Het Kaks

 

Het Kaks (in duplo)

 

Toen ik nog beneden de Grote Rivieren woonde, hoorde ik bij iedereen in mijn omgeving hetzelfde stemgeluid. Van de bakker tot de advocaat, van de fabrieksarbeider tot de priester - je hoorde slechts graduele variaties op het plaatselijk dialect. Zelfs niet-katholieken hielden zich daaraan. Zo verkoos Jan Fentener van Vlissingen van de Vlisco zwaar Helmonds ('ik daagt da gullie van hier waart'), terwijl ir. Frits Philips uit Eindhoven het Algemeen Beschaafd Brabants prefereerde. Inmiddels weet ik dat het in Noord en Oost-Nederland precies zo was gesteld; ook landjonkers bezigden er de taal van de streek. We zien hier de oude standenmaatschappij in werking: de onderlinge verschillen waren evident maar hoefden niet benadrukt te worden door een aparte spraak.

 

kakkertje.jpg

Delfts tegeltje uit circa 1650 met kakkertje. Kakkertjes (en pissertjes) stonden in Nederland oorspronkelijk voor de betrekkelijkheid van het leven.  www.ebay.com      

 

Na mijn verhuizing naar de Randstad ontdekte ik mensen die beslist anders dan hun omgeving klonken: kakkers. Economisch waren zij meestal goedgesitueerd en dat wilden zij blijkbaar laten weten via een ABN-plus; door de taalkundige Jan Stroop fraai Bovennederlands gedoopt. Ik dacht eerst dat het een soort Queen's English was, de uitdrukking van een heuse klassenmaatschappij, maar al snel ontdekte ik dat lang niet alle leden van de elite 'achter uit de hals' spraken, zoals Tukkers zeggen. Mijn indruk was dat vooral liberalen en protestanten daartoe genegen waren. Je had wel enkele noordelijke katholieken, zoals Joseph Luns en Norbert Schmelzer, die het deden, maar zij behielden iets potsierlijks, want zoals Shakespeare zei: een aap wordt nooit een Schot, zelfs al loopt hij rond in een kilt en speelt hij op een doedelzak. 

Bij mijn schoonouders, notabele katholieken uit Amsterdam, kreeg ik gelegenheid het fenomeen nader te bestuderen. Zijzelf hadden een uitgesproken afkeer van het Kaks, maar ontvingen regelmatig gasten die er liefhebbers van waren. Een van hen was Andre B. van de Algemene Bank Nederland. Het taaltje dat hij wrochtte was beslist niet conform de bekende afkorting van zijn bank. Het klonk bijna absurd. Bij zijn r's gorgelde hij in doodsnood, bij zijn g's schraapte hij met een spa over een stoeptegel; een simpel woord als 'voor' kwam eruit als veur en wanneer hij het had over kannissen moest je even nadenken. Mijn schoonouders reageerden nogal ironisch op deze show. Ze vertelden mij dat B. van zeer eenvoudige Rotterdamse huize was en vonden het van weinig authenticiteit getuigen dat hij zijn plat-Rotterdams in een keer had ingeruild voor het Kaks. Als hij op ABN was overgestapt hadden ze dat begrepen; zelfs standaardnederlands met behoud van accent was acceptabel geweest. Hoewel ik toen allerminst een kakdeskundige was kon ik zien dat ook zijn presentatie nog niet deugde. In plaats van met een zuinig konijnenmondje te spreken, zoals gedistingeerde lieden doen, sprak hij met een druk bewegende kikkermond.

B. was een geval van mimicry, denk ik. Je hebt mensen die moeiteloos de spraak van hun omgeving overnemen en dat zal bij hem het geval zijn geweest. Ik ontmoette via mijn schoonouders ook Nout W. van de Nederlandsche Bank. W. kwam uit Bredevoort nabij Winterswijk en kon op het laatst flink gorgelen. Hij bezat ook het poids van een aristocraat. Maar elke keer als hij 'bankeh' zei, hoorde je de hele Achterhoek gillen: 'Høkeh'

Waar komt het rechtse Kaks eigenlijk vandaan? Ongetwijfeld hebben snobs in alle eeuwen hun taal als wapen ingezet, maar het zou mij niet verbazen als er pas sprake is van een echt sociolect sinds de industriële revolutie. Een nieuwe stand van fabrikanten, bankiers en academici diende zich toen aan, die aanvankelijk weinig had om zich mee te onderscheiden. Volgens Jan Stroop is het Bovennederlands ook een hypercorrectie op volkstaal, niet op het ABN, en wie anders dan homines novi zouden daaraan behoefte hebben gehad?

Het woord kak is pas na de Tweede Wereldoorlog gemeengoed geworden, maar 'geaffecteerd' in onze betekenis was eind negentiende eeuw al een veelgebruikte kwalificatie in kranten, blijkens www.delpher.nl. Met name toneelspelers, nog zo'n categorie met een kwetsbaar zelfbesef, kregen het opgedrukt. Ik vermoed dat een van de eerste algemeen bekende kakkers de schrijver Louis Couperus is geweest. Tijdens lezingen gaf hij met een schrille falsetstem een super-Haegs ten beste, dat veel luisteraars dusdanig frappeerde dat zij nauwelijks op de inhoud letten. Couperus was eens, in 1923, op Sumatra. Hijzelf was van Indische komaf, en van Hollandse kolonialen is bekend dat zij als het om caque gaat de top van de berg bezet hielden, maar toch luidde de algemene klacht dat de schrijver te geaffecteerd sprak.

We mogen aannemen dat deze distinctiedrang verminderde naarmate de nieuwe standen aan zelfbewustzijn wonnen. Het ABN werd voor de meeste mensen de norm. Alleen enkele oude fabrikantenfamilies vergroeiden met de adel en het patriciaat en namen ook hun zogenaamde adelsdialect over. Dat bezat weliswaar een eigen vocabulaire, maar bekakt klonk het niet; het was vooral gereserveerd.

 

kakkertje2

Duits speelgoed van circa 1920: een Cholera-männchen, in Nederland tot na de Tweede Wereldoorlog verkocht als kakkertje maar inmiddels vergeten; in België niet. De bijgeleverde Cholerapillen dienden in het achterste te verdwijnen; een vlammetje erbij en er vormde zich een zwarte hoop. Deze kakker is nog een schertsfiguur à la Manneken Pis. Kakker betekent in het Vlaams tot vandaag: lafaard. www.pijpenkabinet.nl

 

Tijdens de woelige jaren zestig raakten kakkers verder in de verdrukking. Vanwege de aan de gang zijnde democratisering doken velen onder in de massa en een enkeling ontwikkelde zich opeens tot renegaat. Youp van 't Hek, een kakkertje uit Naarden, werd zo iemand. Hij verstond de tijdgeest uitstekend en ging als een bevrijde arbeider brallen tegen het kakkerdom, waabij hij brave burgers voor het gemak meenam, dus toch een kakkertje bleef. Intussen brachten zijn soortgenoten in Den Haag, aldus Ian Buruma, nog onbeschroomd een geluid voort dat het midden hield tussen een snaterende gans en een kwakende eend. Ook sociëteit Minerva bleef hen opvang bieden en nadien fungeerde het bank- en het verzekeringswezen als hun reservaat. Maar verder verdween dit menstype uit de openbaarheid. Op radio en tv kreeg je vanaf een bepaald moment het Kaks alleen nog voorgeschoteld in parodievorm. 

Dat het met het genus beroerd was gesteld bleek ook uit de verschijning van de nepkakker of zo men wil: na-kakker, die alleen kon opbloeien dankzij de maatschappelijke terugtreding van zijn grote voorbeeld. De VVD-politicus Hans Wiegel was er in zijn jonge jaren een, al zou hij later een vintage-uitstraling verwerven, heel knap, als je bedenkt dat zijn vader een spraakgebrek had (hij werd door Amsterdamse schoffies 'meneer Iegel' genoemd). Nepkakkers hielden als het uitkwam hun sigaar in de mond bij het praten en bestelden aan een bar nooit bier maar een 'gele rakker'. De Amsterdamse Sherry Bodega was hun favoriete plaats van samenkomst. 

De na-oorlogse reclame- en consulentenwereld, die Americain verkoos, leverde een andere pseudo op: precieuze mannen met een dichtgeknoopte cameljas, die niet liepen maar trippelden en als eersten typische vrouwenwoorden bezigden als vriendje, snoezig, schattig en enig. Ook veronderstelde verbeteringen van het Nederlands (juno, julij en zeuven) komen volgens mij bij hen vandaan. Hun icoon lijkt me de beroemde schijver Adriaan van Dis, die het Indische accent dat hij van huis uit had verruilde voor een Kaks dat hij net als Wiegel met getuite dameslipjes uitsprak - de lippen van Haya van Someren-Downer, zeg ik er voor de kenners bij. Ik durf de stelling aan dat als Van Dis een doorsnee kakker was geweest, hij door de kritiek zou zijn doodgezwegen en bij geen enkele omroep, laat staan de VPRO, een kans had gehad, hoe goed hij ook schrijft.

Zo zag het ernaar uit dat het Bovennederlands als vanzelf aan zijn eind zou komen. Maar groot was mijn verbazing toen ineens bleek dat Beatrix, staatshoofd sinds 1980, er zich een fervent volgelinge van toonde. Koningin Juliana sprak een geëxalteerd maar niet geaffecteerd Nederlands en bij haar dochter was het precies andersom. Het enige wat Beatrix van meer Gooise kakkers onderscheidt is dat zij net als haar Leidse zwager Pieter van Vollenhoven met roerloze wangen en afgeknepen stembanden spreekt - de bekende hete aardappel klinkt ronder, alcoholischer.

Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Voor een antwoord moeten we waarschijnlijk terug naar de jaren zeventig van de vorige eeuw, mijn studententijd. Nogal verrassend ontstond toen een linkse vorm van Kaks. Hoewel netjes opgevoed gingen veel van mijn leeftijdgenoten zich van de ene op de andere dag als arbeiders uitdrukken. Met gebogen hoofd en kromme schouders, alsof ze permanent een sjekkie aan het rollen waren, hadden ze het over fraauwen in plaats van vrouwen, ai in plaats van ei en llulllig in plaats van lullig. Hun hypercorrectie was niet gericht op volkstaal maar op de taal van hun ouders, het ABN. Weliswaar spraken zij zachter dan rechtse kakkers, zelfs binnensmonds, maar toch klonk het even gemaakt. In pretenties gingen zij zelfs nog verder. Zij wilden de buitenwereld laten geloven dat zij niet alleen sociaal maar ook moreel een betere mensensoort vertegenwoordigden. Voor buitenstaanders viel hun andere aard niet te loochenen: je had wel gezellige rechtse kakkers, maar geen gezellige linkse kakkers.

Deze omslag in taaloriëntatie laat zich perfect illustreren aan de hand van twee Nederlandse schrijvers die vanuit de provincie naar Amsterdam kwamen. Adri van der Heijden (1951) groeide op in een volksbuurt in het Brabantse Geldrop, waar, zo weet ik, een dialect werd gesproken dat in Woensel-West al niet meer werd begrepen. Eenmaal in de hoofdstad koos hij als lingua franca onomwonden voor het ABN. Martin Bril (1959) arriveerde enkele jaren later. Opgegroeid in hartje Drenthe kampte hij met hetzelfde probleem maar hij koos uitdrukkelijk voor het Jordanees (inclusief openklappende onderkaak bij het lachen). In het ene geval werd dus een Brabo een Nederlander, in het andere een Drentse heikneuter een Amsterdamse heikneuter.

Mijn veronderstelling is nu dat Beatrix zich gedwongen voelde het linkse Kak tegengas te bieden met rechtse Kak. Weliswaar verminderde het arbeideristisch geluid bij mijn leeftijdgenoten. Een goed gedocumenteerde spijtoptant is de huidige burgemeester van Amsterdam, Eberhard van der Laan, die als zoon van een huisarts in Rijnsburg naar de hoofstad kwam en in zijn periode als fractievoorzitter van de PvdA echt Omsterdoms kon foeteren, iets wat hij nu niet meer doet. Anderzijds bleek de volgende generatie door deze proletarische oprisping wel degelijk te zijn aangestoken. Cabaretier Paul de Leeuw liet dat horen in zijn hit Blaaif baai maai. Jan Stroop merkte op dat jonge stadse vrouwen er een handje van hadden stoer plat te praten; hij noemde hun geluid Poldernederlands. Een belangrijke ijkdatum voor hem was 4 mei 1997. In de Nieuwe Kerk mocht de jeugdige zangeres Trijntje Oosterhuis vanaf de kansel de vaderlandse elite toespreken tijdens de nationale dodenherdenking. Waarom haar die eer werd gegund begreep niemand, omdat ze slechts een enkel matig plaatje had uitgebracht, maar ze was een dochter van de dichter Huub Oosterhuis, goede vriend van Beatrix en Claus, en zo gaan die dingen. Versterkt door het gigantische klankbord boven haar sprak Trijntje de historische woorden: 'De verleiden taaid van vreide is aurlog.'

Beatrix zal zich zijn rotgeschrokken en vermoedelijk besloot zij ter plekke om nog bekakter te spreken, wat ikzelf ook zou hebben gedaan. Gaandeweg kreeg zij hiervoor nog een extra reden. De zonen van haar en van prinses Margriet huwden allemaal met burgermeisjes. Poldernederlands spraken die meisjes niet, maar je hoeft in hun families niet lang te grasduinen om te stuiten op dronken taxichauffeurs, gewelddadige cafetariahouders en frauderende uitkeringstrekkers. Om die band definitief door te snijden propageerde Beatrix het opper-Leids van zwager Pieter van Vollenhoven.

 

kakker 

Caganer (kakker), sinds de 18de eeuw een Catalaans vruchtbaarheidssymbool voor in de kerststal. Het woord kakker komt pas sinds 1987 in Nederlandse kranten voor in de zin van iemand die bekakt praat en tevens op anderen schijt. Vooral cabaretier Youp van 't Hek heeft er bekendheid aan gegeven, maar grappig genoeg representeert hij de hier besproken overgang van de sociale kakker naar de morele kakker. www.caganer.com

 

Hoe zal het nu verdergaan? Jan Stroop is zeker van zijn zaak. Hij vermoedt dat het Poldernederlands het gaat winnen van het ABN en stelt daarvoor Beatrix verantwoordelijk. Vanwege haar keuze voor het rechtse Kaks kiezen volgens hem veel jonge vrouwen expres voor het linkse Kaks, wat allebei ten koste van het ABN gaat.

Ikzelf weet het nog niet. Een van de fanatiekste polderaarsters van dit moment is Hella Hueck van RTL-Z. Zij praat alsof Erasmus' winden des buycks' alle kanten opvliegen; werkelijk verontrustend als je er op let. Omdat ze tijdens live-reportages ook nog haar gezicht heen en weer laat zwenken, kun je niet eens bij haar liplezen. Het kan bijna niet anders of zij krijgt hier zelf ooit genoeg van, ofwel haar bazen.

Aan de andere kant, ik verwoord een indruk, is de toon van rechtse kakkers tegenwoordig gedempter dan vroeger. Een Andre B. ben ik al tijden niet meer tegengekomen. Ook Van Dis tuit zijn lippen minder wanneer hij op de televisie verschijnt, al suggereert hij nu het spleen te bezitten van iemand die tot een oud geslacht behoort en het kakkerdom eigenlijk minderwaardig vindt. Van haar kant is Beatrix, zo heeft een neerlandicus vastgesteld, tijdens de troonredes van de afgelopen dertig jaar steeds minder geaffecteerd gaan spreken. Zij zou nu de 'r' aan het eind van een woord een beetje met rust laten. Haar zoon Willem Alexander klinkt alweer natuurlijker en een voordeel van Maximà in dit verband is dat zij het Nederlands nauwelijks beheerst, laat staan het Kaks. 

Dit zijn al twee bewegingen. Daarnaast is het zo dat dankzij de televisie er in Nederland nog nooit zoveel ABN-sprekers zijn geweest als nu. Streektalen staan in de belangstelling, dat is waar, maar ze worden minder vaak gesproken en vlakken tegelijkertijd enorm af. Het zou tegenwoordig ondenkbaar zijn dat een directeur van de Vlisco zijn zakenrelaties ontvangt met de woorden: 'Ik daagt da gullie van hier waart.' En het Algemeen Beschaafd Brabants van Frits Philips is inmiddels niet meer dan een tongval, die met het jaar lichter wordt.

Zoals Harry Mulisch ooit zei: Alles streeft naar het Ene.

 

Poldernederlands van Jan Stroop is digitaal beschikbaar via: http://www.dbnl.org 

* Hoe het zit met de verbreiding van het ABN kom je van neerlandici helaas niet te weten. In tegenstelling tot vroeger voeren zij er ook geen actie meer voor: het ABN heet bij hen tegenwoordig slechts AN (Algemeen Nederlands). Desondanks heeft het ABN een enorme vlucht genomen, met dank aan de televisie. Een halve eeuw geleden kon iemand uit de Randstad driekwart van de Brabanders en Limburgers nauwelijks volgen; nu is dat nog sporadisch het geval. En van Friezen die je ontmoet kun je al bijna niet meer geloven dat ze onderling Fries spreken. Ook Vlamingen klinken steeds minder Vlaams, al is hun monotone gemompel, alsof ze door Europa bewust zachtjes zijn afgesteld, hardnekkig. Helemaal sterk is dat veel kinderen van allochtone ouders supervlot ABN babbelen, inclusief het hedendaagse egalitaire idioom, zoals 'Boeieh', 'Dùh', 'Is goed', 'Klopt' en 'Dit gaat het niet worden'. Het lijkt wel alsof zij neerlandici willen pesten die liever Suri-Nederlands en SMS-lingo bestuderen.

* Mei 2012. Hoe snel kan het gaan! Volgens mij is het Poldernederlands alweer op zijn retour. Ik hoor althans steeds meer jonge vrouwen normaal Nederlands praten; zelfs Hella Hueck doet inmiddels een beetje haar best. Dit zou niet alleen goed zijn voor onze taal, ook voor Nederland. We hebben de laatste vijftig jaar de ophemeling meegemaakt van arbeiders (of nog beter: arbeiderskinderen), van vrouwen en in mindere mate van allochtonen. Zolang het oogmerk was betrokkenen hun rechtmatige plaats in de samenleving te bezorgen, was dat prima, maar zeker bij de arbeiderskinderen en de vrouwen speelde ook de suggestie dat zij moreel superieur waren. Vandaar de cultivatie van een eigen taal. En dat is dus misschien tot staan gekomen...

Als indicatie voor de neergang van het Poldernederlands en andere groepsdialecten mag volgens mij gelden de huidige hype om platpraters voor de lol in beeld te brengen, zoals in het RTL-programma Oh Oh Cherso, waarvan de Haagse hoofdpersonen tot nationale bekendheden zijn uitgegroeid. Ook Britt Dekker uit Purmerend dankt haar landelijke succes aan haar spraak (F*cking vet!!!). Wat zij en haar collega's niet door hebben is dat zij voor het grote publiek als model dienen voor hoe het nìet hoort, enigszins pijnlijk voor hen, maar ironische normverbreiding is effectiever dan autoritaire.       

* Juni 2012. Op mijn wenken bediend: In Engeland is zelfs het Queen's English op zijn retour, melden verslaggevers rond het zestigjarig regeringsjubileum van Elisabeth. Op de BBC, maar ook binnen het koningshuis geldt nu middenklasse-Engels als richtsnoer. Er is nog hoop voor de wereld. 

* April 2013. Een uitgesproken verdediger van het Brabants als de schrijver Wim Daniëls valt in praatprogramma's niet meer op door zijn zachte 'g', maar door een dikke 'w', die bijna Surinaams aandoet. Kennelijk is het Brabants ook van binnenuit aan het veranderen.  

 

Bond van ongesubsidieerde antropologen, 2011,2016, www.ongesubsidieerden.nl

 

 


terug naar boven