzelf dan Jan Wolkers en Jan Cremer ooit zijn geweest. 

Insgelijks was het ook links dat met de uitlichting van personen is begonnen, onder het feministische motto: het persoonlijke is politiek. PvdA-voorman Peter Rehwinkel stelde een boek samen over first lady's van veertien na-oorlogse premiers (de onderwerpkeuze alleen al). Wat blijkt? De eerste die vond dat zij naast haar echtgenoot in de spotlights mocht staan was Liesbeth den Uyl. Al in 1967, toen Joop nog gewoon in de Kamer zat, liet zij zich als 'vrouw van' interviewen en toen hij premier was klom ze samen met hem op podia om bloemenhuldes te ondergaan. 

 

slimstemens

IQ-quiz van de NCRV, De slimste mens.  De winnaar is steeds een Bekende Nederlander, de gewone kijker kan een mok met de beeltenis van de presentatoren verdienen! 

 

Goed, de televisie stond dan niet aan de basis van de bekendheidscultus, zij gaf er wel de beslissende zwengel aan. In 1983 kwam Hennie Huisman met de Playbackshow, een Lookalike-wedstrijd Plus. Eenmaal op dit spoor zouden Nederlandse tv-makers in volgende jaren de wereld verbazen met formats als Big Brother en The Voice, waarmee roem in principe binnen ieders bereik kwam. Dit mag democratisch lijken maar was het niet, want roem bleef de onderscheidende factor. Lieden die daarmee gezegend waren, vormen steeds vaker de kurk waarop een programma drijft. In Ranking the stars en De slimste mens zijn zij volledig onder elkaar - gezellig! De slimste mens, een quiz van de NCRV, betoogt impliciet zelfs dat 'de slimste mens' alleen uit hun midden kan voortkomen, want kijkers die alle vragen goed beantwoorden ontvangen hooguit een mok. Navrant is ook de Grote Bijbelquiz van de Evangelische Omroep, waaraan lieden meedoen van wie iedereen weet dat zij niet eens gelovig zijn. Blijkbaar zijn de kijkcijfers heilig, niet het Boek. 

Het is logisch dat er een handzame afkorting voor al deze prominenten in omloop kwam. Tot die tijd spraken anglofielen wel van VIP's, maar iedereen voelde aan dat het hier niet eens om important people ging. Het werd: BN'ers. Op Wikipedia (oktober 2015) staat Bart de Graaff, oprichter van BNN, aangemerkt als degene die deze afkorting in omloop heeft gebracht, wat mij kras lijkt. Blijkens www.delpher.nl  had het weekblad De Tijd in januari 1988 de primeur ervan, toen De Graaff nog bij de televisie moest aanvangen. De vondst is ook typisch voor een krantenman, die zijn buik ervan vol heeft steeds weer 'bekende Nederlanders' te moeten opschrijven. Niet dat kranten in dit opzicht een haar beter zijn, integendeel, ze serveren zelfs nieuws waarvoor de televisie zich te goed acht, alsof ze je cynisch toefluisteren dat het helemaal niet erg is om dood te zijn:

 

www.telegraaf.nl/prive/24660325/__De_Vries_reageert_op_kritiek__.html

 

Of ze peperen je in dat jij een ongelofelijke loser bent, want kijk eens waarmee deze mevrouw de aandacht trekt:

 

www.nujij.nl/algemeen/connie-palmen-probeert-te-stoppen-met-roken.34550794.lynkx

 

Hoeveel BN'ers zou Nederland inmiddels kennen? De site www.verjaardag-365.nl naar eigen zeggen de verjaardagen van alle vooraanstaande landgenoten bij, 18.000 in totaal. Dit getal strookt met mijn ervaring dat iedere Nederlander wel een paar van zulke lui in zijn kennissenkring heeft en dat je niet vreemd moet opkijken als er in een zwembad in de Algarve pal voor jouw neus een proestende BN'er opduikt. Toch weet ik zeker dat het genoemde cijfer te hoog is, want door een mirakel prijkt ook ene J.L. de Jager op die lijst, die geen hond kent. Op www.info.nu is een verjaarskalender te vinden van 1500 geselecteerde beroemdheden, en dat lijkt me realistisch. De kerngroep is ongetwijfeld kleiner: misschien vijfhonderd, waarvan de helft wekelijks ergens te zien zal zijn.

Vanzelfsprekend bestaat er een onderlinge rangorde. Op de top van deze Parnassus heersen Gordon, Gerard Joling en Paul de Leeuw, op de flanken presentatoren, discjockeys, acteurs en cabaretiers. Aan de voet is nog plaats voor enkele schrijvers en wetenschappers. Merk op dat prestatie niet de onderlinge rangorde bepaalt. Vreemd is dat wel. In de beginjaren van de televisie had je mensen die iets presteerden en mensen die iets presenteerden; de eersten konden beroemd worden, de laatsten hooguit bekend. Dit onderscheid is geleidelijk verdwenen. Avro's sterrenslag (1977) heeft hierbij belangrijk voorwerk verricht. Het programma bracht tijdens sportieve spelletjes politici en artiesten samen met tv-presentatoren, uiterst clever, want de laatsten genoten aanvankelijk weinig status. In de woorden van de grande dame van Nederlandse televisie Mies Bouwman waren dat net-niet mensen: wie geen goede zanger, cabaretier, acteur of journalist was kon nog een goede presentator worden. Het wekte zelfs verbazing als iemand met talent zich tot presenteren verlaagde. Ik weet nog dat toen Philip Freriks in 1996 anchorman van het Nos Journaal werd, mijn vader spontaan uitriep: 'Dat is beneden zijn niveau'. In dezelfde periode hoorde ik echter voor het eerst showmaster Ivo Niehe een beroemdheid noemen.     

 

playbackshow

Het begrip BN'ers in een bericht van Het Nieuwsblad van het Noorden, april 1988. Let op het onderscheid tussen BN'ers en 'echte sterren". www.delpher.nl

 

De antropologe Irene Stengs wijst in Het fenomeen Hazes op een subcategorie van BN' ers: figuren uit hun entourage die zich ontwikkelen tot ABN'ers, oftewel Afgeleid Bekende Nederlanders. Inderdaad, wie van ons kent niet de moeder van Marco Borsato, en de vriend van Herman Brood? Langs dezelfde weg heeft zich in ons gezamenlijk brein een familie weten te nestelen van vier generaties middelmatige schilders. Jeetje Mina, vier generaties! Met ABN'ers zijn we er trouwens nog niet, want Gert-Jan Dröge lanceerde ooit een tussencategorie, de WBIB-ers: Waarom Ben Ik Bekend? 

Stengs voelt zich geroepen onze betovering voor BN'ers te verklaren. Zij gebruikt hiertoe het begrip charisma van de socioloog Max Weber, die charisma niet aan een persoon gebonden achtte maar als een wisselwerking zag tussen iemand met bijzondere kwaliteiten en anderen die aan die kwaliteiten een sacrale waarde toekennen. De fans onder ons proberen zo dicht mogelijk bij de drager van die waarde te komen, waardoor contactmagie, een begrip van James Frazer, ontstaat, vergelijkbaar met het opsteken van een kaarsje voor de Maagd Maria. Of met een interviewer die een beroemdheid interviewt. Ik vermoed dat Ivo Niehe van bekendheid tot beroemdheid is gepromoveerd dankzij deze contactmagie. 

 

dreamjob

Dream Job: TV News Anchor Girl, Fashion Doll Games. Contactmagie zorgt in onze tijd voor beroemdheid.

 

Alleen het eerste deel van Stengs' verklaring vind ik niet sterk. Volgens mij is charisma wel degelijk persoonsgebonden, in de zin dat degene om wie het gaat bereid moet zijn om het te laten opbloeien. Charisma kun je waarnemen. Ik zag het voor het eerst in de jaren negentig, toen Albert Heijn na enkele hoogwaardigheidsbekleders de Ridderzaal in Den Haag binnenkwam bij de uitreiking van de Willem II-prijs aan Ahold. Het wachtende publiek keek eerst instemmend naar prins Claus en minister-president Lubbers die over het middenpad naar voren schreden, maar raakte in een klap verrukt zodra Albert Heijn met zijn cherubijnse glimlach in beeld verscheen. Er was exaltatie, mensen kregen maximale uitdrukkkingen op hun gezicht. Natuurlijk zat daar enige attributie bij: alle dramatische verhalen die over Albert de ronde deden en die op hem werden teruggepojecteerd. Niettemin, als Albert een heremiet zou zijn geweest à la J.D. Salinger dan was hij nooit een charismatische persoonlijkheid geworden.

Ook in een X-factor, waar regisseurs steeds van reppen, geloof ik. Er zijn mensen die unieke eigenschappen bezitten, zoals een fantastisch uiterlijk, een kolossaal zelfbesef of een mysterieuze uitstraling, waardoor ieders blik aan hen blijft kleven. Daarnaast bestaat er zoiets als een gunfactor. Ik weet niet waar dit begrip vandaan komt, uit de supermarktwereld vermoed ik, maar het is inderdaad waar dat het publiek iemand waardering kan gunnen. Dat kan zijn uit opgewekte sympathie, in het Engels aangeduid als goodwill, en uit opgewekt mededogen, bijvoorbeeld door een aandoenlijke lelijkheid of een matig talent dat bescheiden wordt gebracht. In het laatste geval kunnen we spreken van sorry-artiesten. Ik zal geen namen noemen, maar ik heb de indruk dat Nederland vrij veel van zulke artiesten telt; Engeland ook, maar Duitsland totaal niet.    

Evemin ben ik overtuigd van Stengs' idee dat bij charisma iets sacraals aan de orde moet zijn. Sinds de deconfessionalisering zitten veel mensen met hun rituele behoeften in hun maag en zij zijn die uit nood prozaïsch gaan stillen. Kleine bedes en bezweringen vonden buiten de kerk het makkelijkst hun weg. Op het Rembrandtplein in Amsterdam staat sinds een aantal jaren de Nachtwacht in brons opgesteld. De hand van kapitein Banning Cocq is zo vaak door passanten aangeraakt dat hij oplicht,  - zoals traditioneel bij heiligenbeelden gebeurde. Toch zullen die passanten niet verwachten dat Banning Cocq voorbidding voor hen zal plegen. Kennelijk is ook het bijgeloof aan het profaniseren.

 

nachtwacht1

Profanatie van het bijgeloof: de geaaide hand van kapitein Banning Cocq op het Rembrandtplein in Amsterdam. Vroeger aaiden mensen heiligenbeelden.

 

Voor verering, wezenskenmerk van godsdienst, konden ongelovigen terecht bij levende personen. De dweperij met sporthelden valt op die manier te begrijpen, idem dito de hysterie van bakvissen rond jonge zangers. Sommige taferelen rond beroemdheden doen zelfs uitgesproken katholiek aan, zoals de jacht op poprelikwieën en het bezoeken van dancefestivals, feitelijk een soort missen, waarbij jongeren op en neer springen voor een dj die plaatjes draait. Denkend aan de verlegen lieverds die vroeger op fuifjes plaatjes draaiden, kan ik niet geloven dat dj's extraordinaire capaciteiten bezitten. En toch kennen ook zij fans!

Als laatste element moet hier genoemd worden: de eenzaamheid der tijden. Nationale roddelkoning Albert Verlinde liet ooit triomfantelijk weten: 'BN'ers zijn onze nieuwe buren', zonder te beseffen hoe armzalig dit klonk. Roem als bindmiddel van een uiteenvallende samenleving. Geen wonder dat volgens Filemon Wesselink, zelf een exemplarische WBIB-er, driekwart van de jongeren later beroemd wil worden. Omdat dit er voor de meesten niet inzit kunnen zij zich hooguit vereenzelvigen met mensen wie dat wel is gelukt.

 

barbie

'Bekende Nederlander' Barbie uit Den Haag heeft genoeg van opdringerige fans. (facebookbericht oktober 2015)

 

Daarom kan roem tegenwoordig zelfs zonder enige bewondering gepaard gaan. Zonder enige bewondering betekent dat de drager ervan helemaal geen prestaties hoeft te verrichten. Socialite is inmiddels de gangbare term voor deze categorie. Kim Kardashian en Paris Hilton zijn de bekendste internationale voorbeelden, maar wij hebben Hoaghse Barbie, befaamd sinds haar non-verbale optreden in een dampende realityserie. Zij krijgt zelfs mensen uit Groningen aan huis die brutaalweg om een kop koffie vragen en met haar op de foto willen. Onlangs heeft zij daarom op haar voordeur een tekst laten aanbrengen dat ze niet van zulke bezoekjes gediend is. Zij bruskeert dus haar eigen fans, al zijn dat geen fans maar desperate zielen die met haar aanwezigheid een gemis willen opvullen.

Socialites zijn een idioot product van rechtse media. De enige eis waaraan ze moeten voldoen is dat ze aardig en beschikbaar blijven. De sociale media hebben de linkse socialite in leven geroepen die iedereen afbekt en haar eigen agenda bepaalt. Anne Fleur Dekker is een beroemdheid geworden door één tweet waarin ze suggereerde Geert Wilders met stenen te bekogelen. Sindsdien treedt zij, een hittepetitje dat assistent was van de GroenLinks-raadsfractie in Hilversum, vrijwel wekelijks in praatshows op. Werkelijk, absurder kan het bijna niet. Je zal een familielid van haar zijn dat met een serieuze studie of een promotie-onderzoek bezig is en dan telkens naar shithead moeten luisteren...

 

shithead

Twitterkoningin en linkse socialite Anne Fleur Dekker in een praatshow van de Vara.

 

Ik moet wel toegeven, roem heeft Nederland een wezenlijk ander aanzien bezorgd. In mijn herinnering waren vroeger politici aartslelijk, op z'n minst maalden ze amper om hun uiterlijk. Lelijkheid en maatschappelijk engagement vormden als het ware een stokoud echtpaar. Nu ogen de meeste politici dermate jong en knap dat je je verbaast over hun inzet. Dat de poltiek mooiere mensen recruteert zal te zeker te maken hebben met het feit dat bekendheid geleidelijk meer fleur en cachet heeft gekregen. Minstens vanuit de helft van de hedendaagse advertenties staren vandaag BN'ers je aan. In boekwinkels, tot voor kort lusthoven voor de cultuurliefhebber, liggen bij de kassa in stapels hun voetbal- en muziekverhalen, hun bloemlezingen uit de Nederlandse literatuur, hun gebundelde levenslessen, hun (auto-)biografieën. Dankzij het programma Maestro zijn ze zelfs tot de concertzaal doorgedrongen, om te dirigeren, terwijl ze niet kunnen dirigeren! 

Vanwege al deze weerklank mag het niet verbazen dat zij onderling kleine parades, kleine processies zijn gaan houden. Hier kan ik andermaal mezelf opvoeren, want het toeval wil dat ik degene ben geweest die de eerste rode loper bij een Nederlandse filmpremière heeft ingewijd. Plaats van handeling was Rotterdam en de première betrof Filmpje, met potsenmaker Paul de Leeuw in de hoofdrol. Mijn uitnodiging dankte ik aan een familielid dat betrokken was bij de productie van deze zogenaamde 'burleske' komedie, waarbij burlesk bleek te staan voor een aaneenrijging van ongelofelijk stupide en platvoerse grappen. Na afloop wist ik niet hoe snel ik buiten moest komen en belandde achter de bioscoop bij wijze van contrast op een maagdelijke rode loper, die de gasten naar een afterparty in het stadhuis moest leiden. Niet alleen ik was hierom verbaasd, ook een moeder met dochtertje die als enigen achter de afzetpaaltjes stonden. In het voorbijgaan hoorde ik de moeder aan haar dochtertje uitleggen wat de functie van de rode loper was, waarop het kind vol kritisch ongeloof naar mij en de mijnen wees: 'Zijn dát dan Bekende Nederlanders?'

 

gardenofdance

Festival Dance of Garden in Sneek, 2015. De dj is niet te ontwaren, maar wel duidelijk aanwezig. (Facebookpagina)

 

De grote stimulator van de rode loper bij ons is geweest Joop van den Ende, miljardair met dank aan de massa. Van den Ende wilde meer glamour rond zijn musicals bewerkstelligen, begrijpelijk want een musical is niets anders dan een operette in een rockjasje. Toch ging het hier om een heuse omslag, want ik weet niet beter dan dat 'Nederlands grootste televisietalent', Paul de Leeuw, bij de Vara altijd op zoek is geweest naar het ordinaire summum. Los hiervan hoort glamour bij een mondain uitgaansleven van welopgevoede rijkaards, en die combinatie is in onze geschiedenis altijd zeldzaam geweest. Om als persoon glamorous te heten moet iemand ook nog een zekere ongenaakbaarheid uitstralen. Ik ken eigenlijk maar één Nederlandse vrouw die aan deze voorwaarde voldeed: filmster Sylvia Kristel; zij wist tijdens blootscènes nog de indruk te wekken dat het haar geen donder kon schelen wie zich aan haar verlustigde. Andere Nederlandse acteurs daarentegen waren bij openbare optredens altijd meer gespannen dan het loerende publiek, en dat werkt niet echt.

Vele premières later hebben BN'ers toch iets van polderglamour verworven. Als schouwspel blijft een rode loper bij ons een parodie, want je verwacht nog steeds dat Audrey Hepburm en Grace Kelly zullen opdraven. Maar niet te loochenen valt dat de Hollandse sterren bij zulke gelegenheden inmiddels goed gekapt en gekleed gaan en dat ze bevallig uit een limousine kunnen stappen. Heel frappant: in tegenstelling tot onze nationale mores zijn zij na afloop uiterst complimenteus over de vertoonde musical of film, hoe beroerd die ook was. Ook laten zij zich steeds gewillig door paparazzi fotograferen, zij het met enige gêne - tegenover hun ouders, zegt mijn intuïtie. Die gêne zal zijn ingegeven door wat de vaderlandse film- en theaterwereld van hen vergt: onverholen expositie van lichaamsdelen, tot in eschatologische ogenblikken toe. In reactie hierop zie je onze actrices nooit met een zogeheten holle rug naar de camera staan en daarbij guitig over de schouder blikken, een standaardpose voor Amerikaanse sterren. Tevens blijft het woord glamour taboe. Filmster Carice van Houten publiceerde samen met haar collega Halina Reijn zelfs een stijlboek getiteld Antiglamour en zij maakte die gezochte reputatie meer dan waar door in De wereld draait door te verklappen dat zij, net dertig, inmiddels een dubbeltje in de vouw onder haar billen kan bewaren. Sylvia Kristel had zoiets nooit gezegd.

 

filmpje

Poster van Filmpje uit 1995, een burleske komedie met Paul de Leeuw. Bij de Rotterdamse première daarvan lag de eerste rode loper uit de vaderlandse showbizz-geschiedenis. www.nlfilmdoek.nl  

 

Dit leidt tot de vraag wat je nodig hebt om een BN'er te worden. Uitblinken in iets mag wel, maar is old school. Je hoeft heus geen goeie kok te zijn om een beroemde televisiekok te worden. Het gaat er vooral om dat je hoteldebotel op jezelf bent, verkikkerd van je eigen fysiek en psyche. Dit kan voortkomen uit aangeboren narcisme of uit opgekropt narcisme, bijvoorbeeld doordat je als puber nooit meetelde. Aangeboren narcisme zie je bij veel televisiepresentatoren, opgekropt narcisme bij cabaretiers en columnisten. Een enkeling stapelt beide vormen. Ik heb weleens in gezelschap gepeild bij welke BN'er dit euvel speelt en iedereen kwam met dezelfde naam op de proppen.

Verder is het van belang dat je je in het begin minzaam gedraagt - aanminnig is een beter woord, maar dat is helaas in onbruik geraakt. Wie zich voordoet als vlot en stoer, een leek zou zeggen: ideale eigenschappen voor een talkshowhost, is meteen kandidaat af. Hetzelfde geldt voor degene die als het ware een voorschot op zijn roem neemt en zich ontoegankelijk gedraagt, want Nederland is en blijft een egalitair landje. Verlegenheid daarentegen geldt als pre, mits uitgedragen. Je mag hoorbaar hyperventileren en felrode zenuwvlekken in je hals hebben, zodra een camera naar je toe zwenkt moet jouw gezicht open blijven staan. Pas later kun je je tot een personality ontwikkelen, ook al blijft dat komisch aandoen, vanwege de slijnjurk die je eerst bent geweest.

 

maarten

Glossy rond Maarten van Rossum. De wonderbare werking van de media: Van Rossum geldt als de beroemdste historicus van Nederland maar ik heb nooit een historicus ontmoet die een boek van hem had gelezen of wilde gaan lezen. www.maartenonline.nl

 

Iets om over na te denken: veruit de machtigste televisiefamilie ten onzent, de familie De Mol, bezit connecties met voetbal en volkszangers. John en Linda hebben volgens mij ook onze cultuur veranderd, al borduurden zij voort op de arbeid van de babyboomers, de vroegere protestgeneratie. Danzkij die generatie was kleinburgerlijkheid, ooit ons nationale geestesmerk, al iets geworden dat je nog slechts kon opsnuiven in een enkele tearoom; dankzij John en Linda moet je daarvoor naar het buitenland toe. Specifiek Linda heeft van BN'ers immer lachende wezens gemaakt, hahaha. Hoewel rijker dan de meeste mensen in Het Gooi heeft zij ook uit naam van het gewone volk met haar gelijknamige serie Gooise dames, die heus niet de laagste graad van beschaving vertegenwoordigden, de nek omgedraaid. In de ogen van de rest van Nederland wordt die streek niet langer bevolkt door hockeyende parelkettinkjes maar door zonnebankdames met een toyboy.

Broer en zus De Mol laten tevens zien dat relaties bij BN'ers nog volop functioneren, terwijl een gewone politicus zijn biezen al kan pakken als hij zijn schoonfamilie een opdracht van honderd euro bezorgt. Hun vriendschappen zijn zelfs expliciet bedoeld om wederzijdse voordeeltjes te behalen. Wel recruteren zij wezenlijk anders dan vroeger gebeurde. Ben je een man dan verdient het aanbeveling dat je vader géén bankdirecteur of chirurg is; dominee of onderwijzer mag wel. Ben je een vrouw dan speelt afkomst minder, maar moet je wel beseffen dat de meerderheid van de BN'ers reeds uit vrouwen bestaat. Het helpt zeker als je tot een minderheid behoort, want uit angst het verwijt van inteelt te krijgen, is de mediawereld tuk op lieden daaruit.

rodeloper

Rode loper, ooit voorbehouden aan staatshoofden en hoogwaardigheidsbekleders, nu te huur voor een ieder die dat wenst. www.jafremverhuur.nl

 

Je moet ook weten hoe publiek reageert. Publiek heeft een broertje de dood aan twijfelaars en wollige intellectuelen. Je dient jezelf daarom eendimensionaal, hapklaar aan te bieden. Enthousiasme werkt het best, dus veel lachen en drukdoen. Met je handen gesticuleren is niet voldoende, je moet ook met je hoofd kronkelen à la Bart Chabot. Met humor is het oppassen geblazen. Om dat middel effectief te gebruiken dien je de Wet van de Vermeerderde Lolopbrengst te kennen. Laat ik uitleggen wat ik daarmee bedoel. Als je tegen een vriend praat à la Ome Joop van André van Duin ('Nee, nou wordt ie mooi'), dan zal hij gauw zeggen: 'Schei uit, alsjeblieft'. In een groep kun je in die trant iets langer doorgaan, al komt ook daar het moment dat iemand verzucht: 'Jôh, nu wat anders'. Een zaal met honderd man daarentegen zal een half uur lang dubbel liggen om jouw Ome Joop. Een zaal met vijfhonderd man zelfs een heel uur, en een zaal met...Ho, stop, er bestaat ook een Wet van de Maximale Lolopbrengst.

Eenmaal dóór de selectie zal nog slechts een enkeling afvallen. De meesten halen zorgeloos hun pensioen, sterker nog, ze kunnen dat gerust naast zich neerleggen. Denkend aan zulke 66-plussers, mijn leeftijdgenoten, levert dat wel een poor show op. Neem historicus Maarten van Rossum. Een serieus academisch discours als in nabuurlanden ontbreekt bij ons, dus je kunt niet verwachten dat je via de buis een Sebastian Haffner of Simon Schama op bezoek krijgt, maar om dan met zo'n smoezelige brombeer afgescheept te worden... Met zijn rollende ogen en een openklappende mond als een pop uit The Thunderbirds moppert hij steevast op het feit dat wij, zijn landgenoten, weleens mopperen, terwijl hijzelf de enige Nederlander is die niets te mopperen heeft!

En neem oud-voetballer Jan Mulder. Hij windt zich op over kwesties die jongeren meer aangaan, en waarom doet híj dat dan in hun plaats? Sportverslaggever Mart Smeets kan na een dienstverband van veertig jaar nog altijd geen afscheid van ons nemen en is inmiddels naarstig op zoek naar de Churchill in zichzelf. Wat een poeha!

 

piet

Anti-Zwarte Piet Glossy uit 2015 met BN'ers. Warum?

 

In het gewone leven waren zulke mensen allang uit zicht verdwenen. Dit brengt mij tot een algehele karateristiek van BN-ers: zij genieten meer bescherming dan gewone stervelingen. O zeker, misstappen hunnerzijds krijgen extra aandacht maar worden hun nimmer fataal en als ze over voldoende schaamteloosheid beschikken kunnen ze hun publieke rol blijven vervullen. Van Rob Oudkerk tot Bram Moszkowitz, van Heleen Mees tot Onno Hoes; hadden zij anders geheten, dan zouden ze voor de rest van hun leven thuis hun wonden likken. Met dank aan de Vara kunnen tegenwoordig zelfs pure misdadigers nationale roem vergaren.

Voor mij persoonlijk illustreert het dagelijkse defilé van BN'ers op televisie en in kranten de groeiende irrelevantie van de traditionele media. Ik doe altijd maar net alsof ik in Frankrijk ben en me niet om lokale beuzelarijen hoef te bekommeren. Het grote publiek blijft echter toehappen en smullen. Hoe kan het eigenlijk dat gewone mensen hun bescheiden werk blijven verrichten en genoegen nemen met een anoniem bestaan, als tegelijkertijd equivalenten van hen op een schild worden rondgedragen? Ik heb weleens gedacht: BN´ers zijn onze hedendaagse notabelen. Wat eerbied betreft krijgen zij in elk geval dezelfde behandeling als vroeger artsen, hoogleraren en rechters. Wanneer bijvoorbeeld de rector bij ons in de klas verscheen, stonden wij leerlingen als één man op. Toch gaat deze vergelijking mank. Notabelen, in de jaren zestig van hun voetstuk gestoten uit hoofde van het gelijkheidsdenken, kon niets ergers overkomen dan in opspraak raken, onderwerp van een schandaal of controverse zijn. Voor BN´ers is opspraak dikwijls een middel om nóg bekender te worden. Zij vormen de adel die wij nooit hebben gehad.

 

Literatuur:

Henk van Gelder, Joop van den Ende, de biografie, Amsterdam 2012

Peter Hofstede, Rein van Rooij, Over televisie, Televizier, z.j.

Jef de Jager, Albert Heijn, de memoires van een optimist, Amersfoort 2011

Peter Rehwinkel e.a., Getrouwd met de premier, de first lady's van Nederland in veertien portretten, Zutphen 2004

Irene Stengs, Het fenomeen Hazes, een venster op Nederland, Amsterdam 2015

Voor lopende berichtgeving: http://glamora.ma  (helaas gestopt per 12-11-2015)

www.youtube.com/watch?v=dISakei0pQI

 

www.sociedadantropoligicas.eu  oktober 2015

 

('Alle roem van de wereld kan in één graankorrel'. Fidel Castro)

 


terug naar boven